Kwetsbare personen in de samenleving: meekijken in een Design Sprint

/door 

Afgelopen juni voerden we een Design Sprint uit rondom ‘kwetsbare personen’ in de samenleving. Een, voor ons, super-interessant onderwerp waar we graag induiken. In deze blog geven we een inkijkje in deze Design Sprint, en het prototype dat daaruit is ontstaan. 

Deze Design Sprint was onderdeel van een van tien gemeentelijke proeftuinen die als doel hebben zicht te krijgen op de groep mensen met een (psychische) kwetsbaarheid met extra zorg- en ondersteuningsbehoefte. Dat inzicht helpt om de zorg informatiegestuurd en gebiedsgericht te kunnen inzetten – oftewel: de juiste zorg op de juiste plek. Concreet had de Design Sprint een drietal doelen: het op gang brengen van een nuttige discussie over de invulling van het begrip ‘(psychische) kwetsbaarheid’, het vormen van een voorstel van een bruikbaar instrument waarmee inzicht in die groep verkregen kan worden, en het op een rij krijgen van relevante databronnen en indicatoren.

De Design Sprint

Het programma van deze Design Sprint was gelijk aan het merendeel van onze Design Sprints. De eerste drie dagen hebben we gebruikt om de ‘big challenge’ te verkennen, op zoek te gaan naar relevante indicatoren, en tot een ontwerp van een prototype te komen. Op dag vier hebben we dit ontwerp omgezet tot een prototype, waarin we gebruik maken van zoveel mogelijk echte data (dag 4 duurt in de praktijk langer dan een dag overigens). Op dag 5 valideerden we het prototype met experts van allerlei verschillende achtergronden. Tot ons grote plezier kon deze Design Sprint fysiek plaatsvinden: in een grote ruimte met meer dan genoeg plek voor het hele Sprint-team!

Bij deze Design Sprint was een breed scala aan experts betrokken. Vanuit de gemeente, die het initiatief nam, waren experts aanwezig uit zowel het sociaal domein, het ruimtelijk domein en het veiligheidsdomein, aangevuld met onderzoekers en analisten. Interessant aan de samenstelling van dit team was dat ook verschillende partners van de gemeente in het Sprint-team zaten – denk aan de politie en de GGD. Verder werden op verschillende momenten tijdens de Design Sprint extra ‘zorgexperts’ ingebeld.

Het begrip ‘kwetsbaarheid’

Wat interessant was aan deze Design Sprint was dat we uitgebreid hebben stilgestaan bij het begrip ‘(psychisch) kwetsbaren’. Dit is een term die bij iedereen associaties oproept, maar moeilijk te definiëren is. Daarnaast is het een heel gelaagd begrip, waar eigenlijk iedereen in meer of mindere mate mee te maken kan hebben. De vraag is dus niet alleen ‘wanneer is een persoon kwetsbaar?’ maar ook ‘welke kwetsbare personen hebben extra zorg of ondersteuning nodig?’, ‘hoe komt het dat we bepaalde doelgroepen niet in beeld hebben?’. Tijdens de Design Sprint werd dan ook meerdere keren benadrukt dat naast kwetsbare personen zelf ook de sociale en fysieke omgeving van kwetsbare personen relevant is.

De OGGZ-ladder als kapstok

Een ander doel van de Design Sprint was, zoals we al eerder noemden, het identificeren van indicatoren die relevant zijn voor het inzichtelijk maken van de aard, omvang en locatie van de doelgroep. Om dat te kunnen doen zijn we tijdens de Sprint gezamenlijk op zoek gegaan naar een ‘kapstok’ om op een systematische manier indicatoren te inventariseren. We zijn daarbij uitgekomen op de OGGZ-ladder. Dit model is in 2006 ontwikkeld in het kader van sociale in- en uitsluiting van kwetsbare burgers. De OGGZ-ladder bestaat uit vijf ‘treden’: risicogroepen in de algemene bevolking (treden 0 en 1), groepen kwetsbare mensen in de gemeenschap en (weer) onder dak (trede 2), groepen kwetsbare mensen in instituties (trede 3) en groepen kwetsbare mensen zonder dak (trede 4). Deze treden zeggen iets over de ernst van de problemen, maar kan ook informatief zijn wat betreft het nodige zorgaanbod of preventieve maatregelen. Het onderscheid tussen de treden draagt verder bij aan een gebiedsgerichte aanpak omdat het de mogelijkheid biedt verschillende groepen mensen te lokaliseren aan de hand van de manier waarop ze zijn gehuisvest: in een eigen woonruimte, in een institutie, of op straat. Iedere trede is onderverdeeld in de domeinen bestaansvoorwaarden, veiligheid, relaties en gezondheid en middelengebruik. Ieder van die domeinen is verder onderverdeeld in leefgebieden. Deze indeling in treden, domeinen en leefgebieden bood ons tijdens de Design Sprint een systematische manier om indicatoren te verzamelen, en is ook nadrukkelijk aanwezig in het ontwikkelde prototype. Voor zover bij ons bekend vormt het prototype dat tijdens de Design Sprint is ontwikkeld de eerste dynamische, interactieve toepassing van een dergelijk model om groepen kwetsbare personen in beeld te krijgen.

Ethiek in de Sprint: privacy en neveneffecten

Tijdens deze Design Sprint is nadrukkelijk aandacht besteed aan privacy en andere ethische overwegingen. Zo hebben we het gehad over mogelijke gewenste en ongewenste neveneffecten van het gebruiken van een instrument om zicht te krijgen in de aard, omvang en locatie van de doelgroep. Zo’n manier van informatiegestuurd werken kan bijvoorbeeld effect hebben op de bereidheid van mensen om melding te doen van opvallende gebeurtenissen in hun sociale of fysieke omgeving en er kan bias ontstaan bij het bepalen en inzetten van indicatoren. Het is belangrijk om neveneffecten en ethische dilemma’s te inventariseren tijdens een proces als een Design Sprint, omdat dat het mogelijk maakt om deze inzichten toe te passen bij het ontwerpen van het prototype en de processen daaromheen. Er is bij deze Sprint dus ook veel aandacht besteed aan het beschermen van de privacy van kwetsbare personen. Het doel om inzicht te krijgen in de aard, omvang en locatie van personen met een (psychische) kwetsbaarheid impliceert een afweging tussen privacy en recht op zelfbeschikking aan de ene kant, en kennis om preventief te kunnen handelen aan de andere kant. Tijdens de Design Sprint is ervoor gekozen om deze twee factoren niet als twee uitersten te zien, maar als dingen die samen kunnen gaan. Daarom hebben we er al snel voor gekozen om in het ontwerp van het instrument gebiedsgericht te werken – dat wil zeggen, op buurtniveau, en geen data in te zetten die groepen kleiner dan 10 personen blootlegt. Werken op buurtniveau in plaats van op persoonsniveau heeft nog een ander voordeel: hiermee kan de rol van de sociale, maar vooral ook fysieke, omgeving van kwetsbare personen worden benadrukt.

Het prototype

Gebruikers

Het prototype is tijdens de Design Sprint ontworpen met een aantal specifieke gebruikerssoorten in gedachten. De gebruikers bestaan voornamelijk uit medewerkers van de gemeente en hun (zorg)partners. Het prototype moet kunnen dienen als input voor case-specifieke informatiegestuurde overleggen tussen verschillende partners, maar bijvoorbeeld ook voor beleidsplannen. Het instrument is niet bedoeld voor het algemene publiek.

Data

In het ontwerp zijn we gezamenlijk uitgegaan van data op buurt-, wijk- en stadsniveau. In het prototype zit vooralsnog alleen data op buurt- en stadsniveau. Geaggregeerde gegevens die leiden tot groepen kleiner dan 10 personen worden niet meegenomen. Er worden dus geen persoonsgegevens verwerkt in het prototype. In het prototype is buurt- en stadsdata van het CBS, de GGD, en gemeentelijke inwonersênquetes meegenomen. In het ontwerp is nadrukkelijk rekening gehouden met de mogelijkheid om de databronnen, en de beschikbare indicatoren, steeds verder uit te kunnen breiden. Nieuwe databronnen en indicatoren zouden dus goed aan het instrument toegevoegd moeten kunnen worden. Zo kunnen de verschillende gebruikers van het instrument er dus voor zorgen dat het instrument waardevol en relevant blijft in het algemeen, en voor hun specifieke behoeftes.

Naast deze verschillende vormen van registratiedata over buurten en indicatoren is er in het ontwerp ook ruimte voor andersoortige data – kwalitatieve informatie om de cijfers uit het instrument van context en duiding te voorzien. Dit is belangrijk in lijn met een van de uitgangspunten van het ontwerp: een informatiegestuurde aanpak moet altijd een combinatie zijn van data aan de ene kant, en de opgebouwde kennis en ervaring van experts aan de andere kant. We zijn bij het ontwerpen van dit prototype op zoek gegaan naar manieren om verschillende soorten informatie op een gelijkwaardige manier naast elkaar, en complementair aan elkaar, te kunnen presenteren. Die kwalitatieve informatie kan op ieder moment aan het instrument worden toegevoegd – bijvoorbeeld na het uitvoeren van een lokale maatregel of een nieuw beleidsplan, om de resultaten hiervan op te nemen in het instrument.

Het prototype in vogelvlucht

Het instrument start op een homepagina, waar ruimte is voor achtergrondinformatie over het instrument zelf, en waar ook relevante aandachtspunten uit de data vermeld staan. Verder vormt de homepagina het startpunt voor twee routes: de ruimtelijke route, en de thematische route. Met deze twee routes kunnen we twee verschillende werkwijzen tegemoet komen: een gebiedsgerichte aanpak waar bijvoorbeeld een specifieke buurt centraal staat, en een themagerichte aanpak waar het bijvoorbeeld gaat om het verbeteren van de veiligheid in de stad. De thematische route en de ruimtelijke route geven feitelijk dezelfde informatie weer, maar vanuit een ander perspectief.

De ruimtelijke route

De ruimtelijke route, gestart met de knop ‘verken buurten’, landt op een kaart. Op deze kaart is de stad opgedeeld in buurten, en worden locaties van sociale basisvoorzieningen weergegeven. Buurten worden gekleurd aan de hand van hoe gunstig (of ongunstig) die buurt scoret op de geselecteerde indicatoren. Gebruikers kunnen zelf bepalen welke indicator(en) zij op de kaart willen zien. Dit kan door een specifieke indicator te selecteren, maar ook door te navigeren door de verschillende onderdelen van de OGGZ-ladder. Zo kan een gebruiker ervoor kiezen om alle indicatoren behorende tot trede 1 van de OGGZ-ladder weer te geven, of alle indicatoren uit het leefgebied Huisvesting van trede 2. De verschillende indicatoren die daaronder vallen worden dan gecombineerd weergegeven, aan de hand van gemiddelde z-scores. (Z-scores zijn een manier om data te standaardiseren. Dat geeft ons de mogelijkheid om bijvoorbeeld rapportcijfers te vergelijken met, of te combineren met, percentages.) Op die manier kan die gebruiker zien welke buurten gunstig of ongunstig scoren ten opzichte van trede 1 in z’n geheel, of 1 of meerdere indicatoren in het bijzonder.

Sommige indicatoren hebben met elkaar te maken. In het kader van kwetsbaarheid is informatie over inkomsten uit arbeid bijvoorbeeld met name relevant wanneer deze wordt afgezet tegen informatie over gebruik van voorzieningen zoals schuldhulpverlening. Zijn de plekken waar veel mensen met geen of weinig inkomen wonen ook de plekken waar relatief veel gebruik wordt gemaakt van schuldhulp, of is daar een mismatch? In het instrument kan de gebruiker dit soort relaties tussen indicatoren aangeven. Wanneer de gebruiker een indicator selecteert, wordt onder de kaart het verloop van die indicator en gerelateerde indicatoren weergegeven. De gebruiker kan daarmee op zoek naar verwachte en onverwachte patronen.

Voor meer inzicht in specifieke buurten kan je op een buurt klikken. Daarmee ontvouwt een interactief diagram die een indruk geeft van alle treden, domeinen, leefgebieden en indicatoren voor de geselecteerde buurt. De vlakken in dit diagram zijn ingekleurd volgens dezelfde legenda als de kaart van zojuist (zoals te zien in de afbeelding is in het prototype slechts een deel van de geïnventariseerde indicatoren beschikbaar.) In dezelfde popup is meer informatie over de buurt beschikbaar, staan opvallendheden uit de data weergegeven, en kan ook kwalitatieve informatie over de buurt toegevoegd worden.

De thematische route

Met de andere knop op de homepagina kom je op de themapagina. Hier staat opnieuw het OGGZ-ladder-diagram. Deze keer is het diagram niet ingekleurd met de data van een geselecteerde buurt, maar vormt het een overzicht van de beschikbare thema’s. De gebruiker kan op een van de vlakken in het diagram klikken (een trede, domein, leefgebied of indicator), voor alle informatie over dat thema. Voor dat thema verschijnt dan de volgende informatie: een kaart van de stad, met de buurten ingekleurd naar het geselecteerde thema, een overzicht van opvallendheden uit de data met betrekking tot het thema, de drie buurten die het meest gunstig scoren op het geselecteerde thema, en de drie buurten die het meest ongunstig scoren, en alle kwalitatieve informatie die is toegevoegd over het thema. Waar in de ruimtelijke route plek is voor kwalitatieve context en duiding over buurten (zoals informatie over voorzieningen of ruimtelijke maatregelen in de buurt), is er in de thematische route plek voor duiding over themas (zoals gemeentebrede regelingen rondom het domein ‘dagactiviteiten & werk’).

Gepersonaliseerd werken

Zoals gezegd zou een breed scala (zorg)partners en professionals gebruik moeten kunnen maken van dit instrument. De rijkdom aan verschillende perspectieven op kwetsbaarheid die al die professionals met zich mee brengen werd tijdens de Sprint gezien als iets heel waardevols en complementairs. Het instrument moet dus flexibel genoeg zijn om goed gereedschap te kunnen zijn voor al haar gebruikers. We hebben tijdens de Sprint verschillende manieren verkend om daarmee om te gaan. Een zo’n manier is de ruimte die een gebruiker moet hebben om zelf aan te geven welke indicatoren in hun perspectief met elkaar te maken hebben. Een andere vorm van flexibiliteit die in het prototype verwerkt is, is de mogelijkheid om gewichten mee te kunnen geven aan indicatoren. In de huidige implementatie is het zo dat gebruikers iedere indicator een gewicht van +1 of -1 kunnen geven. Dat kan je als volgt zien: sommige indicatoren hebben een gunstig (positief) effect voor de kwetsbare personen in een omgeving, zoals ‘aandeel 15 t/m 64-jarigen met inkomsten uit arbeid’, en andere indicatoren hebben een ongunstig (negatief) effect, zoals ‘aandeel huishoudens dat moeilijk rond kan komen’. Maar er zijn ook indicatoren waarvoor dit onderscheid minder duidelijk is. Het aandeel huishoudens dat een uitkering krijgt zegt bijvoorbeeld iets over de leefsituatie van zo’n huishouden (wellicht ongunstig wat betreft kwetsbaarheid), maar geeft ook aan dat dit huishouden bekend is bij, en gebruik maakt van, beschikbare voorzieningen (gunstig). In zo’n geval zou een professional met de juiste expertise hier in dit prototype dus zelf een afweging in kunnen maken.

Reacties op het prototype

Op dag 5 van de Sprint is het prototype voorgelegd aan een grote groep vakinhoudelijke experts die niet bij de eerdere Sprintdagen betrokken was. Zij konden met een frisse blik naar het prototype kijken. We organiseerden twee validatiesessies: een sessie vanuit het perspectief van beleidsmakers, juristen en privacy-experts, en een sessie vanuit het perspectief van de uitvoer van zorg, ondersteuning en outreachend werk. In beide sessies ontstonden interessante discussies over het prototype, het werkproces waarbinnen dit prototype zou passen, mogelijke uitbreidingen van het prototype, en de rol van data bij de zorg en ondersteuning van kwetsbare personen in de samenleving in het algemeen.

Dit kunnen we inzetten als gesprekstool om sociaal, ruimtelijk, en veiligheidsdomeinen te verbinden, maar ook gemeentelijke professionals en hun partners

Dit prototype biedt kansen voor het gelijkwaardig behandelen verschillende soorten informatie

Dit helpt ons om onze intuitie te vertalen naar concrete informatie, en om signalen die we uit de buurt krijgen te kunnen duiden

Dit instrument kan vooral meerwaarde hebben bij gestapelde of geëscaleerde problematiek

Verhelderend, schat aan informatie, en heel overzichtelijk

Kwalitatieve informatie is belangrijk. De combinatie tussen data en kwalitatieve duiding is de juiste weg!

We hebben in deze blog geprobeerd je mee te nemen in het thema kwetsbaarheid, en de invulling die we daar gezamenlijk aan gegeven hebben. Voor ons was dit een heel boeiende Design Sprint, met een interessant thema en een zeer enthousiast en betrokken team van deelnemers en ingevlogen experts. We willen het Sprintteam en iedereen die aanwezig was tijdens (gedeeltes van) de Design Sprint en de validatiesessies dan ook bedanken voor hun bijdrage! Meer weten over deze Sprint, dit prototype, dit onderwerp, of onze werkwijze in het algemeen? Give us a call of schrijf je in voor het gratis webinar dat we in februari organiseren over dit onderwerp via deze link:

Webinar ‘Zicht op mensen met een (psychische) kwetsbaarheid’