Tag Archief van: woningbouw

Het is weer zover: de halfjaarlijkse woningbouwuitvraag

Het is weer zover.

In veel gemeenten en provincies wordt op dit moment hard gewerkt aan de landelijke uitvraag van woningbouwgegevens. Een periodiek moment waarop de voortgang van de woningbouwopgave en bijbehorende knelpunten, zoals financiering en netcongestie, in kaart worden gebracht.

Die uitvraag is de afgelopen periode intensiever geworden. Waar dit voorheen jaarlijks gebeurde, is inmiddels sprake van een halfjaarlijkse cyclus. Met vaste meetmomenten in het voor- en najaar proberen Rijk en provincies sneller inzicht te krijgen en bij te sturen op de doelstelling van 100.000 woningen per jaar.

Dat helpt om beter zicht te krijgen op de opgave. Tegelijkertijd legt het ook steeds meer druk op de manier waarop we data verzamelen, controleren en uitwisselen.

Het helpt om beter zicht te krijgen op de opgave

Een herkenbaar proces

De praktijk ziet er vaak ongeveer hetzelfde uit.

Projectinformatie wordt verzameld uit verschillende bronnen. In de praktijk worden alle projectleiders en woningcorporaties gevraagd om een update over hun projecten te geven: vaak een groot Excel-vergelijkings-circus en een intensief traject met veel overleg en afstemming. Cijfers worden vervolgens gecontroleerd en vergeleken met eerdere aanleveringen. Er ontstaan vragen over definities, fasering of totalen. Soms moeten gegevens opnieuw worden aangeleverd of aangepast.

Daarna volgt afstemming tussen gemeente en provincie. Wat is de juiste stand van zaken? Welke versie is leidend? En hoe sluiten de cijfers aan op eerdere rapportages? Het zijn geen grote problemen op zichzelf. Maar bij elkaar opgeteld zorgen ze voor veel extra werk, afstemming en onzekerheid.

Figuur: Zo ziet het proces er in de praktijk vaak uit

Waar het echt schuurt

Wat opvalt, is dat deze terugkerende inspanning vaak wordt gezien als onderdeel van de uitvraag zelf.

Maar in de praktijk zit het probleem meestal eerder in de keten.

Niet omdat mensen hun werk niet goed doen, maar omdat gegevens op verschillende momenten worden vastgelegd, definities net anders worden geïnterpreteerd en controles pas plaatsvinden wanneer de data al gedeeld moet worden.

In de praktijk zien wij dat inconsistenties in definities, fasering en totalen vaak ontstaan bij handmatige aanlevering en interpretatie van data. Dat vraagt niet om nóg een controle aan het einde, maar om structurele validatie en ondersteuning eerder in het proces.

In de praktijk zit het probleem meestal eerder in de keten

De keten achter de cijfers

De woningbouwmonitoring is geen losse rapportage, maar een keten.

Gemeenten registreren projecten. In veel regio’s, zoals in Brabant, Limburg, maar ook in Gelderland, Overijssel en Zuid- en Noord-Holland, werken gemeenten daarbij samen in regionaal verband aan de woningbouwopgave. Provincies controleren en verrijken deze informatie, waarna landelijke partijen de data bundelen en rapporteren.

Juist die regionale laag speelt in de praktijk een belangrijke rol. Hier worden afspraken gemaakt, cijfers vergeleken en verschillen zichtbaar. Tegelijkertijd is dit ook een punt waar interpretaties uiteen kunnen gaan als definities en werkwijzen niet eenduidig zijn ingericht.

Zolang deze stappen niet goed op elkaar aansluiten, blijft de uitvraag een momentopname die veel handmatig werk vraagt.

En dus herhaalt hetzelfde proces zich ieder jaar opnieuw.

Wat er verandert als je het anders organiseert

We zien in de praktijk ook dat het anders kan.

Wanneer projectdata één keer wordt vastgelegd op basis van gedeelde definities, en vervolgens doorstroomt naar andere bestuurslagen, verandert de dynamiek.

Controles verschuiven naar voren in het proces. Verschillen in interpretatie worden eerder zichtbaar. En de uitvraag zelf wordt minder een apart traject, maar meer een logisch moment in een doorlopende informatiestroom.

Dat betekent niet dat er geen afstemming meer nodig is. Maar wel dat die afstemming plaatsvindt op inhoud, in plaats van op het reconstrueren van cijfers.

Wie het goed organiseert, merkt dat het vanzelf een stuk eenvoudiger wordt

Figuur: Zo werkt het wanneer de keten goed is ingericht

Wat wij doen om dit proces te verbeteren

In de praktijk zien we dat het verbeteren van dit proces niet begint bij rapportages, maar bij de inrichting van de onderliggende data.

In onze trajecten werken we met een flexibel datamodel, waarin ruimte is voor lokale en regionale verschillen, maar altijd binnen duidelijke kaders. Denk daarbij aan landelijke afspraken zoals de Basisset, aangevuld met provinciale of regionale uitvragen. Zo zijn er gemeenten die een wat afwijkende prijsklasse opdeling hanteren dan wat er op landelijk niveau als norm is vastgesteld. Ook zijn er variaties in planologische procesfasen die niet altijd 1-op-1 te vertalen zijn naar naar de landelijke Basisset.

Die combinatie van flexibiliteit en begrenzing zorgt ervoor dat gemeenten hun eigen praktijk kunnen blijven volgen, terwijl de uitwisseling van data tussen bestuurslagen wel consistent blijft.

Daarnaast besteden we veel aandacht aan het proces rondom de data. We organiseren ondersteuningssessies met gemeenten om de registratie goed neer te zetten en sluiten aan bij structureel overleg met provincies en regio’s om definities, validaties en werkwijzen op elkaar af te stemmen.

Juist die combinatie van datamodel, validatie en afstemming in de keten maakt dat het proces niet alleen technisch werkt, maar ook organisatorisch beheersbaar blijft.

Tot slot

Zolang woningbouwdata vooral wordt verzameld rond uitvraagmomenten, blijft het ieder jaar een intensief proces.

De vraag is niet zozeer hoe we de uitvraag efficiënter maken, maar hoe we ervoor zorgen dat de data daarvoor al op orde is.

Wie dat goed organiseert, merkt dat de uitvraag vanzelf een stuk eenvoudiger wordt.

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Waarom woningbouwmonitoring vaak als administratief gedoe voelt (en dat niet hoeft)

Voor veel beleidsadviseurs voelt woningbouwmonitoring als administratief werk. Iets wat moet worden bijgehouden omdat provincie, regio of bestuur om cijfers vraagt. Niet iets wat direct helpt bij het sturen op de woningbouwopgave. Dat is begrijpelijk. In de praktijk kost het bijhouden van projecten vaak tijd en voelt het al snel als extra werk naast de inhoudelijke opgave waar je eigenlijk mee bezig wilt zijn. Toch is het interessant om te kijken waar dat gevoel precies vandaan komt.

Het gedeelde overzicht verdwijnt en daarmee ook het vertrouwen in de cijfers.

De werkpraktijk: iedereen heeft zijn eigen ritme

In gesprekken met gemeenten zien we grote verschillen in hoe woningbouwmonitoring wordt bijgehouden. Sommige beleidsadviseurs werken hun projecten vrijwel wekelijks bij. Voor hen is het onderdeel van het lopende werkproces. Nieuwe informatie wordt direct verwerkt. Andere gemeenten doen dit eens per paar maanden. En er zijn ook gemeenten die hun monitor vooral bijwerken op de momenten dat de provincie cijfers opvraagt. Op zichzelf is daar niets mis mee. Iedere organisatie ontwikkelt een eigen ritme dat past bij de beschikbare capaciteit en werkwijze. Maar vrijwel iedereen loopt vroeg of laat tegen hetzelfde probleem aan: het bijhouden van projecten kost tijd en voelt al snel als administratief werk.

Excel maakt het probleem vaak groter

In veel gemeenten wordt monitoring nog (deels) in Excel bijgehouden. Op zich niet vreemd. Excel is flexibel, snel beschikbaar en iedereen kan ermee werken. Tegelijkertijd brengt het ook een aantal bekende risico’s met zich mee. Versies raken door elkaar, definities worden impliciet toegepast en kleine wijzigingen kunnen ongemerkt grote gevolgen hebben voor het totaalbeeld. Daarnaast ontstaat vaak een tweede werkelijkheid naast de officiële monitor. Een eigen lijstje, een aanvullende berekening of een correctie die nog niet in de centrale registratie staat. Daarnaast raakt informatie al snel versnipperd over verschillende bestanden, afdelingen of versies. Het gedeelde overzicht verdwijnt en daarmee ook het vertrouwen in de cijfers. Dat maakt het werk foutgevoelig en kost uiteindelijk meer tijd dan nodig is.

Het echte probleem: monitoring staat los van het werkproces

Als je beter kijkt naar deze situaties, blijkt dat het probleem meestal niet de monitoring zelf is. Het probleem is dat monitoring los staat van het werkproces. Projectinformatie wordt dan niet bijgewerkt op het moment dat er iets verandert, maar op een later moment wanneer cijfers nodig zijn. Monitoring wordt daarmee een administratieve handeling achteraf. En precies daar ontstaat het gevoel van administratief gedoe.

Wat er verandert als monitoring onderdeel wordt van het werkproces

Wanneer monitoring onderdeel wordt van het dagelijkse werkproces, verandert de dynamiek. Projectinformatie wordt dan niet periodiek gecorrigeerd, maar continu bijgehouden. Definities zijn expliciet vastgelegd en kwaliteitscontroles maken onderdeel uit van de manier van werken. Er ontstaat één gedeeld beeld van projecten, voortgang en plancapaciteit waarop daadwerkelijk gestuurd kan worden. Monitoring verschuift daarmee van administratieve verplichting naar ondersteunend instrument. Niet iets wat moet worden ingevuld voor een rapportage, maar een manier om overzicht en grip te houden op de voortgang van projecten.

Monitoring verschuift daarmee van administratieve verplichting naar ondersteunend instrument.

Meer weten?

De afgelopen anderhalf jaar hebben we gewerkt aan een volledig vernieuwde versie van Juno WBM, juist met dit uitgangspunt: monitoring organiseren als onderdeel van het werkproces. Tijdens een praktisch webinar op 24 maart laten we zien hoe dit er in de werkpraktijk uitziet. Hoe monitoring onderdeel kan worden van het werkproces — en hoe dat helpt om grip te houden op plancapaciteit en voortgang.

Meld je aan voor het webinar via deze link.

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Webinar 24 maart: Grip op woningbouw in 2026

Op 24 maart a.s. organiseren wij een webinar over het praktisch organiseren van woningbouwmonitoring. Tijdens dit webinar laten we zien hoe gemeenten plancapaciteit en voortgang structureel kunnen inrichten als werkstructuur, in plaats van als losse rapportage.

De druk op betrouwbare monitoring neemt toe. Landelijke ambities, regionale woondeals en lokale prestatieafspraken vragen om duidelijke definities, consistente bronkeuzes en uitlegbare cijfers. Tegelijkertijd ervaren veel beleidsprofessionals dat monitoring in de praktijk tijd kost en vaak handmatige correcties vraagt.

Tijdens het webinar geven wij een live demonstratie van de vernieuwde Juno WBM. Daarbij gaan we onder meer in op:

  • Het expliciet vastleggen van definities en planstatussen
  • Het organiseren van datakwaliteit binnen het werkproces
  • Het inzichtelijk maken van voortgang zonder Excel-correcties
  • Het aansluiten van rapportages op bestuurlijke verantwoording

Het webinar is met name bedoeld voor beleidsadviseurs, programmamanagers en projectleiders wonen en volkshuisvesting. Deelname is kosteloos.

📅 24 maart 2026
🕙 10:00 – 11:00 uur
💻 Online via Microsoft Teams

Na afloop ontvangen alle inschrijvers de opname.

Aanmelden kan via de eventpagina op onze website.

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Illustratie van woningbouwmonitoring met dashboard, woningiconen en datakwaliteitscontroles

Een toekomstbestendige woningbouw monitor begint bij definities en datakwaliteit

De woningbouwopgave wordt steeds nadrukkelijker landelijk gemonitord. Realisatiecijfers, plancapaciteit, regionale voortgang en prestaties per sector vormen de basis voor bestuurlijke afspraken en parlementaire verantwoording. Die ontwikkeling is logisch. De opgave is groot, de ambities zijn concreet en publieke middelen zijn schaars. Transparantie en voortgangsinzicht zijn randvoorwaarden voor sturing. Maar goede monitoring begint niet bij dashboards. Goede monitoring begint bij definities — en bij datakwaliteit.

Waarom verschillen in cijfers onvermijdelijk zijn

In de praktijk bestaan er meerdere bronnen voor woningbouwcijfers. Denk aan:

  • Registraties op basis van de BAG
  • Verantwoordingsinformatie van corporaties
  • Regionale woondealmonitoring
  • Gemeentelijke projectadministraties

Elke bron heeft een eigen doel, eigen systematiek en eigen definities. Dat is logisch. Een statistische registratie meet voorraadmutaties. Een verantwoordingssystematiek meet productie-inspanningen. Een bestuurlijke afspraak meet realisatie ten opzichte van ambitie. Verschillen in uitkomsten zijn dan niet per definitie een fout. Ze zijn het gevolg van verschillende meetdoelen. Het vraagstuk is niet of verschillen bestaan. Het vraagstuk is of ze uitlegbaar, reproduceerbaar en bestuurlijk consistent zijn.

Landelijke monitoring vraagt om volwassen datagovernance

Naarmate monitoring een steviger rol krijgt in nationale sturing, worden drie vragen relevanter:

  1. Welke definitie hoort bij welk beleidsdoel?
    Monitoren we voorraadontwikkeling, productie, plancapaciteit of afgesproken prestaties?
  2. Welke bron is leidend in welke context?
    Is dat een statistische registratie, een verantwoordingsdataset of een bestuurlijke projectadministratie?
  3. Wordt die keuze consequent toegepast over bestuurslagen heen?
    Of ontstaan er verschillende waarheden per rapportage?

Zonder expliciete keuzes verschuift het debat van voortgang naar definities. Dat is bestuurlijk onwenselijk, zeker wanneer monitoring onderdeel wordt van nationale afspraken en meerjarige programma’s. Landelijke monitoring vereist daarom niet alleen data, maar een samenhangende datagovernance.

Datakwaliteit is een voorwaarde voor bestuurlijke betrouwbaarheid

Datakwaliteit wordt vaak gereduceerd tot volledigheid of actualiteit. In werkelijkheid omvat het meer:

  • Definitie-eenduidigheid
  • Consistentie tussen velden
  • Herleidbaarheid naar bron
  • Reproduceerbaarheid van uitkomsten
  • Geschiktheid voor rapportage op meerdere schaalniveaus

Wanneer deze dimensies niet expliciet zijn geborgd, ontstaat het risico dat verschillende rapportages verschillende uitkomsten geven — zonder dat duidelijk is waarom. Dat ondermijnt niet alleen vertrouwen in cijfers, maar ook in de monitoring als instrument.

Van registratie naar actieve kwaliteitsborging

De volgende stap in woningbouwmonitoring is daarom niet “meer data verzamelen”, maar actief kwaliteitsbeheer in de keten.

Dat betekent onder andere:

  • Logische controles tussen velden
  • Rekenkundige consistentiechecks
  • Signalen bij ontbrekende rapportagevelden
  • Vergelijking met externe bronnen zoals de BAG
  • Toetsing aan een gedeelde taxonomie

Datakwaliteit moet zichtbaar, meetbaar en bestuurbaar zijn. Niet als sluitstuk van een rapportage, maar als integraal onderdeel van de registratie.

De rol van een gedeelde taxonomie

Een toekomstbestendige monitorinfrastructuur vraagt om een expliciet begrippenkader. Een taxonomie legt vast:

  • Wat wordt verstaan onder plancapaciteit
  • Wanneer is een project in uitvoering
  • Wat telt als gerealiseerd
  • Welke woningcategorieën worden onderscheiden
  • Hoe aggregatie plaatsvindt naar regio of landelijk niveau

Zonder zo’n gedeelde structuur blijft monitoring afhankelijk van impliciete aannames. Met een expliciete taxonomie worden verschillen verklaarbaar en discussies inhoudelijk. Voor landelijke monitoring is dit essentieel. Niet om uniformiteit af te dwingen, maar om vergelijkbaarheid en transparantie te waarborgen.

Naar een toekomstbestendige monitorinfrastructuur

De komende jaren zal de behoefte aan landelijke voortgangsinformatie alleen maar toenemen. Monitoring wordt steeds meer gekoppeld aan:

  • Prestatieafspraken
  • Regionale woondeals
  • Financiële inzet
  • Publieke verantwoording

Dat vraagt om systemen die:

  • Definities expliciet maken
  • Bronverschillen inzichtelijk houden
  • Datakwaliteit actief ondersteunen
  • Over bestuurslagen heen consistent functioneren

Niet als tijdelijk rapportage-instrument, maar als structurele informatie-infrastructuur.

Tot slot

Monitoring is geen optelsom van cijfers. Het is een bestuurlijk instrument. Wanneer definities helder zijn, bronnen transparant en datakwaliteit geborgd, ontstaat een stevig fundament voor sturing. Zonder die basis verschuift de aandacht van voortgang naar interpretatie. De woningbouwopgave vraagt om ambitie. De monitoring ervan vraagt om precisie.

En precisie begint bij definities.

Wilt u verder dan alleen cijfers verzamelen en écht grip krijgen op uw woningbouwopgave in 2026? In ons webinar laten we zien hoe heldere definities, consistente datamodellen en structurele datakwaliteit samenkomen in een toekomstbestendige woningbouwmonitor. We delen praktijkvoorbeelden, laten zien hoe provincies en gemeenten dit organiseren en gaan in op de rol van landelijke monitoring.

Schrijf u in voor het webinar Grip op woningbouw in 2026 en ontdek wat dit concreet betekent voor uw organisatie. Inschrijven kan via deze link.

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Gemeente Vught live met openbare woningbouwkaart van Juno

De gemeente Vught heeft haar woningbouwplannen toegankelijk gemaakt via de openbare woningbouwkaart van Juno. Inwoners, ontwikkelaars, corporaties en andere belanghebbenden kunnen hiermee in één oogopslag zien welke woningbouwprojecten in Vught gepland zijn, in ontwikkeling zijn of worden gerealiseerd.

Koppeling met projectenwebsites

Met de kaart wil de gemeente meer duidelijkheid bieden over de voortgang van de woningbouwopgave. Per locatie is achtergrondinformatie beschikbaar over het type project, de fase, het aantal woningen en de actuele status. Bij veel projecten is een koppeling beschikbaar naar een projectwebsite voor nog meer informatie. De kaart wordt automatisch bijgewerkt vanuit de interne administratie van de gemeente, waardoor gebruikers altijd met actuele gegevens werken.

Transparant over de woningbouwopgave

Vught sluit daarmee aan bij een groeiend aantal gemeenten dat transparantie belangrijk vindt in de communicatie over woningbouw. De openbare woningbouwkaart ondersteunt de gemeente in het helder informeren van inwoners en het versterken van het gesprek over ruimtelijke ontwikkeling en woonbeleid.De woningbouwkaart van Vught is te bekijken via: https://woningbouwkaart.vught.nl/

Zie ook

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Het verhaal achter Juno 2.0: een platform opnieuw uitgedacht

Wie vandaag werkt aan de woningbouwopgave weet dat het niet alleen gaat om het registreren van projecten. Het gaat om samenhang, regie, datakwaliteit en een manier van werken waarbij alle betrokkenen — van beleidsadviseur tot projectleider en van regio tot provincie — met dezelfde informatie kunnen sturen. Met die gedachte zijn we dit jaar begonnen aan Juno 2.0: een vernieuwde versie van ons platform die niet alleen moderner oogt, maar vooral dieper aansluit op de praktijk van gebruikers. Niet door vanachter een bureau te ontwerpen, maar door tweewekelijks met gemeenten, provincies en regio’s in gesprek te gaan. In een serie open (online) inloopspreekuren bespraken we telkens een onderdeel van de nieuwe versie. We lieten prototypes zien, ontvingen gerichte feedback, zagen waar organisaties tegenaan lopen en hebben stap voor stap verfijnd wat Juno 2.0 zou moeten zijn.

Waarom een nieuwe Juno?

De nieuwe versie van Juno is geen cosmetische update, maar een grondige vernieuwing. Tijdens de inloopspreekuren bespraken we de belangrijkste ontwerpdoelen met de gebruikers: het creëren van meer overzicht, minder handelingen, betere datakwaliteit, duidelijkere rollen en rechten, betere vergelijkbaarheid tussen gemeenten en regio’s, en een platform dat voorbereid is op transparantie en ketensamenwerking. Juno 2.0 moest een systeem worden dat rust brengt, schaalbaar is, en voldoende flexibel om mee te groeien met landelijke ontwikkelingen zoals de LMVW, de OWK en de Publiek-Private Monitor (PPM). Met die uitgangspunten zijn we aan de slag gegaan — niet alleen vanuit techniek, maar vooral vanuit de vraag hoe gemeenten en provincies in hun dagelijkse werk echt geholpen worden.

Figuur: Dashboard

Een cockpit die rust en overzicht brengt

Een van de meest genoemde wensen was: geef ons een plek waar alles bij elkaar komt. Dat is de kern geworden van de nieuwe cockpit. Gebruikers krijgen in één oogopslag zicht op de ontwikkeling van de woningbouwopgave: hoeveel plannen er in voorbereiding zijn, wat in aanbouw staat en waar vertraging of versnelling optreedt. Geen verzameling losse schermen meer, maar een centrale plek die richting geeft. De cockpit is ontworpen met het idee dat iedere rol — uitvoerend, beleidsmatig of strategisch — er zijn eigen vragen mee kan beantwoorden, zonder eerst door tientallen filters of tabellen te hoeven gaan.

Een datamodel dat aansluit op hoe organisaties echt werken

De woningbouwopgave wordt steeds meer een gezamenlijke opgave tussen gemeenten, regio’s en provincies. Dat vraagt om een datamodel dat die werkelijkheid aankan. In Juno 2.0 hebben we het model volledig herzien: consistenter, uitgebreider en beter passend bij de Basisset 2.0 van de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw. Gebruikers merkten in de inloopspreekuren direct hoe dit helpt: gegevens zijn herkenbaarder, vergelijkingen kloppen beter en koppelingen zijn eenvoudiger te realiseren. Het model is flexibel genoeg om lokale keuzes te ondersteunen, zonder dat de onderliggende structuur uiteenvalt.

Slimmer beheren en sneller corrigeren

Bij veel organisaties leeft dezelfde vraag: hoe houden we onze data actueel zonder dat het onnodig veel tijd kost? Juno 2.0 introduceert daarom een nieuwe manier van beheren. De Bulk Editor maakt het mogelijk om in één handeling meerdere projecten te corrigeren. Kleine maar belangrijke verfijningen — zoals het vertalen van statussen, het aanvullen van woonprogramma’s of het herstellen van datakwaliteit — kunnen nu in minuten in plaats van uren. Het is een hulpmiddel dat vooral voor regio’s en grotere gemeenten direct waarde toevoegt.

Figuur: Bulkeditor

Veilig en duidelijk: nieuwe rollen, rechten en identiteiten

Naarmate meer organisaties samenwerken binnen Juno, werd de behoefte aan heldere toegangsstructuren groter. Daarom bevat Juno 2.0 een nieuw systeem van rollen en rechten, passend bij de werkprocessen van gemeenten en provincies. De integratie met Entra ID zorgt ervoor dat gebruikers veilig en centraal kunnen inloggen, en dat organisaties zelf controle houden over hun accounts. Het geeft zowel beheerders als gebruikers overzicht en duidelijkheid.

Voorbereid op transparantie en samenwerking

Juno 2.0 sluit aan bij de beweging die we in het hele land zien: meer openheid richting inwoners, corporaties en marktpartijen. De nieuwe versie werkt daarom naadloos samen met de vernieuwde openbare woningbouwkaart, inclusief de WCAG 2.2-toegankelijkheidsaanpassingen die we dit jaar hebben doorgevoerd. Gemeenten kunnen zelf bepalen welke informatie zij publiceren en hoe zij deze presenteren. En voor organisaties die willen doorgroeien naar meer samenwerking, is Juno 2.0 voorbereid op de Publiek-Private Monitor (PPM), zodat zowel publieke als private partijen met actuele informatie kunnen werken.

Iedereen werkt op het zelfde fundament met Juno 2.0

Het afgelopen halfjaar stond in het teken van samen ontwikkelen, testen, bespreken en aanscherpen. Inmiddels is de nieuwe versie gereed en wordt Juno 2.0 bij de gebruikers uitgerold. Dan werkt iedereen op hetzelfde nieuwe fundament. Dat is misschien wel de grootste winst: één landelijk platform waar gegevens op dezelfde manier worden vastgelegd, waar inzichten direct beschikbaar zijn en waar samenwerking eenvoudiger wordt. Juno 2.0 is een gezamenlijke stap vooruit — gebouwd met de kennis van vandaag en klaar voor de woningbouwopgave van morgen.

Meer weten Juno 2.0

Wil je de presentaties, verslagen of opnames van de inloopspreekuren terugzien, of wil je een demo van de nieuwe versie van Juno? Via het formulier hieronder kun je eenvoudig aangeven waar je interesse naar uitgaat. We nemen daarna contact met je op.


Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Van losse excels naar één cockpit: zo helpt Juno bij regie op de woningbouwopgave

De woningbouwopgave in Nederland is enorm: honderdduizenden woningen moeten erbij, onder hoge tijdsdruk en met beperkte ruimte. Er zijn prestatieafspraken, woondeals, NOVEX-gebieden, woonzorgopgaven — en daarbovenop steeds meer behoefte aan transparantie richting bestuur en samenleving. Maar wie heeft eigenlijk het overzicht? En wie stuurt?

In veel gemeenten en provincies blijkt de informatie over woningbouwprojecten nog altijd verspreid over Excel-sheets, losse kaarten, afzonderlijke systemen of ouderwetse handmatige overzichten. Het gevolg: geen gedeeld beeld, geen duidelijke regie, en dus geen versnelling. Dat is precies waar Juno voor is ontworpen: een platform dat van versnippering naar samenhang gaat. Van reactief rapporteren naar proactief sturen. En van registreren naar regisseren.

Eén platform, meerdere doelen

Juno is geen ‘tooltje’, geen kaartje met filters. Het is een modulair dataplatform dat meegroeit met de praktijk — en zich bewijst bij meer dan 100 gemeenten, regio’s en provincies.

Het fundament bestaat uit vier onderdelen:

  • Juno WBM – de woningbouwmonitor voor intern gebruik: betrouwbare registratie, filters, dashboards en rapportages.
  • Juno OWK – de openbare woningbouwkaart voor transparantie richting inwoners, raadsleden en marktpartijen.
  • Juno API – koppelingen met GIS, dashboards, open data en andere beleidsdomeinen.
  • Juno PPM – een publiek-private monitor waarin overheid en marktpartijen vertrouwelijk kunnen samenwerken.

Elk onderdeel is ontworpen met het idee dat woningbouw een keten is van afhankelijkheden, waarbij samenwerking en actuele informatie cruciaal zijn.

Meer dan inzicht: structuur, kwaliteit en samenwerking

Wat Juno onderscheidt van andere oplossingen, is de aandacht voor datakwaliteit en procesondersteuning. Het platform valideert invoer, houdt geschiedenis bij, signaleert veroudering van informatie, en maakt gebruik van een slimme autorisatiestructuur. Je weet dus niet alleen wat er gebouwd wordt — maar ook wanneer, door wie en met welk doel.

Daarnaast ondersteunt Juno samenwerking op alle niveaus:

  • Binnen gemeenten: beleidsadviseurs, gebiedsregisseurs, dataspecialisten werken met hetzelfde systeem.
  • Tussen overheden: informatie stroomt van gemeente naar provincie naar Rijk – conform de Basisset Woningbouw.
  • Met de markt: ontwikkelaars en corporaties kunnen gecontroleerd meewerken in een gedeelde omgeving.

En dankzij de Juno Taxonomie kan elk dataprofiel lokaal worden aangepast, zonder dat landelijke vergelijkbaarheid verloren gaat.

Vooruitkijken: Juno + AI

In ons volgende blog over AI in Juno schrijven we hoe we toewerken naar een toekomst waarin Juno steeds meer gaat meedenken. Niet alleen signaleren dat iets mist, maar ook voorstellen wat je kunt doen. Denk aan:

  • AI-gestuurde dataverrijking
  • Automatische meldingen bij afwijkingen of vertraging
  • Agentic AI die beleidsadviseurs actief ondersteunt in hun regierol

Deze ontwikkeling is al gestart. Niet als trucje, maar als onderdeel van onze visie: beleidsmedewerkers uit de administratie halen en in de cockpit zetten.

Meer weten?

In ons whitepaper ‘Juno: cockpit voor de woningbouwopgave’ lees je uitgebreid hoe het platform is opgebouwd, hoe het zich in de praktijk bewijst, en hoe we samen met gebruikers bouwen aan de toekomst. Benieuwd hoe Juno jouw gemeente, regio of provincie kan helpen bij het realiseren van woningbouw? Neem dan contact met ons op, we denken graag met je mee.

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits: Andrés Dallimonti via Unsplash

Provincie en alle gemeenten in Drenthe omarmen publieke versie van Juno

April 2025 – De provincie Drenthe heeft een belangrijke stap gezet in het transparant maken van de woningbouwopgave. Door te kiezen voor de openbare woningbouwkaart van Juno, het datagedreven platform van Shintō Labs. Niet alleen de provincie zelf, maar ook alle twaalf Drentse gemeenten gaan deze publieke versie implementeren. Hiermee krijgen inwoners, woningzoekers en andere belanghebbenden inzicht in de voortgang van woningbouwprojecten in de hele provincie. Dit initiatief draagt bij aan het inzichtelijk maken van de Drentse ambitie om 16.200 woningen te bouwen tot en met 2030.

De publieke versie van Juno biedt een interactieve woningbouwkaart waarop de status, locaties en details van projecten te zien zijn, zoals het aantal woningen, de projectfase en het verwachte opleveringsjaar. Na een succesvolle start in mei 2024 met de gemeente Eindhoven als eerste gebruiker, volgt Drenthe nu als een van de koplopers in deze ontwikkeling.

Gedeputeerde Yvonne Turenhout benadrukt het belang hiervan: “Het is belangrijk dat iedereen inzicht heeft in de voortgang van woningbouwprojecten in Drenthe. Met de openbare Woningbouwmonitor dragen we bij aan transparantie en samenwerking, zodat we samen met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en inwoners kunnen werken aan betaalbare woningen.”

Een aantal gemeenten is al live met hun publieke Woningbouwkaart. Dit zijn:

De livegang van deze kaarten wordt enthousiast ontvangen. Mark van der Veen, adviseur wonen bij de gemeente Borger-Odoorn, schreef op LinkedIn: “Inzicht in woningbouwplannen én een datagedreven gesprek over de aanpak van de woningbouwopgave? Check! Mooie stap van de gemeente Borger-Odoorn om dit samen met de provincie Drenthe en Shintō Labs mogelijk te maken.”

Met Juno als informatieknooppunt verstevigt Drenthe haar datagedreven aanpak van de woningbouwopgave. Wil je meer weten over hoe Juno ook jouw regio kan ondersteunen? Neem dan contact met ons op.

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Nieuws

Blogs

 

Hoe de Basisset 2.0 helpt bij gegevensuitwisseling over de woningbouwopgave met Juno

In mei en juni 2024 is binnen het bestuurlijk overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (BO VRO) de Basisset 2.0 vastgesteld. Deze uniforme set gegevensspecificaties vormt de ruggengraat van de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW) – een samenwerking tussen VNG, IPO en het ministerie van VRO. Gemeenten leveren hiermee tweemaal per jaar gestandaardiseerde gegevens aan over hun woningbouwplannen, zodat sturing op voortgang mogelijk wordt op lokaal, regionaal en nationaal niveau.

Wat is er nieuw?

De Basisset 2.0 bouwt voort op de eerdere versie uit 2022, maar kent belangrijke vernieuwingen:

  • Locatiegegevens als polygonen, geschikt voor koppeling met andere ruimtelijke data
  • Actuele planstatussen, afgestemd op de Omgevingswet
  • Prijssegmentering en eigendomscategorieën, volgens woondealdefinities
  • Nieuwe indicatoren zoals tijdelijke woningen, ouderenhuisvesting, realisatiestatus en vervallen plannen

Deze wijzigingen maken landelijke vergelijking mogelijk, maar stellen ook hogere eisen aan lokale registratie, gegevensbeheer en uitwisseling.

Standaardisering met ruimte voor lokaal maatwerk

Bij Shintō Labs staan we volledig achter deze beweging naar standaardisatie. Sterker nog: we verweven de Basisset 2.0 en het Dataprotocol LMVW direct in onze productontwikkeling. Maar daar blijft het niet bij. De kracht van Juno is dat we balans brengen tussen landelijke uniformiteit en lokale flexibiliteit onder het motto:

Generiek waar het moet, maatwerk waar het kan.

Onze oplossing ondersteunt de volledige LMVW-structuur én biedt ruimte voor gemeentelijke wensen, aanvullende velden of lokale begrippen. Zo wordt Juno niet alleen een instrument voor landelijke rapportage, maar ook een krachtig stuurmiddel voor lokale woningbouwstrategieën.

Wat biedt Juno concreet?

Met Juno kunnen gemeenten en provincies onder andere:

  • Polygonen tekenen en beheren per woningbouwplan
  • Planstatussen vastleggen (harde/zachte plannen, realisatie, vervallen status)
  • Prijssegmenten en doelgroepen registreren zoals gedefinieerd in de woondeals
  • Vertrouwelijke plannen afschermen volgens het Dataprotocol LMVW
  • Gegevens exporteren voor de halfjaarlijkse uitvraag door de provincie, exact volgens de Basisset 2.0
  • Aanvullende velden beheren voor lokaal gebruik (bijv. interne processtatussen, participatie-info)

Deze aanpak maakt Juno een robuust fundament voor zowel interne beleidsmonitoring als verantwoording naar het Rijk.

Klaar voor de toekomst

De Basisset is volop in ontwikkeling. Voor het najaar van 2024 staat versie 2.1 op de planning, met uitbreiding naar onder meer:

  • Betrokken partijen per plan (ontwikkelaars, corporaties)
  • Knelpuntenregistratie
  • Plan- en uitvoeringsmijlpalen (zoals vergunningsaanvraag, start bouw)

Bij Shinto Labs volgen we deze ontwikkelingen nauwgezet. Onze roadmap is er volledig op gericht om Juno tijdig aan te passen, zodat gebruikers probleemloos kunnen blijven voldoen aan nieuwe standaarden.

Conclusie

De Basisset 2.0 markeert een belangrijke stap in de professionalisering van woningbouwmonitoring in Nederland. Bij Shinto Labs geloven we dat standaardisering én flexibiliteit hand in hand kunnen gaan. Juno biedt hiervoor de juiste balans: een systeem dat voldoet aan landelijke eisen, maar ontworpen is rond de praktijk van lokale gebruikers.

Meer informatie?

Meer weten over Juno of benieuwd wat het voor jouw provincie, gemeente of regio kan betekenen? Neem contact met ons op!

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits: Etienne Girardet via Unsplash

Gebruikersbijeenkomst Juno: ‘Van verantwoording naar sturing!’

Op donderdag 20 juni jl. vond een fysieke gebruikersbijeenkomst voor de Juno (voorheen Woningbouw Monitor) plaats in Utrecht. Ruim 30 gebruikers kwamen van alle windstreken in Nederland bij elkaar om kennis te nemen van onze ideeën voor de doorontwikkeling, ervaringen uit te wisselen en zelf input te leveren op het productbeleid. Na de opening en welkom van Bart Rossieau nam Jurriaan Souer het woord en nam de aanwezigen mee in de plannen van Shintō Labs voor doorontwikkeling van de Woningbouw Monitor.

Van Woningbouw Monitor naar Juno!

De eerste aankondiging van Jurriaan was dat we de naam van de Woningbouw Monitor gaan wijzigen naar Juno. Zoals bij andere producten van Shintō Labs een verwijzing naar zowel NASA programma’s als de klassieke mythologie. Juno staat voor de doorontwikkeling van het systeem in zowel technische als functionele zin. Er komen diverse verbeteringen voor performance, toegankelijkheid en veiligheid, maar ook om onze gebruikers nog beter te ondersteunen. Juno staat ook voor verbreding van het systeem naar een ‘dataplatform voor het ruimtelijk domein’ waarbij we doorontwikkeling zien op drie assen:

  1. Procesondersteuning
  2. Samenwerking
  3. Data & Intelligentie

Bij procesondersteuning kijken we vooral naar hoe we de planning en fasering van projecten nog beter willen ondersteunen als ook de verschillende stakeholders in dit proces. Voor samenwerking kijken we ook naar hoe we nog beter de samenwerking tussen de verschillende partners in de woningbouwopgave (woningcorporaties, ontwikkelaars) kunnen versterken. En voor wat betreft data zijn we aan het kijken hoe generatieve AI (bijvoorbeeld ChatGPT) beleidsadviseurs het leven makkelijker kan maken.

Nieuwe features en ontwikkelingen

Na de presentatie van Jurriaan nam Martijn Heijstek het stokje over om als product owner aan de hand van concrete demo’s een aantal voorbeelden te laten zien van nieuwe functionaliteiten. De eerste betrof een module waarmee beleidsadviseurs periodiek de status van projecten te verifiëren bij de projectleiders. De projectleider kan aangeven of gegevens actueel en correct zijn. Zijn de gegevens volgens de projectleider niet correct dan kan hij of zij deze corrigeren in de vorm van een verbetersuggestie. Vervolgens krijgt de beleidsmedewerker deze correctie als wijzigingsvoorstel terug en kan hij/zij deze overnemen of negeren. Een eenvoudige maar effectieve module.

Vervolgens liet Martijn zien hoe we voornemens zijn de ‘beheerpagina’ aan te passen waarmee projecten en gegevens kunnen worden geregistreerd. Doel is om de invoer van gegevens zoveel mogelijk te vereenvoudigen. Ook de Woningvoorraad module gaat een ‘make over’ krijgen met een andere look-and-feel en snellere performance. Ook willen we gegevens direct van de bron ophalen via een koppeling met BGT/BRK. Tenslotte liet Martijn zien hoe we artificial intelligence kunnen inzetten bij het controleren en actualiseren van data. Als voorbeeld demonstreerde hij hoe van externe websites van woningbouwprojecten gegevens kunnen worden overgenomen en geactualiseerd.

De Publieke Woningbouwkaart van de Gemeente Eindhoven

In 2023 is in de gemeente Eindhoven een woningbouwakkoord opgesteld door de Versnellingstafel woningbouw Eindhoven, een samenwerking van professionals uit de vastgoed- en bouwsector. Onderdeel van dit akkoord was om via een website alle nieuwbouwprojecten in Eindhoven  te publiceren om duidelijke informatie te geven en participatie door alle betrokken partijen te stimuleren.

Rob Krabbenborg, Strategisch adviseur Wonen van de gemeente Eindhoven vertelt over de totstandkoming van de Woningbouwkaart waarmee de gemeente niet alleen de partijen van de versnellingstafel (gemeente, corporaties en ontwikkelaars), maar ook de raad en alle geïnteresseerden informeert over de stand van zaken. Martijn demonstreerde vervolgens het systeem en kondigde de beschikbaarheid hiervan aan voor alle andere gebruikers van de Woningbouw Monitor.

Over versnellingstafels en sturing! 

Afsluiter van de middag was Ruud Kruip, adviseur stedelijke ontwikkeling en Expertiseprogramma Woningbouw van RVO. In opdracht van het ministerie van BZK heeft RVO een expertiseprogramma in het leven geroepen met de opdracht om ‘bij te dragen aan de versnelling van de woningbouwproductie, met oog voor kwaliteit en diversiteit’. Een van de manieren om dit te doen is om kennis en best practices te verzamelen en die beschikbaar te stellen aan betrokken partijen.

Ruud vertelde hoe in zijn ogen de versnellingstafels zich verhouden tot de woondeals: de een richt zich op de publieke sector (woondeals) en de ander op de publiek-private samenwerking (versnellingstafels). Maar ook dat informatievoorziening vanuit andere doelstellingen wordt ingericht: gericht op verantwoording bij de. woondeals en op sturing bij de versnellingstafel. Hij toonde een oude cassetterecorder als metafoor voor een apparaat met slechts een paar knoppen en daardoor makkelijk in gebruik.

 

Ruud’s stille hint: de Woningbouw Monitor is een hartstikke mooi instrument voor de gemeente, regio en provincie, maar bevat heel veel data en heel veel functies gericht op verantwoording. Zou het niet mooi zijn om gebaseerd op diezelfde data een eenvoudiger tool aan te bieden voor de versnellingstafels? Met de komst van de Woningbouwkaart is hier een mooie stap gezet.

Naast goede monitoring is vooral het goede gesprek de belangrijkste succesfactor aldus Ruud. Investeer in relaties en in vertrouwen want alleen samen kunnen we versnelling aanbrengen in de woningbouw. De lessons learned zijn bijeengebracht in de handreiking Vooruit! handreiking regionale versnellingstafels. Meer informatie en eerder gepubliceerde handreikingen zijn de vinden op de website van RVO.

Meer informatie?

Wil je de presentaties ontvangen die zijn verzorgd? Meer weten over de publieke Woningbouwkaart of hoe we versnellingstafels kunnen helpen bij gezamenlijke monitoring van de woningbouwopgave? Neem dan even contact op of stuur een email naar bart@shintolabs.nl.

Tag Archief van: woningbouw

Niets gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op