Hoe maak je een goede data story?

/door 

In onze eerdere blog introduceerden we het begrip data stories: een manier van data visualiseren en presenteren waarbij je niet alleen data visualiseert, maar je publiek ook meeneemt in het verhaal dat je daarmee probeert te vertellen. Net als bij het schrijven van een nieuwsartikel, betoog of blog, zet je bij een data story stijlvormen in om een punt te maken. Maar hoe vertaal je je eigen datagedreven inzichten naar een goede data story? Dat leggen we uit in deze blog!

Een van de boegbeelden van storytelling met data, Cole Nussbaumer Knaflic, onderscheidt twee soorten ‘stories’: stories zonder hoofdletter, en Stories met hoofdletter. Volgens haar is iedere grafiek of visualisatie een story zonder hoofdletter: bij iedere visualisatie die je maakt of ziet moet je je afvragen ‘nou en? Wat is hier het verhaal? Welk punt wordt er gemaakt?’. De term ‘Stories met hoofdletter’ gebruikt zij om aan te geven dat verschillende visualisaties samen een verhaallijn moeten vormen, met een startpunt, middenstuk en einde. In een goede Story is conflict, een element van spanning. Je best doen om je data story een daadwerkelijk verhaal mee te geven helpt je publiek om je verhaal te onthouden. En dan hoeft het nog niet eens te gaan over prinsessen en bad guys (maar wie houdt je tegen!).

In deze blog besteden we aandacht aan onze kijk op zowel het maken van een story zonder hoofdletter, als het maken van een Story met hoofdletter.

Het dashboard als startpunt

Voor deze blog hebben we een simpel voorbeeld gemaakt: het Titanic-dashboard hieronder. Deze is gebaseerd op deze gesamplede data, waar je ook zelf mee kan spelen. In het Titanic-dashboard wordt allerlei interessante data gepresenteerd over de passagiers van de Titanic, en over het deel van die passagiers dat het zinken van het schip overleefde. We hebben het dashboard samengesteld zoals we in onze vorige blog het dashboard omschreven: veel verschillende visualisaties (liefst in taart- of donutvorm), een strakke, minimalistische vormgeving en niet al te veel tekst, context, duiding. Dit dashboard is geschikt voor mensen die ervaring hebben met het lezen van grafieken, en de tijd, aandacht en interesse hebben om zelf op zoek te gaan naar patronen. Zo zien we dat er in de eerste klasse bijna geen kinderen zaten, en in de derde klasse bijna niemand boven de 45. We zien ook dat meer dan de helft van de passagiers derdeklas reisden, en dat maar ongeveer 25% van hen de ramp overleefden. Lukt het jou om een verband te vinden tussen twee of meer grafieken uit het dashboard? Bij ons riepen de verschillende widgets de volgende vraag op: welke bevolkingsgroep aan boord liep nou eigenlijk de grootste kans de ramp niet te overleven? Op basis van de widgets in het dashboard kunnen we die vraag niet precies beantwoorden. We zien wel dat het vooral de derdeklaspassagiers waren die slachtoffer werden, en dat vooral mannen en jongens de tocht niet overleefden. Waren het dan de derdeklas mannen en derdeklas jongens die de minste kans op overleven hadden? Laten we hier eens een data story (met hoofdletter) over maken!

De story zonder hoofdletter

Op basis van de widgets in het dashboard kunnen we niet definitief zeggen of derdeklasmannen of derdeklasjongens inderdaad de grootste kans op overlijden hadden. Daarom maken we een nieuwe grafiek: eentje waarin we het percentage overlevenden, klasse èn bevolkingsgroep meenemen. Hier komt de story zonder hoofdletter om de hoek kijken: Hoe ontwerpen we die grafiek zó dat het voor de lezer makkelijk te lezen is en hoe zorgen we ervoor dat onze lezer begrijpt wat wij met die grafiek willen vertellen?

Laten we het percentage overlevenden binnen de drie klasses eens tegen elkaar afzetten in een staafdiagram, en per klasse onderscheid maken tussen mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Dat zou er als volgt uit kunnen zien.

Op het eerste gezicht is dit een prima grafiek. Mensen die ervaring hebben met staafdiagrammen kunnen dit goed lezen. Maar kunnen we zo’n lezer sturen? Ik zie een aantal nadelen aan deze grafiek.

  • In de eerste plaats vind ik het een onrustig plaatje. Ik zie veel verschillende kleuren. Om verbanden te kunnen zien moeten mijn ogen dansen over de pagina: ik moet een paar keer op en neer van de staven naar de legenda om goed te overzien waar ik naar kijk. Om duidelijk te maken wat ik daarmee bedoel heb ik wat ‘kijklijnen’ over de plot heen gelegd. Onrustig, toch?
  • In de tweede plaats denk ik ook niet dat onze lezer meteen snapt wat wij met deze grafiek willen vertellen. We zijn op zoek naar de bevolkingsgroep met de grootste kans slachtoffer te worden: de bevolkingsgroep met het kortste staafje. Het helpt niet dat dat kortste staafje, van alle staafjes, misschien wel de minste aandacht trekt.

In de afbeelding hiernaast hebben we een tweede variant gemaakt op basis van precies dezelfde getallen. We hebben een aantal dingen veranderd.

  • In deze variant hebben we niet de klasses gegroepeerd, maar de bevolkingsgroepen. Dezelfde staven – andere volgorde. De groeperingen van staven die zo ontstaan zijn hebben een logische volgorde (1e klasse – 2e klasse – 3e klasse) en zijn daarom makkelijker te overzien.
  • Daarnaast hebben we kleuren gebruikt om de aandacht te sturen: het kortste staafje valt nu het meest op. De staven waar we, voor onze huidige onderzoeksvraag, even niet in geinteresseerd zijn hebben we een lage saturatie gegeven zodat ze het minst opvallen. Onze grafiek is daardoor niet minder objectief, maar wel makkelijker te interpreteren.
  • We hebben de assen omgedraaid, waardoor de staven nu niet verticaal maar horizontaal zijn. Dat maakt de kijklijnen eenvoudiger, en het lezen rustiger.
  • Omdat we de klassen in de staven hebben geplaatst, is er geen legenda meer nodig. Ook dat maakt de kijklijnen eenvoudiger. We hoeven nu niet meer op en neer te springen van legenda naar plot.
  • We hebben de titel en ondertitel aangepast zodat deze beter aansluit op onze huidige onderzoeksvraag. De gebruiker begrijpt nu waarom zij vooral op het donkerblauwe staafje moet letten.

Samengevat, wat kunnen we doen om van een simpele visualisatie een goede data story-zonder-hoofdletter te maken? Hier een drietal ontwerptips voor een goede story zonder hoofdletter.

  • Wees je bewust van wat je probeert te vertellen met de visualisatie

    Hoe moet de gebruiker weten wat jij wil vertellen? Gebruik bijvoorbeeld kleuren, titels en tekst om duidelijk te maken waar de gebruiker op moet letten. Verwerk bijvoorbeeld een concrete vraag in de (onder)titel van je grafiek. Gebruik kleuren niet (alleen) voor de gezelligheid, maar zet ze functioneel in. Let er natuurlijk wel op dat je visualisatie wel objectief, correct en niet misleidend blijft.

  • Wees je bewust van wat de aandacht trekt

    Meestal gaan onze ogen bij het lezen van een grafiek niet van boven naar beneden en van links naar rechts, maar kijken we eerst naar wat opvalt.
  • Houdt de kijklijnen simpel

    Zo maak je het voor de gebruiker makkelijk je visualisatie te overzien. Voorkom dat je gebruiker meerdere vingers nodig heeft bij het lezen van je grafiek. Op en neer hoppen van legenda naar grafiek maakt het een stuk vermoeiender om alle informatie in je op te nemen.

De Story met hoofdletter

Goed, we hebben nu een goede visualisatie die in principe onze onderzoeksvraag beantwoord. Maar dat is nog geen Data Story. We hebben onze onderzoeksvraag niet bij ons pubiek geintroduceerd, en we hebben ons publiek nog niet meegenomen in een interessant verhaal. Waarom zou onze lezer zichzelf moeten afvragen welke bevolkingsgroep aan boord van de Titanic het grootste gevaar liep? Wij zijn, met onze story-zonder-hoofdletter als basis, teruggegaan naar ons Titanic-dashboard om ons verhaal op te vullen. Het resultaat zie je hieronder.

We zetten daarbij de volgende ontwerpprincipes voor een goede Story met hoofdletter in:

  • Zet de belangrijkste visualisatie(s) centraal

    … en vul deze aan met ondersteunende visualisaties die gezamenlijk het verhaal vormen. Onze visualisatie ‘Overlevers van de Titanic’ vormt de basis van ons verhaal. We gebruiken een aantal widgets uit ons dashboard om op te bouwen richting die visualisatie. Voor ieder van die ondersteunende visualisaties zetten we opnieuw de ontwerpprincipes voor stories zonder hoofdletter in.

  • Deel je verhaal in in elementen, met één centraal punt per element

    Ieder element vervult een belangrijke rol in je story. Hier zijn natuurlijk oneindig veel smaakjes denkbaar. Je kan gaan voor de klassieke academische opzet: hypothese introduceren, aanpak illustreren, resultaten presenteren, conclusies trekken. Je kan het ook spannender maken met alle stijlmiddelen uit je favoriete boek – wat weerhoudt je ervan om te beginnen met een foreshadowing? In onze Data Story vervullen de elementen de volgende rollen:

    • Titel en onderzoeksvraag
    • Introductie: we gaan het hier hebben over slachtoffers van de Titanic
    • Conflict: het lijkt aannemelijk dat derdeklasmannen het grootste risico liepen – maar is dat wel zo?
    • Oplossing: Nee, dat is niet zo
    • Call to action
  • Less is more

    Kies je visualisaties zorgvuldig, zodat ze dat ene punt per element goed ondersteunen. Vraag je bij iedere visualisatie af: heb ik dit nodig? Is dit de meest duidelijke manier om dit punt te maken? In onze data story hebben we maar drie van de 8 visualisaties uit ons dashboard gebruikt – de rest hebben we niet nodig om ons punt te maken.

Het resultaat van dit proces is een data story die onze lezers stimuleert kritisch naar historische gegevens te kijken. We gebruikten een dashboard om onze eigen gedachten te prikkelen en een interessante onderzoeksvraag te formuleren. Daarna ontwierpen we een visualisatie die ons in staat stelt die onderzoeksvraag te beantwoorden. Met die visualisatie als uitgangspunt vroegen we ons af hoe we onze onderzoeksresultaten zo konden communiceren met ons publiek dat het blijft hangen, en daarmee richtten we onze data story in. Met deze blog wilden we illustreren hoe zo’n proces in z’n werk kan gaan, maar ook dat er wel degelijk een belangrijke rol is weggelegd voor dashboards – namelijk om experts te inspireren tot nieuwe inzichten en onderzoeksvragen te komen. Maar dat een dashboard je helpt om nieuwe inzichten te krijgen, betekent dus niet dat datzelfde dashboard ook de beste manier is om over dat nieuwe inzicht te communiceren!

Brengt deze blog jou op ideeën om eens met een frisse blik naar dashboarding te kijken? Inspireert dat je om een data story te maken? Vraag je je af hoe je je standaard Excel grafiek kan omvormen tot een goede data story, met of zonder hoofdletter? Give us a call, we denken graag met je mee!