Het verhaal achter Juno 2.0: een platform opnieuw uitgedacht

Wie vandaag werkt aan de woningbouwopgave weet dat het niet alleen gaat om het registreren van projecten. Het gaat om samenhang, regie, datakwaliteit en een manier van werken waarbij alle betrokkenen — van beleidsadviseur tot projectleider en van regio tot provincie — met dezelfde informatie kunnen sturen. Met die gedachte zijn we dit jaar begonnen aan Juno 2.0: een vernieuwde versie van ons platform die niet alleen moderner oogt, maar vooral dieper aansluit op de praktijk van gebruikers. Niet door vanachter een bureau te ontwerpen, maar door tweewekelijks met gemeenten, provincies en regio’s in gesprek te gaan. In een serie open (online) inloopspreekuren bespraken we telkens een onderdeel van de nieuwe versie. We lieten prototypes zien, ontvingen gerichte feedback, zagen waar organisaties tegenaan lopen en hebben stap voor stap verfijnd wat Juno 2.0 zou moeten zijn.

Waarom een nieuwe Juno?

De nieuwe versie van Juno is geen cosmetische update, maar een grondige vernieuwing. Tijdens de inloopspreekuren bespraken we de belangrijkste ontwerpdoelen met de gebruikers: het creëren van meer overzicht, minder handelingen, betere datakwaliteit, duidelijkere rollen en rechten, betere vergelijkbaarheid tussen gemeenten en regio’s, en een platform dat voorbereid is op transparantie en ketensamenwerking. Juno 2.0 moest een systeem worden dat rust brengt, schaalbaar is, en voldoende flexibel om mee te groeien met landelijke ontwikkelingen zoals de LMVW, de OWK en de Publiek-Private Monitor (PPM). Met die uitgangspunten zijn we aan de slag gegaan — niet alleen vanuit techniek, maar vooral vanuit de vraag hoe gemeenten en provincies in hun dagelijkse werk echt geholpen worden.

Figuur: Dashboard

Een cockpit die rust en overzicht brengt

Een van de meest genoemde wensen was: geef ons een plek waar alles bij elkaar komt. Dat is de kern geworden van de nieuwe cockpit. Gebruikers krijgen in één oogopslag zicht op de ontwikkeling van de woningbouwopgave: hoeveel plannen er in voorbereiding zijn, wat in aanbouw staat en waar vertraging of versnelling optreedt. Geen verzameling losse schermen meer, maar een centrale plek die richting geeft. De cockpit is ontworpen met het idee dat iedere rol — uitvoerend, beleidsmatig of strategisch — er zijn eigen vragen mee kan beantwoorden, zonder eerst door tientallen filters of tabellen te hoeven gaan.

Een datamodel dat aansluit op hoe organisaties echt werken

De woningbouwopgave wordt steeds meer een gezamenlijke opgave tussen gemeenten, regio’s en provincies. Dat vraagt om een datamodel dat die werkelijkheid aankan. In Juno 2.0 hebben we het model volledig herzien: consistenter, uitgebreider en beter passend bij de Basisset 2.0 van de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw. Gebruikers merkten in de inloopspreekuren direct hoe dit helpt: gegevens zijn herkenbaarder, vergelijkingen kloppen beter en koppelingen zijn eenvoudiger te realiseren. Het model is flexibel genoeg om lokale keuzes te ondersteunen, zonder dat de onderliggende structuur uiteenvalt.

Slimmer beheren en sneller corrigeren

Bij veel organisaties leeft dezelfde vraag: hoe houden we onze data actueel zonder dat het onnodig veel tijd kost? Juno 2.0 introduceert daarom een nieuwe manier van beheren. De Bulk Editor maakt het mogelijk om in één handeling meerdere projecten te corrigeren. Kleine maar belangrijke verfijningen — zoals het vertalen van statussen, het aanvullen van woonprogramma’s of het herstellen van datakwaliteit — kunnen nu in minuten in plaats van uren. Het is een hulpmiddel dat vooral voor regio’s en grotere gemeenten direct waarde toevoegt.

Figuur: Bulkeditor

Veilig en duidelijk: nieuwe rollen, rechten en identiteiten

Naarmate meer organisaties samenwerken binnen Juno, werd de behoefte aan heldere toegangsstructuren groter. Daarom bevat Juno 2.0 een nieuw systeem van rollen en rechten, passend bij de werkprocessen van gemeenten en provincies. De integratie met Entra ID zorgt ervoor dat gebruikers veilig en centraal kunnen inloggen, en dat organisaties zelf controle houden over hun accounts. Het geeft zowel beheerders als gebruikers overzicht en duidelijkheid.

Voorbereid op transparantie en samenwerking

Juno 2.0 sluit aan bij de beweging die we in het hele land zien: meer openheid richting inwoners, corporaties en marktpartijen. De nieuwe versie werkt daarom naadloos samen met de vernieuwde openbare woningbouwkaart, inclusief de WCAG 2.2-toegankelijkheidsaanpassingen die we dit jaar hebben doorgevoerd. Gemeenten kunnen zelf bepalen welke informatie zij publiceren en hoe zij deze presenteren. En voor organisaties die willen doorgroeien naar meer samenwerking, is Juno 2.0 voorbereid op de Publiek-Private Monitor (PPM), zodat zowel publieke als private partijen met actuele informatie kunnen werken.

Iedereen werkt op het zelfde fundament met Juno 2.0

Het afgelopen halfjaar stond in het teken van samen ontwikkelen, testen, bespreken en aanscherpen. Inmiddels is de nieuwe versie gereed en wordt Juno 2.0 bij de gebruikers uitgerold. Dan werkt iedereen op hetzelfde nieuwe fundament. Dat is misschien wel de grootste winst: één landelijk platform waar gegevens op dezelfde manier worden vastgelegd, waar inzichten direct beschikbaar zijn en waar samenwerking eenvoudiger wordt. Juno 2.0 is een gezamenlijke stap vooruit — gebouwd met de kennis van vandaag en klaar voor de woningbouwopgave van morgen.

Meer weten Juno 2.0

Wil je de presentaties, verslagen of opnames van de inloopspreekuren terugzien, of wil je een demo van de nieuwe versie van Juno? Via het formulier hieronder kun je eenvoudig aangeven waar je interesse naar uitgaat. We nemen daarna contact met je op.


Zie ook

Whitepaper

Blogs

Nieuws

De Brabantse Dag van het Wonen – samen werken aan de woonopgave van morgen

Op donderdag 23 oktober vond in het iconische Evoluon in Eindhoven de Brabantse Dag van het Wonen plaats. Een inspirerende dag vol kennis, innovatie en samenwerking — en uiteraard kon Shintō Labs daar niet ontbreken. Als leverancier voor alle Brabantse gemeenten, regio’s en de provincie, en als koploper in software voor procesondersteuning, samenwerking  en data & AI, waren wij aanwezig om te laten zien hoe technologie helpt de woningbouwopgave slimmer, sneller en transparanter te realiseren.

De opgave en de kansen

Tot 2035 moeten er in Brabant minstens 150.000 nieuwe woningen bijkomen. Een ambitie die vraagt om vernieuwing — in aanpak, samenwerking én technologie. Het thema van dit jaar stond dan ook in het teken van de kracht van data en kunstmatige intelligentie. Van het monitoren van woningbehoeften tot het versnellen van planprocessen en het verbeteren van besluitvorming: steeds meer partijen ontdekken hoe digitale hulpmiddelen de bouwversnelling kunnen ondersteunen.

Een dag vol inspiratie

Dagvoorzitter Esther van der Voort leidde het plenaire programma, met een prikkelende keynote van Koert van Mensvoort (Next Nature). Hij liet ons nadenken over hoe technologie niet tegenover, maar juist naast de natuur staat: als verlengstuk van ons leefmilieu. Koert presenteerde zijn ‘Pyramid of Technology’, gebaseerd op de piramide van Maslow. Deze laat zien hoe technologie zich ontwikkelt van een idee (envisioned), via applied en accepted, tot het moment waarop ze vanzelfsprekend wordt (natural).

Afbeelding 1: Pyramid of Technology

Aan de hand van voorbeelden als WiFi en riolering liet hij zien hoe innovaties ooit begonnen als experiment, maar inmiddels zo geïntegreerd zijn dat we ze nauwelijks nog als technologie ervaren. Toen hij de zaal vroeg waarmee we liever een week zonder zouden doen — WiFi of riolering — volgde een moment van reflectie: beide zijn menselijke uitvindingen, beide onmisbaar. Het illustreerde mooi hoe snel technologie verweven raakt met ons dagelijks leven.

Aansluitend toonde TNO concrete voorbeelden van innovatieve technologie in Brabant, waaronder het gebruik van digital twins voor integrale ruimtelijke planning. Door digitale kopieën van gebieden, wijken of gebouwen te koppelen, ontstaan nieuwe mogelijkheden om beleid te toetsen en ruimtelijke keuzes beter op elkaar af te stemmen.

Parallelsessies vol praktijkvoorbeelden

In de parallelsessies kwamen uiteenlopende thema’s aan bod:

  • Efficiënt planproces – de 100-dagenaanpak en parallel plannen, over hoe gelijktijdige in plaats van opeenvolgende processen doorlooptijden kunnen verkorten.
  • WoonZorgwijzer, een krachtig instrument dat inzicht geeft in woonzorgbehoeften op wijkniveau.
  • Brabants model anterieure overeenkomst, waarmee planprocedures drie tot zes maanden kunnen worden versneld.
  • Circulair bouwen, waar ketenpartners samen werkten aan een toekomstbestendige, herbruikbare bouwketen.
  • En natuurlijk de finale van de Brabantse Stijlprijs, waarin de mooiste en meest innovatieve woningbouwprojecten van de provincie in de spotlight stonden.

Efficiënt planproces: sneller door samenwerking

Tijdens de sessie ‘Efficiënt planproces – de 100-dagenaanpak en parallel plannen’ werd op een interessante manier uiteengezet hoe door met elkaar om tafel te gaan en op nieuwe manieren projecten te plannen, de doorlooptijden van projecten drastisch verkort kunnen worden. Aan de hand van een praktijkcase in Roosendaal werd duidelijk dat een project dat normaal zes tot zeven jaar zou duren om van de grond te krijgen, nu in minder dan twee jaar kon worden doorlopen. Naast procesinnovatie blijkt ook de menselijke factor cruciaal: betrokkenheid, vertrouwen en soms zelfs een ijsje tijdens een warm zomeroverleg bleken minstens zo belangrijk om samen écht versnelling te realiseren.

Afbeelding 2: Vijf principes van Parallel Plannen


Onze bijdrage: Publiek-Private Monitor en AI in de praktijk

Tijdens de deelsessie over de Publiek-Private Monitor deelden wij hoe gemeenten, provincies en ontwikkelaars met behulp van Juno en AI-gestuurde inzichten samenwerken aan één gedeeld beeld van de woningbouwvoortgang. Samen met Ruud Kruip, die vanuit zijn ruime ervaring bij het RVO en als begeleider van versnellingstafels een scherp oog heeft voor de praktijk, werken wij aan het verder ontwerpen en optimaliseren van de PPM-module in Juno.

Deze samenwerking combineert Ruuds kennis van procesdynamiek en bestuurlijke samenwerking met onze expertise in digitale ondersteuning, datavisualisatie en AI. Het resultaat is een instrument dat niet alleen inzicht geeft, maar ook actief helpt om samenwerking tussen publieke en private partijen te versterken — precies wat nodig is om de woningbouwopgave van Brabant verder te brengen.

Tijdens de sessie lieten we samen met Ruud Kruip zien dat het werken volgens de Publiek-Private Monitor-methodiek in de praktijk helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn. Ruud, die zijn ervaring bij onder meer RVO en verschillende versnellingstafels meebracht, liet zien hoe een helder template en een gestructureerde aanpak gemeenten en ontwikkelaars direct op weg helpen. ‘Je kunt er eigenlijk morgen al mee aan de slag,’ was zijn boodschap.

Afbeelding 3: Ruud Kruip over Publiek-Private Monitor

Jurriaan Souer vulde aan dat dit niet alleen theorie is — de methodiek is nú al toepasbaar binnen Juno. De bestaande functionaliteiten ondersteunen de PPM-aanpak al volledig, en de komende periode wordt gewerkt aan verdere optimalisatie van de PPM-module om de samenwerking tussen publieke en private partners nog makkelijker te maken.

Aansluitend maakte Jurriaan Souer de brug naar de rol van kunstmatige intelligentie binnen Juno. AI is volop in ontwikkeling, en de verwachtingen zijn – zoals ook te zien is in de Gartner Hype Cycle – torenhoog. Waar sommige toepassingen nog experimenteel zijn, ontstaan nu al concrete kansen om processen slimmer te ondersteunen en informatie beter te benutten.

Jurriaan legde kort uit wat Agentic AI betekent: AI-systemen die niet alleen antwoorden geven, maar zelfstandig doelen kunnen nastreven, acties uitvoeren en leren van de context waarin ze werken. Daarmee verschuift AI van een passieve assistent naar een actieve partner in optimalisatie van datagedreven werken.

Afbeelding 4: Jurriaan Souer over gebruik AI in Juno

Binnen Juno verkennen we de eerste toepassingen van deze technologie, bijvoorbeeld bij het automatisch signaleren van problemen met datakwaliteit, het analysere van knelpunten in de woningbouwketen, het voorspellen van planvertragingen of het slim koppelen van regionale data aan beleidsdoelen.

De sessie eindigde met een interessante discussie met de aanwezigen over hoe en waar AI de meeste waarde kan toevoegen. De belangrijkste vraag lijkt te zijn hoe we de kwaliteit van alle werkzaamheden kunnen ondersteunen.

Conclusie: Samen bouwen we aan de toekomst

Wat deze dag vooral liet zien, is dat de woonopgave geen solitaire puzzel is, maar een gezamenlijke inspanning. Technologie, data en samenwerking vormen samen de sleutel. Bij Shintō Labs blijven we daar met volle overtuiging aan werken — samen met onze Brabantse partners, aan een toekomstbestendige, leefbare en datagedreven woningbouw.

Update: Digitaal Magazine

Heb je de Dag van het Wonen gemist? Of wil je alles nog eens rustig nalezen? In deze digitale terugblik vind je sfeerbeelden, verslagen van de kennissessies, de winnaars van de Brabantse Stijlprijs en linkjes naar de gegeven presentaties.

Zie ook

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Publieke monitor of publiek-private monitor? Tijd voor helderheid.

In mijn gesprekken met gemeenten, provincies en marktpartijen over de woningbouwopgave komt steevast één vraag terug: hoe houden we grip op de voortgang? Niet op de ambities of beloftes, maar op de realisatie. En steeds vaker gaat dat gesprek niet alleen over beleid of plancapaciteit, maar over data. Over monitoring. Over inzicht als basis voor sturing en liefst versnelling. Vanuit dat perspectief merk ik regelmatig dat er verwarring ontstaat over twee begrippen: de ‘publieke monitor’ en de ‘publiek-private monitor’. Twee termen die op elkaar lijken, maar in praktijk iets heel anders betekenen. En omdat die verwarring tot misverstanden leidt, wil ik in deze blog beide begrippen uit elkaar trekken en laten zien hoe we er met Juno op inspelen.

Wat bedoelt het Rijk met een Publiek-Private Monitor?

De term ‘publiek-private monitor’ (vaak afgekort tot PPM) is afkomstig van het Taskforce Versnelling Woningbouw van RVO. In december 2024 is tijdens de Woontop afgesproken dat elke regio of versnellingstafel vanaf 1 juli 2025 met een PPM zou moeten werken. In mei 2025 is dit nogmaals bekrachtigd in een Kamerbrief van minister Mona Keijzer (VRO).

Een PPM is in deze context géén softwareproduct, maar een samenwerkingsinstrument. Het doel: een gedeeld beeld creëren van de woningbouwprojecten die er echt toe doen, inclusief eventuele knelpunten, zodat overheid en marktpartijen samen kunnen versnellen. Denk aan corporaties, ontwikkelaars, gemeenten en provincies die aan één tafel zitten en afspraken maken op basis van actuele en betrouwbare informatie.

De handreiking over PPM van de Taskforce Versnelling Woningbouw beschrijft de uitgangspunten: richt je op sleutelprojecten, houd het overzichtelijk, zorg voor een beperkte set indicatoren, breng knelpunten in beeld en maak afspraken over eigenaarschap en vertrouwelijkheid van de data.

Handleiding voor een effectieve Publiek-Private Monitor (PPM)

Geen verplichting, wél duidelijke verwachting

Belangrijk om te benadrukken: er is op dit moment geen wettelijke verplichting voor gemeenten om een PPM te hebben. Wat er wel ligt, zijn beleidsrichtlijnen en stevige verwachtingen vanuit het Rijk.

Twee dingen springen eruit:

  1. Gemeenten worden geacht data aan te leveren voor landelijke monitoring (zoals de LMVW).
  2. Gemeenten moeten openheid bieden richting marktpartijen en andere ketenpartners, bijvoorbeeld via een PPM-achtige werkwijze.

Het ministerie spreekt dus van ‘verwachtingen’ en ‘afspraken’, maar niet van een formeel juridisch kader. Tegelijkertijd is het duidelijk dat gemeenten niet om dit onderwerp heen kunnen: het is de norm aan het worden in samenwerking tussen overheid en markt.

En dan de ‘publieke monitor’?

Ook hierover merk ik verwarring. Sommige gemeenten denken dat het Rijk met een ‘publieke monitor’ doelt op een verplichte openbare woningbouwkaart. Maar dat is niet wat bedoeld wordt. De term ‘publiek’ verwijst hier naar het feit dat de monitor wordt gebruikt door publieke organisaties (gemeente, provincie). In die zin is bijvoorbeeld de woningbouwmonitor in Juno (WBM) een publieke monitor. Wanneer een gemeente wél de wens heeft om projectinformatie te delen met inwoners, raadsleden of andere betrokkenen, dan kan dat via de openbare woningbouwkaart (Juno OWK). Maar dat is een keuze, geen verplichting.

Openbare woningbouwkaart Gemeente Eindhoven

Hoe Juno aansluit op de praktijk en de beleidslijn

Wij hebben de PPM-module van Juno ontwikkeld in directe afstemming met de makers van de handreiking Samen aan het stuur! Handleiding voor een effectieve Publiek-Private Monitor (PPM). Niet als extra systeem, maar als uitbreiding op Juno WBM. De data die gemeenten toch al bijhouden in Juno, wordt daarmee ook bruikbaar voor de versnellingstafel.

Wat de module uniek maakt, is de focus op wat er écht toe doet aan tafel:

  • Alleen de relevante sleutelprojecten worden getoond (zoals woondealprojecten of versnellingskandidaten).
  • De belangrijkste indicatoren uit de handreiking zijn beschikbaar, inclusief specifieke visualisaties voor voortgang en knelpunten.
  • De knelpuntenanalyse (denk aan: bezwaarprocedures, vergunningen, stikstof, financiering) wordt letterlijk naar de voorgrond gehaald.

De module is dus geen kopie van Juno WBM, maar een toegespitste werkruimte voor de deelnemers van de versnellingstafel: van voorzitter tot ontwikkelaar. Zo blijft de complexiteit achter de schermen, en staat de gezamenlijke opgave centraal.

Tot slot

Met Juno WBM kunnen gemeenten al voldoen aan de datavraag van provincies en het Rijk. Met Juno PPM bouwen we daar bovenop een ‘digitale werktafel’ waarin overheid en markt samenwerken op basis van gedeelde informatie. Precies zoals het ministerie het voor zich ziet. Zonder verwarring, mét regie. Ben jij benieuwd hoe we jouw werk met Juno kunnen versterken? Neem dan contact met ons op!

P.s. op donderdag 23 oktober a.s. verzorgen we samen met Ruud Kruip, adviseur, mede-auteur van de handleiding PPM en initiatiefnemer van publiekprivatemonitor.nl, een presentatie tijdens de Brabantse Dag van het Wonen over Publiek-Private Monitor. Zie voor meer informatie de congreswebsite.

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

 

Foto door cyril mzn via Unsplash

Sturen op woningbouw met AI: van datasysteem naar regieplatform

Bij Shintō Labs zijn we continu bezig met de vraag: hoe kunnen we Juno nog waardevoller maken voor onze gebruikers? In gesprekken met gemeenten, provincies en partners horen we steeds vaker interesse in de inzet van artificial intelligence (AI). Tegelijkertijd zien we dat AI zich razendsnel ontwikkelt — niet alleen als techniek, maar ook als denkwijze. We zijn daarom aan het verkennen hoe we AI op een doordachte en bruikbare manier kunnen integreren binnen Juno. Wat zou het kunnen betekenen voor dataverwerking, monitoring, beleidsanalyses of samenwerking met externe partijen? En hoe ziet de toekomst eruit als we Agentic AI inzetten als ondersteuning voor de beleidsadviseur?

In deze blog delen we onze eerste ideeën en verkenningen. Geen productaankondiging, maar een inkijkje in hoe wij als ontwikkelaars, ontwerpers en denkers kijken naar de rol van AI in het woningbouwdomein. We nodigen je uit om mee te denken.

AI als motor voor conversie en dataverrijking

Gemeentelijke beleidsinformatie is zelden netjes gestructureerd. Het zit in PDF’s, in e-mails, in raadsvoorstellen of in losse Excelbestanden van een woningcorporatie. Op dit moment moeten gebruikers zelf deze informatie overnemen in Juno. Maar AI kan helpen door deze gegevens automatisch te herkennen en om te zetten naar het juiste datamodel. Denk aan een algoritme dat een projectplan leest, herkent dat het om 48 woningen in de middenhuur gaat met start bouw in Q1 2026, en dit meteen correct in het systeem zet.

Ook onduidelijke, contextafhankelijke informatie kan door AI worden geïnterpreteerd. Als er bijvoorbeeld sprake is van een ‘optopping van een bestaand gebouw’, weet het model straks: dit telt als woningbouw via verbouw, en moet dus anders verwerkt worden dan reguliere nieuwbouw.

AI als copiloot bij het maken van analyses

Veel gebruikers willen “meer uit Juno halen” zonder dat ze zelf diep in de filters hoeven te duiken. Door AI toe te voegen aan de interface, kun je als gebruiker straks in gewone taal vragen stellen aan het systeem: “Toon alle projecten in mijn gemeente die meer dan 12 maanden vertraging oplopen” of “Geef me alle projecten waarvan de betaalbaarheidscategorie nog onbekend is.”

Maar AI kan ook zelfstandig verbanden leggen: zijn er geografische clusters waar projecten structureel vertragen? Welke projectontwikkelaars komen vaak voor bij vertraagde oplevering? Wat is de impact van een beleidswijziging in de provincie op de regionale plancapaciteit? Dit soort analyses worden mogelijk door AI-modellen die continu meekijken naar het geheel van de data, niet alleen individuele projecten.

Slimmer omgaan met administratie en invoer

Een veelgehoorde drempel bij het werken met monitorsystemen is het handmatig invoeren van gegevens. Door AI slim in te zetten, kan dat proces versneld én verrijkt worden. Bijvoorbeeld door automatische suggesties te geven op basis van eerdere invoer (“Bedoel je hier fase 2 van project De Akkers?”), of door het systeem incomplete invoer te laten aanvullen met voorgestelde waarden.

Ook kan AI meekijken tijdens het invullen en waarschuwen als iets niet klopt — bijvoorbeeld als de start bouw vóór de vergunningsdatum ligt, of als een project 600 woningen bevat terwijl het gekoppeld is aan een plan voor 120. Op die manier fungeert AI als een oplettende collega die meekijkt en helpt, zonder dat je erom hoeft te vragen.

AI als brug naar externe informatiebronnen

Een terugkerende uitdaging is dat gemeenten vaak afhankelijk zijn van informatie van anderen: projectleiders, gebiedsregisseurs, corporaties of marktpartijen. Wat als AI je hierbij zou kunnen helpen? Een agent zou bijvoorbeeld namens de gemeente automatisch gegevensverzoeken kunnen uitsturen naar externe partners, en de ontvangen informatie zelfstandig verwerken — inclusief signalering van ontbrekende onderdelen of tegenstrijdigheden.

Ook openbare bronnen kunnen worden benut. AI kan bijvoorbeeld automatisch besluiten van het college of de raad analyseren en beoordelen of ze relevant zijn voor de woningbouwplanning in Juno. Daarmee wordt de beleidsadviseur niet alleen ontlast, maar ook versterkt: het systeem attendeert je proactief op belangrijke informatie.

Van AI-tool naar agent: de toekomst van Juno

De volgende stap is het ontwikkelen van zogeheten AI-agents: digitale assistenten die zelfstandig taken uitvoeren binnen een duidelijke opdracht en context. Denk aan een planningsagent die continu in de gaten houdt of projecten nog op schema liggen en tijdig adviseert bij afwijkingen. Of een beleidsagent die op basis van Juno-data alternatieve beleidsstrategieën genereert, bijvoorbeeld voor het halen van woningbouwdoelstellingen uit woondeals.

De echte kracht van Agentic AI zit in de mogelijkheid om doelgericht en proactief te werken. Zo’n agent wacht niet tot jij iets vraagt, maar komt zelf met relevante suggesties, stelt prioriteiten voor rapportages, of signaleert structurele datagebreken.

Tot slot: van monitor naar meedenker

Met de inzet van AI verandert Juno van een registratiesysteem naar een actieve partner in de woningbouwopgave. Door slim gebruik te maken van technologie kunnen we routinewerk reduceren, betere inzichten ontsluiten en samenwerking met partners versnellen. En met Agentic AI aan de horizon komt de beleidsadviseur niet alleen sterker te staan, maar ook minder alleen te staan.

Ben jij benieuwd hoe AI jouw werk met Juno kan versterken? Of heb je ideeën voor slimme agents? Neem dan contact met ons op!

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Van losse excels naar één cockpit: zo helpt Juno bij regie op de woningbouwopgave

De woningbouwopgave in Nederland is enorm: honderdduizenden woningen moeten erbij, onder hoge tijdsdruk en met beperkte ruimte. Er zijn prestatieafspraken, woondeals, NOVEX-gebieden, woonzorgopgaven — en daarbovenop steeds meer behoefte aan transparantie richting bestuur en samenleving. Maar wie heeft eigenlijk het overzicht? En wie stuurt?

In veel gemeenten en provincies blijkt de informatie over woningbouwprojecten nog altijd verspreid over Excel-sheets, losse kaarten, afzonderlijke systemen of ouderwetse handmatige overzichten. Het gevolg: geen gedeeld beeld, geen duidelijke regie, en dus geen versnelling. Dat is precies waar Juno voor is ontworpen: een platform dat van versnippering naar samenhang gaat. Van reactief rapporteren naar proactief sturen. En van registreren naar regisseren.

Eén platform, meerdere doelen

Juno is geen ‘tooltje’, geen kaartje met filters. Het is een modulair dataplatform dat meegroeit met de praktijk — en zich bewijst bij meer dan 100 gemeenten, regio’s en provincies.

Het fundament bestaat uit vier onderdelen:

  • Juno WBM – de woningbouwmonitor voor intern gebruik: betrouwbare registratie, filters, dashboards en rapportages.
  • Juno OWK – de openbare woningbouwkaart voor transparantie richting inwoners, raadsleden en marktpartijen.
  • Juno API – koppelingen met GIS, dashboards, open data en andere beleidsdomeinen.
  • Juno PPM – een publiek-private monitor waarin overheid en marktpartijen vertrouwelijk kunnen samenwerken.

Elk onderdeel is ontworpen met het idee dat woningbouw een keten is van afhankelijkheden, waarbij samenwerking en actuele informatie cruciaal zijn.

Meer dan inzicht: structuur, kwaliteit en samenwerking

Wat Juno onderscheidt van andere oplossingen, is de aandacht voor datakwaliteit en procesondersteuning. Het platform valideert invoer, houdt geschiedenis bij, signaleert veroudering van informatie, en maakt gebruik van een slimme autorisatiestructuur. Je weet dus niet alleen wat er gebouwd wordt — maar ook wanneer, door wie en met welk doel.

Daarnaast ondersteunt Juno samenwerking op alle niveaus:

  • Binnen gemeenten: beleidsadviseurs, gebiedsregisseurs, dataspecialisten werken met hetzelfde systeem.
  • Tussen overheden: informatie stroomt van gemeente naar provincie naar Rijk – conform de Basisset Woningbouw.
  • Met de markt: ontwikkelaars en corporaties kunnen gecontroleerd meewerken in een gedeelde omgeving.

En dankzij de Juno Taxonomie kan elk dataprofiel lokaal worden aangepast, zonder dat landelijke vergelijkbaarheid verloren gaat.

Vooruitkijken: Juno + AI

In ons volgende blog over AI in Juno schrijven we hoe we toewerken naar een toekomst waarin Juno steeds meer gaat meedenken. Niet alleen signaleren dat iets mist, maar ook voorstellen wat je kunt doen. Denk aan:

  • AI-gestuurde dataverrijking
  • Automatische meldingen bij afwijkingen of vertraging
  • Agentic AI die beleidsadviseurs actief ondersteunt in hun regierol

Deze ontwikkeling is al gestart. Niet als trucje, maar als onderdeel van onze visie: beleidsmedewerkers uit de administratie halen en in de cockpit zetten.

Meer weten?

In ons whitepaper ‘Juno: cockpit voor de woningbouwopgave’ lees je uitgebreid hoe het platform is opgebouwd, hoe het zich in de praktijk bewijst, en hoe we samen met gebruikers bouwen aan de toekomst. Benieuwd hoe Juno jouw gemeente, regio of provincie kan helpen bij het realiseren van woningbouw? Neem dan contact met ons op, we denken graag met je mee.

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits: Andrés Dallimonti via Unsplash

Van plannen naar projecten: zo helpt de Woningbouwimpuls gemeenten vooruit

In een eerdere blog schreven we over de Realisatiestimulans: een regeling die gemeenten vanaf 2026 beloont met €7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw is gestart. Maar dat is niet de enige rijksregeling die woningbouw stimuleert. Er is ook de Woningbouwimpuls (WBI) — een krachtig instrument dat zich richt op het financieel mogelijk maken van woningbouwprojecten met een onrendabele top. In deze blog leggen we uit wat de Woningbouwimpuls precies is, hoe je als gemeente gebruik kunt maken van de regeling, en waarom data en monitoring — en dus ook Juno — een belangrijke rol spelen bij een succesvolle aanvraag.

Wat is de Woningbouwimpuls?

De Woningbouwimpuls is een subsidieregeling van het Rijk waarmee gemeenten steun kunnen aanvragen voor woningbouwprojecten met een aantoonbaar publiek financieel tekort. De regeling bestaat al sinds 2020 en is inmiddels toe aan de zevende tranche.

Doel: versnelling van woningbouw door het overbruggen van de financiële kloof die publieke partijen ervaren bij bijvoorbeeld de aanleg van infrastructuur, bodemsanering of gebiedsontwikkeling.

Belangrijkste kenmerken:

  • Project moet leiden tot minimaal 200 netto nieuwe woningen (nieuwbouw minus sloop).
  • Minstens 50% van deze woningen moet betaalbaar zijn (sociale huur, middenhuur of betaalbare koop).
  • Gemeenten moeten aantonen dat er sprake is van een onrendabele top op de publieke grondexploitatie.
  • De bijdrage van het Rijk mag maximaal 50% van dit tekort dekken.
  • De bouw van de eerste woningen moet binnen 3 jaar na toekenning starten.

Hoe dien je een aanvraag in?

De aanvraagprocedure loopt via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en is relatief technisch:

  1. Opstellen van een businesscase, inclusief begroting, taxatie en exploitatieopzet.
  2. Ingevuld aanvraagformulier + begeleidende brief van B&W.
  3. Inzicht in verwachte start bouw, verwachte opbrengsten, onderliggende kostenposten.
  4. Duidelijke onderbouwing van de publieke noodzaak en de bijdrage aan versnelling

Let op: als woningen in het project al eerder rijkssteun hebben ontvangen, bijvoorbeeld via de Realisatiestimulans, moet dit expliciet worden toegelicht. Stapeling van subsidies is slechts beperkt toegestaan.

Hoe helpt data bij een goede aanvraag?

Een sterke WBI-aanvraag steunt op harde data:

  • Inzicht in de woningbouwprogrammering (types woningen, fasering).
  • Verankerde afspraken met ontwikkelaars en woningcorporaties.
  • Gebiedsgegevens zoals BAG-verblijfsobjecten, polygonen, luchtfoto’s, ontsluitingen en grondwaardes.
  • Monitoring van voortgang richting start bouw en vergunningverlening.

Met Juno helpen we gemeenten deze informatie te ontsluiten en te structureren.

Wat is de rol van Juno?

Juno biedt gemeenten een geïntegreerd woningbouwdashboard waarmee zij niet alleen hun projecten kunnen monitoren, maar ook data kunnen aanleveren voor rijksregelingen zoals de WBI of Realisatiestimulans:

  • Woningbouwmonitor (WBM): actueel overzicht van projecten, fasering en woningtypen.
  • Koppeling met BAG-data: essentieel voor het onderbouwen van start bouw en woningtypen.
  • Verantwoording en rapportage: data eenvoudig exporteren voor bijlage of toetsing.
  • Planning & prioritering: waar zit de grootste kans op versnelling?

Bovendien helpt Juno bij het identificeren van projecten waar een onrendabele top speelt — zodat je als gemeente proactief kunt bepalen waar een WBI-aanvraag kansrijk is.

Realisatiestimulans of WBI?

De Realisatiestimulans (vanaf 2026) en de Woningbouwimpuls zijn complementair:

Tot slot

De Woningbouwimpuls is geen simpele subsidie, maar voor gemeenten met grootschalige plannen kan het nét het duwtje in de rug zijn dat nodig is. Goede data, strakke monitoring en integrale samenwerking zijn de sleutel tot een succesvolle aanvraag. Met Juno bouw je niet alleen aan woningen, maar ook aan het fundament voor toekomstbestendige woningbouwsturing.

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits: Danist Soh via Unsplash

De Publiek Private Monitor (PPM) van Juno: één fundament voor versnellingstafels én gemeenten

Het versnellen van woningbouw vraagt om samenwerking. Aan regionale en lokale versnellingstafels komen gemeenten, ontwikkelaars en corporaties samen om voortgang te bewaken, knelpunten te bespreken en slimme keuzes te maken. Die samenwerking begint met gedeelde informatie. Met de nieuwe Publiek-Private Monitor (PPM) module binnen Juno maken we dat eenvoudiger, slimmer en toekomstbestendig.

Eén fundament, twee werelden

Wat de Publiek-Private Monitor (PPM) van Juno uniek maakt, is dat het gebouwd is op het bestaande datamodel van Juno. Gemeenten hoeven dus niet handmatig een nieuwe lijst met projecten aan te leveren. Alle relevante projectdata zijn al beschikbaar – actueel en betrouwbaar. Tegelijkertijd sluit de module naadloos aan op de werkwijze van versnellingstafels zoals voorgesteld in de landelijke handreiking voor Publiek-Private Monitoring.

De uitwisseling van informatie tussen beide werelden wordt zo vanzelfsprekend. Gemeenten behouden grip op hun eigen data, terwijl versnellingstafels kunnen rekenen op een gedeeld, rijk fundament voor het goede gesprek.

Gebouwd op de landelijke handreiking

De module volgt nauwgezet de structuur en indicatoren zoals opgenomen in de handleiding “Samen aan het stuur!” van RVO. Denk aan:

  • Duidelijke projectinformatie (zoals woningtype, prijssegment, jaarschijven)
  • Inzicht in mijlpalen en planningen (met datumvelden voor monitoring)
  • Registratie van knelpunten (met standaardcategorieën én ruimte voor toelichting)

De Publiek-Private Monitor helpt versnellingstafels zo niet alleen bij verantwoording, maar vooral bij sturing.

Onafhankelijk en modulair

Een belangrijk uitgangspunt is dat de Publiek-Private Monitor geen gesloten systeem is. Het is een bouwsteen binnen het bredere Juno platform. Dat betekent: geen afhankelijkheid van specifieke adviseurs, softwareleveranciers of werkvormen. De module is geschikt voor elke tafel – lokaal of regionaal – en kan zowel door gemeenten als marktpartijen worden gebruikt.

Tegelijkertijd biedt het ruimte aan goede begeleiding. Want software helpt, maar het zijn de mensen aan tafel die het verschil maken. De Publiek-Private Monitor ondersteunt dat proces, zonder het over te nemen.

Van data naar duiding

Wat Juno écht onderscheidt, is de mogelijkheid om snel inzicht te krijgen:

  • Doorlooptijden van projecten in beeld via slimme formules
  • Visuele signalering bij stagnerende mijlpalen
  • Analyse van knelpunten op basis van stoplichtsystematiek
  • Koppeling met andere data zoals woningbehoefte of voortgangsrapportages

En dat alles in één omgeving waar ook de gemeentelijke woningbouwmonitor wordt bijgehouden.

Klaar voor de toekomst

De Publiek-Private Monitor sluit aan bij de ontwikkelingen rond Basisset 2.0 – een gezamenlijke taal voor woningbouwdata. Daarmee is de module niet alleen bruikbaar in het hier en nu, maar ook toekomstvast in een landschap waar gegevensuitwisseling steeds belangrijker wordt.

Conclusie

De Publiek-Private Monitor van Juno is ontwikkeld om versnellingstafels en gemeenten écht te ondersteunen. Het is geen losstaande tool, maar een intelligente uitbreiding op bestaande werkprocessen en databronnen. Met minder handmatig werk, meer inzicht en maximale flexibiliteit. Zo wordt het goede gesprek aan tafel een stuk beter voorbereid – en de woningbouw een stap verder geholpen.

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits Braden Collum via Unsplash

Koppelen met Juno: de API maakt het mogelijk

Je hoort het steeds vaker: ‘Je kunt ook via de API koppelen.’ Maar wat is een API precies – en wat kun je ermee in het kader van woningbouwmonitoring? In deze blog leggen we het uit.

Wat is een API?

API staat voor Application Programming Interface. Kort gezegd is het een set afspraken die het mogelijk maakt voor verschillende softwaretoepassingen om met elkaar te communiceren. Je kunt het vergelijken met een ober in een restaurant: jij doet je bestelling, de ober geeft het door aan de keuken, en komt vervolgens terug met je gerecht. De API is de ‘ober’ die zorgt dat jouw systeem informatie kan opvragen of aanleveren bij een ander systeem – zonder dat je precies hoeft te weten hoe die ‘keuken’ erachter werkt.

Een API is dus een soort digitale brug tussen systemen. Denk bijvoorbeeld aan een GIS-systeem dat automatisch projectdata uit Juno ophaalt, of een dashboard dat actuele woningbouwcijfers laat zien door live gegevens via de API op te vragen.

Wat doet de Juno API?

De Juno API maakt het mogelijk om koppelingen te realiseren tussen Juno en andere applicaties. Denk bijvoorbeeld aan GIS-systemen, dataplatformen of dashboards die je als gemeente of provincie al gebruikt. Daarmee wordt Juno geen losstaande omgeving, maar een integraal onderdeel van je bestaande werkproces.

De Juno API wordt geleverd inclusief technische documentatie in de vorm van een Jupyter Notebook. Deze documentatie laat precies zien:

  • hoe je de API aanroept;
  • hoe registratie, authenticatie en beveiliging werkt;
  • welke API-requests beschikbaar zijn;
  • en wat je kunt verwachten qua output.

Met deze informatie kunnen mensen met enige technische kennis zelf aan de slag om een koppeling te maken. Is er toch meer begeleiding nodig? Dan kan dat – maar dat valt buiten het standaardaanbod van de API.

Praktisch gebruik: van netcongestie tot mobiliteit

Wat de Juno API extra krachtig maakt, is dat de informatie uit Juno breder toepasbaar is dan alleen binnen de woningbouwcontext. Door Juno te koppelen aan andere systemen kun je ruimtelijke en maatschappelijke opgaven integraal analyseren.

Een goed voorbeeld is de toenemende aandacht voor netcongestie. Gemeenten willen inzicht in waar de elektriciteitsvraag zal toenemen, bijvoorbeeld door nieuwe woningbouwprojecten. Door Juno te koppelen aan een GIS-systeem waarin ook informatie over het elektriciteitsnet en de ruimtelijke context staat, ontstaat een veel completer beeld: niet alleen waar de ruimte nu beperkt is, maar ook waar de druk op het net in de toekomst zal toenemen.

Een ander relevant voorbeeld is mobiliteitsbeleid. Inzicht in de geplande woningbouw helpt om voorspellingen te doen over toekomstige verkeersstromen, benodigde ov-capaciteit of fietsinfrastructuur. Door Juno-data via de API in te laden in mobiliteitsmodellen of kaarten, kun je onderbouwde keuzes maken voor investeringen en beleid.

Kortom

De Juno API is geen technische ‘extra’, maar een strategische bouwsteen voor datagedreven werken aan complexe ruimtelijke opgaven. Of het nu gaat om woningbouw, energie, mobiliteit of iets anders: met de juiste koppelingen via de API maak je van data een krachtige motor voor beleid.

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits Markus Winkler via Unsplash

De Realisatiestimulans komt eraan: waarom goede monitoring belangrijker is dan ooit

Vanaf 2026 ontvangen gemeenten een bijdrage van €7.000 per betaalbare woning die daadwerkelijk gebouwd wordt. Met de nieuwe Realisatiestimulans wil het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) een duidelijke verschuiving inzetten: van plannen maken naar woningen bouwen. Maar om in aanmerking te komen voor deze bijdrage is één ding cruciaal: een goede, betrouwbare en actuele registratie van woningbouwplannen.

Wat is de Realisatiestimulans?

De regeling is een forse financiële prikkel om het tempo in de woningbouw op te schroeven. Gemeenten krijgen de bijdrage niet voor wat op papier staat, maar voor woningen waarvan de bouw daadwerkelijk is gestart in het voorgaande kalenderjaar. Het gaat daarbij om:

  • Betaalbare koopwoningen
  • Middenhuur
  • Sociale huur

De eerste uitkering vindt plaats in najaar 2026. Hiervoor moeten gemeenten in het voorjaar van dat jaar zelf gegevens aanleveren over het aantal daadwerkelijk gestarte woningen.

Registratie is randvoorwaarde voor succes

Uit een recent overleg (“botsproef”) tussen VRO en een aantal gemeenten blijkt: veel hangt af van hoe goed gemeenten hun woningbouwplannen bijhouden. Een aantal concrete aandachtspunten:

  • Wat telt als start bouw? Aansluiting bij de BAG-definitie is wenselijk, maar vergt ook gemeentelijke betrokkenheid bij het signaleren en vastleggen.
  • Wat is betaalbaar? Betaalbaarheid moet onderbouwd kunnen worden met documenten zoals anterieure overeenkomsten of bestemmingsplannen.
  • Welk detailniveau is haalbaar? Gemeenten geven aan dat registratie op planniveau de voorkeur heeft — maar dat vereist wel intern overzicht.

Het Rijk streeft naar een regeling met lage administratieve lasten, maar dan moeten gemeenten wel tijdig en gestructureerd de juiste gegevens kunnen leveren.

Hoe Juno hierbij helpt

Juno is hét dataplatform voor woningbouwmonitoring, en biedt gemeenten precies de tools die nodig zijn voor een effectieve uitvoering van de Realisatiestimulans:

  • Projectregistratie op planniveau: Inzicht in start bouw, categorie en locatie van projecten.
  • Inzicht in betaalbaarheid: Mogelijkheid om projectgegevens te koppelen aan beleidsafspraken of prijssegmenten.
  • Data-analyse & rapportage: Automatisch inzicht in het aantal startende woningen per jaar.
  • Audittrail & controle: Alle wijzigingen worden gelogd, wat ondersteuning biedt bij verantwoording.

Door met Juno te werken, bouwen gemeenten aan een solide basis voor monitoring én kunnen zij aantonen dat ze in aanmerking komen voor de bijdrage.

Van registratie naar agendering

Goede registratie vraagt niet alleen om het juiste systeem, maar ook om aandacht, capaciteit en samenwerking binnen de organisatie. Denk aan:

  • Afstemming tussen afdelingen als vergunningverlening, planeconomie en databeheer.
  • Heldere procesafspraken over wie verantwoordelijk is voor het bijhouden van informatie.
  • Intern agenderen dat monitoring en datakwaliteit geen bijzaak meer zijn, maar een voorwaarde om geld te krijgen.

De Realisatiestimulans biedt zo niet alleen geld voor woningbouw, maar ook een kans om monitoring op de kaart te zetten.

Conclusie: wie bijhoudt, bouwt beter én ‘verdient geld’

De Realisatiestimulans beloont gemeenten die daadwerkelijk bouwen — mits ze het goed registreren. Met Juno als ondersteunend platform kunnen gemeenten hun woningbouwmonitoring professionaliseren, administratie vereenvoudigen en hun recht op middelen veiligstellen. Tijd dus om monitoring structureel op de agenda te zetten!

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits: Nikguy from Pixabay

Hoe de Basisset 2.0 helpt bij gegevensuitwisseling over de woningbouwopgave met Juno

In mei en juni 2024 is binnen het bestuurlijk overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (BO VRO) de Basisset 2.0 vastgesteld. Deze uniforme set gegevensspecificaties vormt de ruggengraat van de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW) – een samenwerking tussen VNG, IPO en het ministerie van VRO. Gemeenten leveren hiermee tweemaal per jaar gestandaardiseerde gegevens aan over hun woningbouwplannen, zodat sturing op voortgang mogelijk wordt op lokaal, regionaal en nationaal niveau.

Wat is er nieuw?

De Basisset 2.0 bouwt voort op de eerdere versie uit 2022, maar kent belangrijke vernieuwingen:

  • Locatiegegevens als polygonen, geschikt voor koppeling met andere ruimtelijke data
  • Actuele planstatussen, afgestemd op de Omgevingswet
  • Prijssegmentering en eigendomscategorieën, volgens woondealdefinities
  • Nieuwe indicatoren zoals tijdelijke woningen, ouderenhuisvesting, realisatiestatus en vervallen plannen

Deze wijzigingen maken landelijke vergelijking mogelijk, maar stellen ook hogere eisen aan lokale registratie, gegevensbeheer en uitwisseling.

Standaardisering met ruimte voor lokaal maatwerk

Bij Shintō Labs staan we volledig achter deze beweging naar standaardisatie. Sterker nog: we verweven de Basisset 2.0 en het Dataprotocol LMVW direct in onze productontwikkeling. Maar daar blijft het niet bij. De kracht van Juno is dat we balans brengen tussen landelijke uniformiteit en lokale flexibiliteit onder het motto:

Generiek waar het moet, maatwerk waar het kan.

Onze oplossing ondersteunt de volledige LMVW-structuur én biedt ruimte voor gemeentelijke wensen, aanvullende velden of lokale begrippen. Zo wordt Juno niet alleen een instrument voor landelijke rapportage, maar ook een krachtig stuurmiddel voor lokale woningbouwstrategieën.

Wat biedt Juno concreet?

Met Juno kunnen gemeenten en provincies onder andere:

  • Polygonen tekenen en beheren per woningbouwplan
  • Planstatussen vastleggen (harde/zachte plannen, realisatie, vervallen status)
  • Prijssegmenten en doelgroepen registreren zoals gedefinieerd in de woondeals
  • Vertrouwelijke plannen afschermen volgens het Dataprotocol LMVW
  • Gegevens exporteren voor de halfjaarlijkse uitvraag door de provincie, exact volgens de Basisset 2.0
  • Aanvullende velden beheren voor lokaal gebruik (bijv. interne processtatussen, participatie-info)

Deze aanpak maakt Juno een robuust fundament voor zowel interne beleidsmonitoring als verantwoording naar het Rijk.

Klaar voor de toekomst

De Basisset is volop in ontwikkeling. Voor het najaar van 2024 staat versie 2.1 op de planning, met uitbreiding naar onder meer:

  • Betrokken partijen per plan (ontwikkelaars, corporaties)
  • Knelpuntenregistratie
  • Plan- en uitvoeringsmijlpalen (zoals vergunningsaanvraag, start bouw)

Bij Shinto Labs volgen we deze ontwikkelingen nauwgezet. Onze roadmap is er volledig op gericht om Juno tijdig aan te passen, zodat gebruikers probleemloos kunnen blijven voldoen aan nieuwe standaarden.

Conclusie

De Basisset 2.0 markeert een belangrijke stap in de professionalisering van woningbouwmonitoring in Nederland. Bij Shinto Labs geloven we dat standaardisering én flexibiliteit hand in hand kunnen gaan. Juno biedt hiervoor de juiste balans: een systeem dat voldoet aan landelijke eisen, maar ontworpen is rond de praktijk van lokale gebruikers.

Meer informatie?

Meer weten over Juno of benieuwd wat het voor jouw provincie, gemeente of regio kan betekenen? Neem contact met ons op!

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits: Etienne Girardet via Unsplash