Berichten

Een crimineel samenwerkingsverband in 10 minuten

Ook dit jaar werd het VNG Realisatie congres georganiseerd in de Fabrique – een prachtige locatie, nabij Utrecht.  Het thema van het congres – pardon, Congrestival – was samen organiseren: DURF en vertrouwen. Een mooi moment om te kijken wat de ontwikkelingen zijn op het gebied van ondermijning. Daarnaast kregen wij de kans om onze aanpak en status op het gebied van datagedreven aanpak Ondermijning in Zaanstad te presenteren. Naast een aantal interessante contacten en netwerkmogelijkheden waren er ook verschillende demonstraties, waaronder de Wiet Container van netbeheerder Stedin – waar de foto hierboven genomen is.       

Een crimineel samenwerkingsverband in 10 minuten

In de ochtend was ik bij een presentatie van Ben van der Hoeven, programmamanager Ondermijning bij de gemeente Utrecht. Het was een buitengewoon interessant en leuk verhaal. Hij begon zijn betoog met de constatering dat afgelopen decennia er heel veel onderzoek gedaan is naar de ‘kopstukken’ van criminele organisaties. De politie en FIOD concentreren zich met name op die kopstukken en daarmee worden grote kansen gemist. De hedendaagse criminele organisaties bestaan immers uit een aantal sleutelfiguren en een hele grote groep ZZP-ers die meewerken.

Ondermijning gaat door alle lagen heen van de maatschappij. Als voorbeeld wordt genoemd dat in tijden van crisis het voor makelaars aantrekkelijk kan zijn om open te staan voor ‘alternatieve inkomsten’. Ook de overheid is een van de grootste facilitators, aldus Ben. Meer specifiek gaat Ondermijning over

  • Sleutelpersonen
  • Sleutelplaatsen
  • Sleutelbranches

Als oefening werd met de groep een gedachte experiment gedaan. Om voor te stellen hoe het zou zijn om een criminele organisatie te zijn – een techniek die Bureau Beke ook hanteert. Vanuit de groep werd synthetische drugs gekozen als onderwerp. Ben trapte af met een vraag over de productie: ‘Wie van jullie kent een scheikundige die kan helpen bij de productie‘. Direct gingen er een paar handen omhoog. Oké, dat was snel geregeld. ‘Locatie? Iemand ideeën?’ Ideeën genoeg: er zijn voldoende lege panden. Kwestie van kiezen. ‘Productie: welke grondstoffen hebben we nodig?’ Ben lijkt een kenner: voor productie heb je veel specifieke grondstoffen (‘zuren’) nodig, die toevalligerwijs ook gebruikt worden door autowasstraten voor het schoonmaken van velgen. Andere grondstoffen moeten we bijvoorbeeld uit China importeren. ‘Heeft iemand contacten in de logistiek?‘ Ja hoor. Ook geen probleem. Binnen 10 minuten hebben we een fantastisch criminele samenwerkingsverband bedacht en ontworpen. Van productie tot en met de logistiek. ‘Maar wat gaan we doen met het geld?’ Tja. Witwassen dan maar? 

Ondermijning aanpakken in 4 stappen

Een vraag is die Ben aan de groep vroeg was: is ondermijning wel een wettelijke taak van de gemeente? Het antwoord is natuurlijk: ja! Maar niet in directe zin.

  • Algemene Verantwoordelijkheid: Voorkomen dat het vertrouwen in een veilige en integere samenleving wordt ondermijnd
  • Specifieke verantwoordelijkheid: Voorkomen dat (lokale) wet- en regelgeving wordt misbruikt. 

Georganiseerde ondermijnende criminaliteit is overal. De uitdaging is hoe we een weerbare overheid kunnen creëren. Een nauwe samenwerking met het RIEC is daarbij cruciaal. Daarbij heeft Utrecht een model in 4 stappen gedefinieerd:

  • Stap 1: Weet wat er buiten speelt en waar binnen kansen zijn.  (mogelijke middelen ter ondersteuning vanuit het RIEC zijn: Ondermijningsbeelden, een Quickscan gemeente, en de IVP beleidsplannen)
  • Stap 2: Creëer bewustwording en eigenaarschap
  • Stap 3: Maak een meerjarig actieplan / programmaplan
  • Stap 4: Plan Do Check en Act! 

Quickscan voor uw gemeente

Ter verduidelijking werd een Quickscan toegelicht. De Quickscan biedt inzicht in hoe uw gemeente voorbereid is om Ondermijning tegen te gaan. Dit doen ze in Utrecht langs de volgende dimensies:

 

1. Bewustwording & Organisatie

Zorg voor een goede bewustwording binnen de organisatie en beleg de verantwoordelijkheid: 

  1. Is er eigenaarschap in MT? Uit de groep bleek dat dit typisch bij de Directeur Veiligheid ligt.
  2. Verzorg awareness trainingen binnen alle lagen van de organisatie.
  3. Bewustwording creëren bij Raad, College en MT.

2. Informatiepositie

Versterk de informatiepositie om slagvaardiger tewerk te gaan. Daarbij moet veiligheid en privacy niet uit het oog verloren worden:

  1. Meldpunt (signalen van overtreding van lokale wet en regelgeving en handelingsperspectief voor Onderbuikgevoel)
  2. Signalen overleg (intern + politie / RIEC)
  3. Informatiebeveiliging
  4. Informatie ontsluiten (VIK) en ontwikkelen naar Intelligence.
  5. Van reactief werken naar proactief detecteren en barrières omhoog.

3. Beleid & Handhaving:

Zorg ervoor dat er een duidelijk beleid is en zorg voor integrale interventies. Gebruik daarbij een informatiegestuurde of datagedreven aanpak.

  1. BIBOB (verbreden van beleidslijn BIBOB bv Huisvestingswet en Vastgoedtransacties).
  2. Beleid op orde
  3. Informatie gestuurde handhaving – ontsluiten van straatkennis. De mensen op straat hebben goud aan kennis. Centrale vraag is hoe je die straatkennis op een nette en juridisch passende manier vast kan leggen.
  4. Participeren in integrale acties

4. Integere & Veilige werkomgeving

Creëer een integere en veilige werkomgeving waarbij de ambtenaar van vandaag en morgen goed kan werken.

  1. Ambtenaar 3.0. Dit vraagt om een andere type ambtenaar
  2. Integriteit op orde
  3. Dilemmatafel (bij dilemma middels morele oordeelsvorming komen tot juiste beslissing)
  4. VPT op orde
  5. VOG/ Screening
  6. Kwetsbare processen en functies in beeld.

5. Communicatie

Communiceer goed wat er gaande is. Zowel intern als extern.

  1. Intern: wat is ondermijning en wat doen we er aan als gemeente?
  2. Communicatie als instrument gebruiken
  3. Extern communiceren over acties – maak het onzichtbare zichtbaar
  4. Extern in gesprek gaan met met wijken / buurten – meldingsbereidheid vergroten.

Actieplan gemeente Utrecht

De gemeente Utrecht heeft vervolgens een actieplan gedefinieerd om Ondermijning te ondermijnen. Daarbij richten ze zich op de volgende onderdelen:

  • Het verstoren criminele ondernemingsklimaat.
  • Het versterken van bestuurlijke weerbaarheid. ‘De ambtenaar’ wordt daarbij nog wel eens vergeten
  • Het vergroten maatschappelijke weerbaarheid: allianties met andere partners, met ondernemers, met brancheverenigingen zoals Horeca Nederland maar ook BOVAG.
  • Vergroten sociale weerbaarheid
  • Versterken Intelligence positie

Als voorbeeld werd Tilburg genoemd waarbij 80 autoverhuurbedrijven bij elkaar zaten. Daar hebben ze een actie op ondernomen. Daarbij hebben ze ondernemers geholpen met ‘alle auto’s registreren in het ANP’ en bij controles van de auto’s;  als er niet iemand in rijdt die op het huurcontract staat, wordt de auto teruggebracht naar de huurorganisatie. Daarmee wordt het anders benaderd en meer als service aan bonafide bedrijven geboden die geholpen worden. Malafide bedrijven vinden die registratie uiteraard minder fijn.

De Piramide naar fitte gemeente

Geïnspireerd door de piramide van Maslow hebben ze een piramide voor een fitte gemeente opgesteld. Wellicht is een vergelijking met de Capabilitiy Maturity Model (CMM) beter toepasbaar maar in essentie wordt hier bedoeld dat je als gemeente op verschillende niveau’s kunt opereren in context van ondermijning

 

  • Niveau 5: Regisseur. Op het hoogste niveau heeft de gemeente de rol van regisseur. Hierbij heeft de gemeente een zeer proactieve houding en schakelt met alle ketenpartners om 
  • Niveau 4: Integraal. Het integrale niveau is een proactieve houding waarbij ook politie, RIEC en OM een rol spelen alsmede andere belanghebbende organisaties zoals woningcorporaties, netleveranciers en brancheorganisaties.
  • Niveau 3: Actie – plannen uitvoeren. Op dit niveau zijn er uitvoerbare plannen die uitgevoerd kunnen worden. Hierbij is het idee dat er plannen gemaakt worden en meer proactief gehandeld wordt. 
  • Niveau 2: Infrastructuur – organisatie. Het opzetten van een organisatie en benodigde infrastructuur om beter te kunnen anticiperen zodra er iets gaande is. 
  • Niveau 1: Acute hulp (EHBO). Op dit niveau heeft de gemeente een zuiver reactieve houding waarbij ad-hoc wordt gehandeld zodra er wat mis gaat.  

Een groeimodel. De vraag is ook: waar je wil je staan als gemeente?

Versterken Intelligence Positie

Met intelligence wordt bijvoorbeeld geanalyseerd op basis van meetpunten in het afvalwater waar drugs wordt geproduceerd. Dat wordt vervolgens vertaald naar wijken, bevolkingsgroepen en andere statistieken. De vraag die ze nog niet kunnen beantwoorden is hoe zich dat vertaalt naar voorspelling: waar moeten ze straks gaan controleren?

“We hebben nog geen Google” is zijn constatering. Een integrale zoekmachine om te zien wie, wat, waar en in welk systeem zit. Als voorbeeld hoe het wel kan is de Privacy Impact Assessment (PIA) vanuit het VIK die op basis van de BIBOB wet informatie-uitwisseling mogelijk maakt.

Karin Akkers – gemeente Den Bosch – had het ook over Intelligence en maakt vooral een onderscheid tussen Informatie en Intelligence: Informatie: casus specifieke data. Intelligence: correlaties op geaggregeerd niveau

Vanuit het JADS wordt gewerkt aan een Open Source Ondermijning Database, wat een prikkelende gedachte is en wellicht goed gebruikt kan worden bij ons traject met het RIEC Rotterdam en Bureau Beke rondom de Risico Radar Ondermijning. De ervaringen in Den Bosch tot nog toe zijn zeker interessant. De belangrijkste lessen op een rij:

  • Oplossing rondom ondermijning vragen om integrale aanpak
  • Creëer gezamenlijk perspectief én taal op de vraagarticulatie
  • Bepaal vooraf in op te zetten samenwerking ‘hoe’ om te gaan met:
    • Diversiteit aan belangen
    • Aanbestedingsrecht
    • IP en gebruiksrecht
    • Eigendom van publieke domein verzamelde data
    • Privacy en ethiek
  • Publiek-privaat samenwerken rondom innovatie vraag om gezamenlijke investering (vooral in O&O) en flexibel proces.

Relevante links

Webinars

Casebeschrijving

Blog

Research

 

Een aanpak voor veilige en vitale vakantieparken

De symboliek ontging mij niet: de ‘kathedraal’ verpakt als bunker in het hart van misschien wel het mooiste stukje Nederland: de Veluwe. Waar anders dan hier in Radio Kootwijk wordt de Vakantieparken Top gehouden georganiseerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Shintō Labs was bij deze top aanwezig samen met Henk Ferwerda van Bureau Beke waarmee we een samenwerking zijn gestart om criminologische kennis en data science software te combineren om sociaal-maatschappelijke problemen aan te pakken. We waren hier in het bijzonder om onze nieuwe Monitor Vitale Vakantieparken te presenteren. Binnenkort organiseren we een webinar om dit verder uit te diepen. Een verslag van de top.

Pareto-principe in Vakantieparken-land

Voor wie Pareto’s principe niet kent, zal de ’80/20′ regel wellicht bekender in de oren klinken. In de context van vakantieparken bleek dat ook het merendeel van de klachten en ongeregeldheden in een beperkt deel van de parken plaatsvindt. Meer specifiek is uit onderzoek van Bureau Beke gebleken dat 76% van de vakantieparken het redelijk goed tot en met fantastisch doen. Daar staat tegenover dat 18% van de parken extra aandacht vraagt en op 6% er sprake is van stevige leefbaarheids- en veiligheidsproblemen. Een veel gehoorde klacht van vakantieparkenhouders was de overwegend negatieve berichtgeving over vakantieparken en de stigmatiserende werking daarvan. Niet ieder park heeft last van ondermijning en criminaliteit, maar dat lijkt wel de enige conclusie die je vaak in de media hoort en leest.

Minister Kajsa Ollongren spreekt de aanwezigen van de Vakantieparken Top toe.

Integrale aanpak vakantieparken

Bea Schouten, gedeputeerde van de provincie Gelderland, benadrukte het belang van een integrale aanpak voor die parken met het programma Vitale Vakantieparken. Een innovatieve manier van werken is ontwikkeld om niet alleen beleid en plannen te maken, maar ook om dingen te doen. Als voorbeeld noemde ze de Ontwikkelmaatschappij – een fonds en bedrijf om het vraagstuk op te pakken en actief te ontwikkelen. Er is dus kennis, ondersteuning en budget beschikbaar om vakantieparken te ondersteunen, met als doel om in 2023 ‘normale situaties’ op de parken te hebben.

De belangrijkste succesfactor: samenwerking met alle partijen en doorzetten. Dit kan alleen met betrokkenheid en inzet van de ondernemers waarbij een integrale aanpak cruciaal is.

Actie-agenda vakantieparken

Vakantieparken- dat klinkt vooral heel gezellig en dat zou ook zo moeten zijn – aldus Minister Kajsa Ollongren. Ze was hier om haar betoog te houden over zorg en aandacht voor die parken die dat nodig hebben en de Actie-agenda Vakantieparken namens de rijksoverheid te ondertekenen.

“Maar het onderzoek is ook aanleiding tot zorg en aandacht” ging ze eufemistisch verder. “We zien dat er steeds meer kwetsbare mensen op vakantieparken gaan wonen. Van gescheiden mensen, ouderen, arbeidsmigranten maar ook mensen die onder de radar willen blijven”. Voor eigenaren van vakantieparken, waarbij de financiële problemen hoog genoeg oplopen, is de verleiding groot om op andere manieren inkomsten te genereren. Criminele activiteiten, hennepteelt, prostitutie, uitbuiting, witwassen en andere vormen van illegaliteit steken dan de kop op, lijkt het beeld te zijn. Als dat eenmaal zijn intrede heeft gedaan is het bovendien heel lastig om weer terug te gaan naar de originele doelstelling terug te keren: een gezond vakantiepark vol recreatie, plezier en gezond ondernemerschap.

Minister Kajsa Ollongren ondertekent de Actie Agenda Vakantieparken

Verschillende stakeholders

Maar het aanpakken van vakantieparken die zich niet aan de regels houden is lastig. De Actie-agenda vakantieparken is gericht op een aantal kernvragen:

  • Hoe vinden we passende oplossingen voor de probleemgevallen?
  • Hoe voorkomen we dat nieuwe parken in de problemen komen?
  • Hoe kunnen we in de toekomst maatschappelijke functies en vakantieparken combineren?

De boodschap is duidelijk: er is budget beschikbaar voor gemeentes en provincies om pilots te doen en projecten op te pakken. Ook vanuit het ondermijningsfonds is er budget beschikbaar om samen te werken en deze problematiek aan te pakken. Bij heel veel vakantieparken gaat het goed. Maar we hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de parken die flink buiten de lijntjes kleuren en extra aandacht nodig hebben aan te pakken. De eerste stap volgens de experts aan het tafelgesprek is het maken van een goede beschrijvende analyse: zorg dat je de parken in beeld hebt.

Monitor Vitale Vakantieparken

Tijdens de break hebben Shintō Labs en Bureau Beke hun Monitor Vitale Vakantieparken gepresenteerd. Achtergrond van dit traject was dat in het najaar van 2017 Bureau Beke samen met een aantal gemeenten op de Noord-Veluwe gestart is met de ontwikkeling van een Monitor Vitale Vakantieparken (MVV) als onderdeel van het Programma Vitale Vakantieparken. Het doel van de monitor is om gemeenten en het programma inzicht te geven in het verloop van de aanpak en de kwaliteit van de ruim 500 parken.

dr. Henk Ferwerda van Bureau Beke licht de Monitor Vitale Vakantieparken toe tijdens de Vakantieparken Top

Henk vertelde geïnteresseerden het onderzoek dat op basis van bestaande monitoren, literatuur- en deskresearch geleid heeft tot een selectie van relevante indicatoren, waar onder andere rekening gehouden is met beschikbaarheid van data en de herhaalbaarheid. Shintō Labs heeft dit vervolgens omgezet in een bruikbare en toegankelijke applicatie waarmee gemeentes en provincies direct inzicht kunnen krijgen hoe het er met de parken er voor staat aan de hand van de belangrijkste indicatoren. De Monitor Vitale vakantieparken geeft op parkniveau een overall kwaliteitsoordeel (groen, oranje en rood). Dit kwaliteitsoordeel is opgebouwd uit 5 dimensies met daarbinnen 14 indicatoren. Om parken met elkaar te kunnen vergelijken worden indicatoren waar nodig gerelateerd aan de parkoppervlakte.

De dimensies zijn:

  • Situatie van eigenaren, waarbij we bijvoorbeeld kijken naar het aantal eigenaren op een park.
  • Economisch, waarbij gekeken wordt naar het aantal transacties (koop en verkoop) van verblijfsobjecten.
  • Sociale situatie, waarbij aandacht voor bijvoorbeeld het aantal leerplichtzaken en schuldsaneringen.
  • Criminaliteit, met aandacht voor onder andere het aantal en de aard van de incidenten.
  • Brandveiligheid, waarbij uitgevoerde controles of adviezen voorbeelden van indicatoren zijn.

De indicatoren die we gebruiken zijn voor ieder park in Nederland beschikbaar en kunnen periodiek opnieuw verzameld worden zonder onderzoek uit te voeren. Henk en Jurriaan geven binnenkort een webinar waarin uitgebreid wordt ingegaan op de werking van de monitor en de analyses.

Screenshot van de Monitor Vitale Vakantieparken

Indicatoren van criminaliteit en ondermijning in vakantieparken

Bij de break-out sessie zaten wij ingedeeld bij het thema ‘Veiligheid’, waarbij Gijs van Poppel in een interactieve werkvorm hun gereedschap namens het RIEC wilde verbeteren met kennis. Voor wie het RIEC niet kent: de overheid heeft tien Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) en het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC) opgericht met als doel: de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Ze verbinden informatie, expertise en krachten van de verschillende overheidsinstanties. Daarnaast stimuleren en ondersteunen de RIEC’s en het LIEC de publiek-private samenwerking bij de aanpak van ondermijning.

In kleine groepjes werd gediscussieerd over mogelijke indicatoren die een aanwijzing kunnen zijn dat er bij een vakantieparken criminele of ondermijnende activiteiten plaats zou vinden. Het resultaat van deze workshop uit de verschillende groepen was de volgende lijst:

  1. Schoolverzuim van de kinderen. Een belangrijk signaal. Met de leerplicht zouden kinderen op school moeten zitten. Als er kinderen tijdens reguliere schooltijd op het park zijn, zou dat een indicatie kunnen zijn.
  2. Het aantal huizen in eigendom van uitzendbureaus. Mogelijk te vinden vanuit kadaster. Dit zou een indicatie kunnen geven over aanwezigheid van illegale arbeidsmigranten.
  3. Mutaties van het kadaster. Als huizen binnen korte tijd verwisselen van eigenaar zou dat kunnen duiden op een vorm van wit wassen.
  4. Het aantal uitzendbureaus die huren in parken. Zie punt 2. Het heersende idee is dat als uitzendbureaus huizen in parken houden of huren er aanleiding is om eens te kijken. Het voornaamste vermoeden is illegale arbeidsmigranten via deze constructie gefaciliteerd worden.
  5. Postbewegingen. Het aantal en het soort pakketjes kan een indicatie zijn. Een op het oog opvallende indicator. De toelichting van de betreffende groep was:
    1. Het aantal en soort bestellingen (van welk bedrijf wordt er besteld?)
    2. De brieven (komen er blauwe enveloppen? CJIB?)
    3. De Postbode: kunnen de ogen en oren bieden. De burgemeester kan bovendien postbode aanwijzen als toezichthouder(!).
  6. Financiële situatie: zodra het slecht gaat is de kans groot dat er gezocht wordt naar alternatieve inkomstenbronnen.
  7. Aantal eigenaren: zou kunnen duiden op een negatieve invloed op kwaliteit

Ook werd aan het Gijs gevraagd wat voor inzichten wij vanuit het RIEC konden delen wat relevant zou kunnen zijn voor gemeentes, provincies en vakantieparken. De voornaamste bronnen en indicatoren die hij kon delen waren:

  1. Incidenten politie
  2. Aantal BRP inschrijven
  3. Aantal uitkeringen
  4. Komen parken voor op het ondermijningsbeeld

Aanpak Veilige Vakantieparken

Joeri Vig van Het CCV presenteerde aansluitend hun Aanpak Veilige Vakantieparken. Hun aanpak is gericht op Nederlandse vakantieparken met hardnekkige veiligheids- en leefbaarheidsproblemen, zoals relatief onschuldige, maar evengoed vervelende, overlast door dronkenschap en verloedering van huisjes. Maar soms is er zelfs sprake van seksuele uitbuiting, hennepteelt of de opslag van gestolen goederen.

Hun aanpak bestond samengevat uit de volgende 6 stappen:

  1. Er is een signaal (bv: 400 mensen ingeschreven op één huisje)
  2. Zorg dat je het park in beeld krijgt: maak een beschrijvende analyse. Het CCV adviseert hiervoor de methodiek van Bureau Beke.
  3. Zorg dat je de problematiek in beeld krijgt bij dat park. Immers, niet alle parken zijn hetzelfde. De meest voorkomende veiligheidsvraagstukken gaan over de aanwezigheid van mensen die uit het zicht willen blijven, de huisvesting van kwetsbaren en criminele activiteiten op het park.
  4. Wie zijn jouw partners in deze ? Voor een integrale aanpak is het belangrijk om een goed beeld te hebben welke partners het beste aansluiten bij de problematiek. Naast de politie, gemeente, OM, provincie RIEC en RECRON, kunnen ook GGD, GGZ en omgevingsdiensten bijvoorbeeld een rol spelen. Kijk voor een uitgebreide lijst van partners op de site van het CCV.
  5. Welke strategie volg je voor je interventie? Ook daar is een uitputtende lijst met mogelijkheden voor te vinden. Het gaat te ver om ze hier allemaal op te noemen, maar het is goed om te weten dat er een bron van kennis voor handen is om te handelen, zodra het probleem bekend is.

Probleem is en blijft: hoe weten we ‘wat er achter die slagboom’ afspeelt. De laatste tip van Joeri: zorg dat je contact maakt met de mensen op en de eigenaren van de parken. Ook met de ondernemers. En dan bedoelt hij niet alleen de ‘slechte’ parken, maar ook de goede. Uiteindelijk zou de ambitie moeten zijn om samen veilig te willen ondernemen en recreëren.

Relevante links

Webinars

Casebeschrijving

Blog

Research