Berichten

Gemeente Diemen kiest voor datagedreven aanpak woon- en adresfraude

Duizenden ‘lege’ woningen in criminele handen: ‘kan naast iedereen gebeuren’, kopte de NOS eind vorig jaar. De gemeente Diemen maakt al een tijdje werk van de bestrijding van spookbewoning met het project ‘Scheerlicht’. In een volgende fase wil de gemeente nog efficiënter gebruik maken van data. Diemen profiteert hierbij van het fundament dat met de gemeente Zaanstad is gelegd.

Lees hier het artikel van de NOS:

Wil je op de hoogte blijven? Laat het ons weten!

Relevante links

Whitepaper

Webinars

Blogs

Een datagedreven aanpak van ondermijning bij het misbruik van vastgoed

Eind 2020 hebben we twee Design Sprints uitgevoerd om een uitbreiding van onze ondermijningsapplicatie te ontwikkelen. Deze twee sprints draaiden om ‘misbruik van vastgoed’ en waren uitgevoerd bij een grote en een middelgrote gemeente. In slechts enkele dagen ontwikkelden wij daar een prototype voor een datagdreven aanpak van dit probleem. Deze blog geeft een verslag van deze Design Sprints en de stappen die wij doorlopen hebben om tot dat prototype te komen. We laten zien hoe we de uitdaging, het probleem,  vertaald hebben in een prototype met indicatoren, kaarten, filters en netwerkanalyses. En waarin we verschillende manieren verkennen om de privacy van burgers te waarborgen. 

Aanleiding

De aanpak van ondermijnende criminaliteit binnen een gemeente wordt vaak geprioriteerd in lijn met de de focus zoals die ook vaak door de RIEC’s (Regionale Inlichtingen en Expertise Centra) wordt aangebracht. Deze terugkerende thema’s zijn:

  • Georganiseerde hennepteelt;
  • Mensenhandel en -smokkel;
  • Criminele motorbendes;
  • Misbruik en fraude binnen de vastgoedsector;
  • Witwassen en daaraan gerelateerde vormen van financieel-economische criminaliteit.

Misbruik en fraude binnen de vastgoedsector (en het witwassen dat daar regelmatig mee gepaard gaat) is daarmee één van de belangrijke pijlers in de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. In de vele gesprekken die wij met verschillende lokale en regionale overheidsorganisaties hebben gehad is de aanpak misbruik vastgoed ook een van de meest genoemde vraagstukken.

Bij de gemeentes in kwestie speelden bovendien specifieke vraagstukken in relatie tot de ‘Woondeals’ (van het ministerie van BZK) en een organisatieverandering gericht op datagedreven werken en gebiedsgericht werken (domein-overstijgende samenwerking). De Design Sprints die we hebben uitgevoerd moesten ook deze context meenemen.

In de voorgesprekken met de betrokken gemeentes werd benoemd dat er verhoudingsgewijs veel ABC-constructies toegepast worden – een arbitraire eerste plaats waar iets aan gedaan moest worden. (Een ABC-constructie of ABC-akte is een vastgoedtransactie waarbij een gebouw of woning binnen zeer korte tijd twee keer verkocht wordt, van A naar B en van B naar C. Het gebouw gaat daarmee feitelijk van A naar C. Een ABC-transactie is gevoelig voor fraude zoals hypotheekfraude, belastingontduiking en witwassen.)

Big Challenge

Wij starten een Design Sprint altijd met een Big Challenge – het buikpijndossier. Dat is een van de belangrijkste succesfactoren van een Design Sprint. De Big Challenge voor deze Design Sprint gericht op  het misbruik van vastgoed is de volgende:

‘Kunnen we zicht krijgen op het misbruik van vastgoed in onze wijken zodat de gemeente en haar partners interventies kunnen plannen voor zichtbaar resultaat’

Deze challenge is gericht op het verkrijgen van zicht op en inzicht in vastgoed misbruik als verschijningsvorm van ondermijnende criminaliteit. Een terugkerende vraag daarbij is wanneer gebruik over gaat in misbruik en hoe dat te constateren is. Een andere factor is het inzichtelijk kunnen krijgen van de dynamiek binnen het speelveld van panden, personen en ondernemingen rondom het thema misbruik van vastgoed. Tenslotte bleek tijdens de sprints er dat er binnen de gemeente verschillende rollen zijn die hun eigen taken en verantwoordelijkheden hebben en die niet altijd dezelfde belangen hebben. Zo kan het innen van leges voor het afhandelen van vergunningsaanvragen mogelijk conflicterend zijn met het doorvragen bij een mogelijk verdachte aanvraag en de signaleringsfunctie die daarbij hoort.

Doelstelling

De lange termijn doelstelling is als volgt gedefinieerd: “Een goede datahuishouding rondom vastgoedmisbruik, wat zorgt voor een duurzaam informatiebeeld dat integraal gedeeld wordt en domeinen overstijgt, ten behoeve van gedeelde verantwoordelijkheid en urgentiebesef.

Het achterliggende idee was dat er verschillende domeinen als ‘silo’s’ opereren, geen gedeeld beeld hebben, of de urgentie missen om een gezamenlijke aanpak te definiëren. Vastgoedmisbruik raakt namelijk niet alleen het veiligheidsdomein, maar ook het sociaal domein, het ruimtelijk domein, en overstijgende thema’s zoals de leefbaarheid in wijken en buurten.

Waardepropositie

Een vast onderdeel van de Design Sprint is het bepalen van de waardepropositie (Value Proposition). Het idee van de waardepropositie is om te bepalen waar de pijn precies zit, uitgedrukt in drie onderdelen: jobs, pains en gains. Hieronder een indruk van de jobs, pains en gains die tijdens de sprints ter sprake zijn gekomen. Dit is natuurlijk geen uitputtende lijst!

1. Jobs: welke taken moeten er gedaan worden?

Een relevante job rondom het thema vastgoedmisbruik is natuurlijk het inzichtelijk krijgen van dit misbruik, maar ook het zorgen voor bewustwording, draagvlak en urgentiebesef bij de verschillende betrokken partijen, en het kunnen bieden van handelingsperspectief. Dit alles mag niet ten koste gaan van de privacy van al dan niet betrokken personen; het waarborgen daarvan is een andere relevante taak.

2. Pains: wat zijn de grootste pijnpunten die we moeten weghalen?

Er zijn diverse factoren die een drempel opwerpen voor het kunnen uitvoeren van die taken. De zojuist besproken silo’s zijn hier een belangrijk voorbeeld van. Een consequentie van die silo’s is dat veel kennis en informatie er wel degelijk is, maar verspreid is tussen verschillende partijen die ieder hun eigen gebruiken en definities hanteren. Dat is natuurlijk begrijpelijk, maar maakt het lastiger een silo-overstijgende aanpak van vastgoedmisbruik te formuleren

3. Gains: wat zou helpen bij het uitvoeren van taken? Wat is essentieel, en wat is nice to have?

Het in kaart brengen van stakeholders en betrokkenen, en hun rollen, is een belangrijke stap richting het inzichtelijk maken van vastgoedmisbruik en het bieden van relevant handelingsperspectief voor de betrokken partijen. Ditzelfde geldt voor het toepassen van objectieve indicatoren die daadwerkelijk indicatief zijn voor vastgoedmisbruik. Een genoemde wens is niet alleen reactief op te treden bij vastgoedmisbruik, maar de gewonnen inzichten rondom dit thema ook proactief te kunnen inzetten, bijvoorbeeld door als gemeente zelf actief te zijn in vastgoed.

Afbeelding: Canvas waardepropositie rondom het thema vastgoedfraude

Storyboard

Tijdens een Design Sprint ontwerpen we een instrument dat kan helpen bij een of meerdere jobs, en waar mogelijk pains verlicht en gains creëert. Bij het ontwikkelen van dit prototype hebben wij rekening gehouden met twee scenario’s. Beide scenario’s zijn tijdens de Design Sprint vastgelegd in een storyboard (een verhalende beschrijving van het proces) dat het verloop van ieder van deze scenario’s omschrijft.

Scenario 1: De casemanager

In dit scenario nemen we een persoon in de rol van casemanager als uitgangspunt. We starten dit scenario met een voorval op een specifiek adres. Dit kan van alles zijn, zolang er aanleiding is om te vermoeden dat er sprake is van vastgoedmisbruik. Dit voorval vormt de start van het onderzoek, waarbij de casemanager wil weten wat er bekend is over het betrokken adres, zoals wie er wonen of welke bedrijven er gevestigd zijn. De casemanager raadpleegt het instrument om dit onderzoeken. Hij/zij gebruikt het instrument om te onderzoeken wat er bekend is over het adres, in de vorm van een kaart, een casusoverzicht, en een netwerk. Deze gegevens kan hij/zij exporteren en meenemen naar een briefing over het betreffende voorval, waarna een actieplan geformuleerd kan worden. Na het uitvoeren van dit actieplan is er mogelijk nieuwe informatie over het betreffende adres. De casemanager zal dan opnieuw het instrument openen, en het instrument aanvullen met deze nieuwe inzichten.

Scenario 2: De analist

Voor dit scenario kijken we door de ogen van een analist. Het startschot van dit scenario is voor de analist een reden om trends en patronen in kaart te brengen, bijvoorbeeld naar aanleiding van een vraag van een verslaggever. De analist raadpleegt het instrument niet zozeer om gegevens over een specifiek adres in te zien, maar om patronen en ontwikkelingen te documenteren. Waar de casemanager kijkt naar het specifieke adres en diens relaties in het netwerk, zal de analist geïnteresseerd zijn in het netwerk in zijn geheel. Ze zal vervolgens haar conclusies vastleggen en presenteren.

Waar de casemanager en de analist in principe dus hetzelfde instrument raadplegen, doen zij dit met twee verschillende vragen en doorlopen zij daarmee twee verschillende routes door het instrument. Hun verschillen in rol en bevoegdheden maken dat ook hun rechten binnen het instrument verschillend zijn. Zo zal het voor een analist vaak niet nodig zijn om toegang tot persoonsgegevens te hebben, terwijl dit voor de casemanager wel nodig kan zijn. Meer hierover later in deze blog!

Afbeelding: ontwikkeling van het storyboard vanuit het perspectief van de casemanager

Indicatoren

Voor het onderzoeken van datagedreven aanpak voor het misbruik van vastgoed hebben we verschillende indicatoren onderzocht. Met hulp van publicaties van organisaties die onderzoek doen naar ondermijning, en de ervaring van de experts die deelnamen aan de sprint, hebben we een lijst met indicatoren benoemd. Deze indicatoren zijn op te delen in drie categorieën.

Ten eerste zijn daar de indicatoren die iets zeggen over speculatie met vastgoed, zoals opvallende transacties. Ten tweede zijn er indicatoren die iets zeggen over de exploitatie van vastgoed, zoals overbewoning en de gevestigde ondernemingen. Een derde groep bestaat uit indicatoren die ons kunnen helpen bij het vaststellen van het speelveld, zoals familienetwerken en diverse tussenpersonen zoals makelaars en hypotheekverstrekkers. We noemen hier een deelverzameling van de meest waardevol geachte indicatoren:

Speculatie indicatoren

  • Verzoek tot contante betaling bij vastgoedtransacties
  • ABC-transacties
  • Aankoop zonder hypotheek
  • Aankoop o.b.v. verschillende hypotheken
  • Snelle wisseling van eigenaar van een locatie
  • Aankoop van een locatie voor een bedrag dat sterk afwijkt van de marktwaarde

Exploitatie indicatoren

  • Overbewoning: veel personen op een adres ingeschreven in BRP.
  • Spookbewoning: leegstand (feitelijk of op papier)
  • Eerdere vondst van drugsdumping of hennepteelt
  • Meerdere insolventies op het adres

Speelveld indicatoren

  • Familienetwerken: families die gezamenlijk veel panden bezitten of uitwisselen
  • Tussenpersonen als makelaars en hypotheekverstrekkers die met veel (opvallende) transacties van doen hebben

Databronnen

Er zijn natuurlijk veel databronnen die iets kunnen zeggen over het gebruik en misbruik van vastgoed. Eigendom van panden, en transacties van panden, worden bijvoorbeeld uitgebreid vastgelegd door het Kadaster, en de ondernemingen die erin gevestigd zijn door de Kamer van Koophandel. Daarnaast zijn er verschillende gemeente-specifieke databronnen die kunnen bijdragen aan een beeld van vastgoedmisbruik. Om inzicht te krijgen in mogelijk vastgoedmisbruik zijn deze registraties echter niet voldoende: ook de verschillende experts in het veld bezitten waardevolle informatie. Om een compleet beeld te krijgen van speculatie en exploitatie van vastgoed in een buurt of wijk is het belangrijk om gegevens uit registraties en kennis van betrokken professionals met elkaar te combineren. Zo is het in dit prototype mogelijk om zelf opmerkingen, waarschuwingen, of relevante connecties toe te voegen, en zo een dossier op te bouwen.

In een Design Sprint werken we soms met ‘nepdata’, omdat het niet altijd mogelijk is om (snel) toegang te krijgen tot de echte data, bijvoorbeeld omdat het persoonsgegevens betreft (zie onderdeel ‘privacy’ hieronder) of omdat het verzamelen van databronnen nou eenmaal een tijdrovend proces is. Voor het succes van de Design Sprint is dat meestal geen probleem. Het gaat er bij een sprint immers om het verkennen van een route, en het kunnen beoordelen of het geprototypte idee in potentie waardevol is. Bij iedere sprint waar we gebruik maken van nepdata staan we natuurlijk wel stil bij de aannames die we hiervoor moeten maken, en in hoeverre het succes van het prototype afhankelijk is van data die nog niet beschikbaar is.

Afbeelding: het potentieel nut en de haalbaarheid van verschillende datasets

Privacyprotocol

Vanzelfsprekend zijn niet alle relevante bronnen die in het instrument opgenomen zouden kunnen worden zomaar toegankelijk. Dit is doorgaans in de eerste plaats om de privacy van betrokken personen te waarborgen. Ook wanneer een dataset al opgenomen zou zijn in een instrument, is het niet vanzelfsprekend zo dat iedere gebruiker hier toegang toe mag hebben. Bepalingen over toegang tot de data in het prototype is afhankelijk van het door de gemeentes gehanteerde privacyprotocol.

De Rijksoverheid ontwikkelde een handleiding voor een model van zo’n protocol voor binnengemeentelijke gegevensuitwisseling ten behoeve van de bestrijding van ondermijning. Dit model maakt gebruik van een aantal wegingen en checks om te bepalen wie er in welke situatie toegang heeft tot gegevens. Een schematische weergave hiervan staat in de afbeelding hieronder. Wanneer een signaal een functionaris van de gemeente bereikt, zoals de hierboven genoemde casemanager, moeten er bijvoorbeeld een aantal dingen gecheckt worden. Kan er hier sprake zijn van ondermijning? Is het onze gemeentelijke taak om iets met dit signaal te doen? Gaat het hier wel over ons grondgebied of een inwoner van onze gemeente? Hoe zwaar is dit signaal?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden mag een casemanager informatie gebruiken uit openbare bronnen, zoals bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel, het Kadaster, de BRP en de BAG. Zoals hierboven beschreven kan de casemanager daar het prototype voor gebruiken. Aan de hand van die beantwoorde vragen bepaalt een privacy officer welke bronnen de casemanager verder mag raadplegen. Interessant hierbij is de ‘hit/no hit-vraag’: is het voor de casemanager voldoende om te weten of een persoon bijvoorbeeld voorkomt in een dataset (of er een hit is), of is het noodzakelijk dat de casemanager daadwerkelijk ziet wat er in die dataset staat?

Afbeelding: het privacy protocol

Privacy en het prototype

Zoals al eerder genoemd is het dus niet zo dat iemand die het geprototypte instrument raadpleegt vanzelfsprekend toegang zou mogen hebben tot alle beschikbare informatie. Het zorgvuldig vastleggen van de verschillende rechten en het faciliteren van de diverse beslissingen die bij het doorlopen van het privacy protocol genomen worden heeft natuurlijk consequenties voor de inrichting van het instrument. Het op deze manier ontwerpen van een instrument, waarbij gedurende het hele ontwerp rekening wordt gehouden met zo’n privacyprotocol, wordt ook wel ‘privacy by design’ genoemd. We hebben tijdens de Design Sprint uitgebreid stilgestaan bij het verkennen van de technische mogelijkheden om privacy zo goed mogelijk te waarborgen in het instrument.

Een andere manier waarop we privacy zo goed mogelijk proberen te waarborgen is het anonimiseren (of pseudonimiseren) van alle gebruikte data. Zo zijn individuen, panden en ondernemingen allemaal versleuteld, en zijn er slechts bepaalde mensen die toegang hebben tot die sleutel. Het grote voordeel daarvan is dat een gebruiker niet alleen onderzoek kan doen naar trends en patronen, maar ook naar individuele cases, zonder dat hierbij persoonsgegevens gedeeld worden met de gebruiker. Afhankelijk van of de versleuteling plaatsvindt bij de opdrachtgever of bij ons, hebben wij (als Shintō Labs) op die manier ook geen toegang tot persoonsgegevens nodig om data te kunnen verwerken! In zo’n geval kunnen wij onze opdrachtgevers helpen bij het ontwikkelen van een versleutelprotocol.

Onderdelen prototype

Dit prototype is ontwikkeld vanuit ons concept van lenzen. Hierover kunt u meer lezen in ons whitepaper ‘Een datagedreven aanpak van ondermijnende criminaliteit’. In een lens komen een aantal standaardonderdelen terug: de gebiedskaart en/of locatiekaart, en een detailpagina met daarin casusinformatie en het casusnetwerk. Dit prototype heeft een extra onderdeel: het melden van een signaal.

Signaal melden

Voor een casemanager (scenario 1) is dit het voornaamste beginpunt. De casemanager kan hier informatie over een signaal kwijt, zoals de aard en zwaarte van het signaal, eventuele betrokkenen, en informatie over de betrokken locatie. De informatie die de casemanager hier invult sluit aan bij de verschillende fases uit het privacy protocol en kan bijdragen aan het doorlopen van de verschillende privacy checks. Zo wordt stapsgewijs beoordeeld of het signaal betrekking heeft op ondermijning. Uiteindelijk zou dit proces moeten helpen bij het beoordelen tot welke gegevens de casemanager toegang zou moeten hebben, en wat mogelijke vervolgstappen zijn.

Kaart

In de buurtkaart wordt de betreffende gemeente weergegeven met daarin de verschillende buurten. Op deze kaart worden alle data op pandniveau of op buurtniveau ontsloten; data over specifieke panden kan bijvoorbeeld worden geaggregeerd tot de buurt waartoe het pand behoort. Zo kan een gebruiker een beeld krijgen van de situatie in een buurt, zonder dat dit herleidbaar is tot individuele personen, panden of ondernemingen. De gebruiker kan gebruik maken van een aantal filters die overeenkomen met indicatoren van vastgoedmisbruik.

Informatie over buurten wordt niet alleen weergegeven op de kaart, maar kan ook op een rijtje gezet worden in de buurtvergelijker. Hier kan een gebruiker twee buurten naast elkaar zetten om kengetallen te vergelijken, of te beoordelen of de twee buurten anders presteren als het gaat om een specifieke indicator. Hierbij helpt het ook om bijvoorbeeld een indicator af te zetten tegen de tijd, om te beoordelen of een buurt zich in dit opzicht ontwikkeld heeft.

Details

Op de detailpagina wordt alle relevante informatie over een geselecteerd persoon, pand of onderneming verzameld. Alle personen, panden en ondernemingen zijn hier versleuteld. Welke data worden weergegeven kan daarbij afhankelijk zijn van het privacy protocol en de rechten van de gebruiker. Een interessante functionaliteit op de detailpagina is het context diagram. Hierin worden de relaties tussen personen, panden en ondernemingen gevisualiseerd in een netwerk. Bij zo’n relatie kun je denken aan panden die in eigendom zijn van een persoon, personen die in een pand wonen, of personen die huisgenoten, familie, of collega’s zijn. Zo’n netwerk maakt grote hoeveelheden data visueel inzichtelijk, en helpt bij het signaleren van clusters, patronen, of de ‘spinnen in het web’.

N.B. dit schermvoorbeeld is genomen van het prototype en is onderdeel van het resultaat van de Design Sprint. In het schermvoorbeeld zie je een gecombineerd beeld van een netwerkstructuur en de locaties op de kaart. In het netwerk is een analyse gedaan op individuen die in het bezit zijn van meerdere panden waarop signalen gemeld zijn die betrekking hebben op misbruik vastgoed. Deze persoon in kwestie heeft dus meerdere panden met een score op de benoemde indicatoren. Onder het netwerk is bovendien een kaart zichtbaar waar de panden geografisch weergegeven zijn. Nb: de locaties van de panden zijn fictief en puur ter illustratie op deze manier weergegeven. Wij hebben bij de Design Sprint geen persoonsgegevens of tot locatie- of personen herleidbare gegevens gebruikt.

In het kort

We kijken terug op twee interessante Design Sprints rondom het thema misbruik van vastgoed. Dit thema is één van de landelijke thema’s in de bestrijding van ondermijning en bood ons daarmee een mooie kans om ons opnieuw te verdiepen in de exploitatie en speculatie van vastgoed. Het thema vastgoedmisbruik is met name ook interessant met het oog op privacy. We hebben tijdens deze sprints daarom veel aandacht besteed aan het omgaan met geanonimiseerde data, en aan het verkennen van de mogelijkheden om de uitgangspunten van een privacyprotocol te verankeren in een analyse-instrument. Als je vragen hebt of het prototype een keer wil zien, neem dan vooral contact met ons op. We vertellen je graag meer!

Relevante links

Whitepaper

Blogs

Webinars

Foto (boven) credits: Micheile Henderson op Unsplash.

Dé drie thema’s voor ondermijning in 2020

Na maanden zonder evenementen, groepen mensen of überhaupt maar fysieke meetings was er eindelijk weer ruimte voor een heus congres. Op 16 september jl. organiseerde het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid de 5e editie van het Congres Ondermijning en Georganiseerde Criminaliteit. Strakke handhaving van de 1,5 meterregel kunnen we aan veiligheidsexperts natuurlijk goed overlaten, maar (net)werkt dat ook een beetje? En nog belangrijker: wat zijn de grote thema’s die aan bod kwamen?

Als voormalig promovenda ben ik een behoorlijk doorgewinterde conferentieganger. De conferenties waar ik kwam waren vaak behoorlijk breed van onderwerp (‘evolutionary economics’) en trokken figuren van allerlei pluimage aan. Dat maakt de praatjes fascinerend, maar niet per se relevant. Dit was mijn eerste conferentie die gericht is op professionals in plaats van academici, en waar mensen hun praktijkervaringen delen in plaats van hun papers. Waar ik dus vooral nieuwsgierig naar was: kan ik mijn inzichten tijdens dit congres nu echt toepassen op mijn werk. Daarnaast was ik benieuwd naar wat op dit moment de belangrijkste thema’s rondom ondermijning zijn, en vroeg ik me af hoeveel mensen ik nou echt zou kunnen ontmoeten tijdens een congres op 1,5m afstand.

De ondermijningsthema’s van 2020

Natuurlijk zijn er veel verschillende thema’s aan bod gekomen. Zo is daar altijd de roep om samenwerking en een integrale aanpak. De burgemeesters van Antwerpen en Turnhout zeiden overigens dat ze jaloers waren op de Nederlandse aanpak. Die opmerking illustreert de complexiteit van ondermijning, want des te beter wij het in Nederland doen, des te meer zij last hebben van het resulterende waterbedeffect. Ook wetgeving en het veilig en verantwoord omgaan met privacygevoelige informatie werden veel besproken. Drie thema’s wil ik er specifiek uitlichten: de onzichtbaarheid van ondermijnende criminaliteit, de kanarie in de kolenmijn, en a problem well stated is a problem half solved.

1. Onzichtbaarheid van ondermijnende criminaliteit

Hoewel dit congres eigenlijk voor een Nederlands èn Vlaams publiek bedoeld is, moesten de meeste Vlamingen het in verband met het Coronavirus jammer genoeg laten afweten. Het publiek van dit congres bestond voornamelijk uit medewerkers van (Nederlandse) gemeentes en mensen van de politie. Op de vraag wat volgens de deelnemers nou het meest ondermijnende effect van georganiseerde criminaliteit is, vond ik de antwoorden opvallend eenduidig. Een groot deel van het publiek noemde onzichtbaarheid als meest ondermijnende factor, wijzend op de subtiele manier waarop boven- en onderwereld verstrengeld raken zonder dat we het merken. Veel vormen van ondermijnende criminaliteit gebeuren voor je neus zonder dat je het doorhebt, of vinden plaats achter de voordeur. En, zo merkten verschillende mensen in het publiek op, zelfs als de effecten van ondermijning in sommige gevallen toch zichtbaar worden, blijven de echte daders buiten beeld. Ik kan mij voorstellen dat dit de handhavers en de beleidsmakers in de zaal enorm frustreert. Naast onzichtbaarheid werd ook normvervaging veel genoemd: het langzaamaan normaal worden van abnormaal gedrag.

Zoals ik eerder al zei, heb ik geprobeerd mij af te vragen wat onze rol als data scientists hier kan zijn. Hoewel ik het lastig vind om een thema als normvervaging te duiden, is de onzichtbaarheid van ondermijning natuurlijk iets wat wij ons erg aantrekken. Het op een veilige, betrouwbare en slimme manier verzamelen, analyseren en visualiseren van data kan namelijk een belangrijk instrument zijn, daar waar onze eigen zintuigen te kort schieten!

2. De kanarie in de kolenmijn

De eerste spreker, de Zweedse criminoloog dr. Amir Rostami, wees er al op: let op de vroege signalen, en neem die signalen serieus, ook als ze niet alarmerend zijn of onbetrouwbaar lijken. Rostami noemde dat de aanwezigheid van motorclubs vaak een vroeg signaal van straatbendes zijn. Dat vond ik in eerste instantie moeilijk te geloven, omdat motorclubs een heel andere doelgroep hebben dan straatbendes. Zou het iets te maken hebben met een onderliggende maatschappelijke structuur die criminele subculturen faciliteert? Volgens Rostami niet – volgens zijn onderzoek is er een veel directere link tussen motorbendes en andere groepen lawbreakers zoals voetbalhooligans, gangs, en politieke of religieuze extremisten. Hij analyseerde een ecology of lawbreakers (wat mij als evolutionair econoom slash netwerkanalist bijzonder aanspreekt): een netwerk van personen die samen een misdaad plegen (co-offending), gegroepeerd op de verschillende criminele organisaties die ze aanhangen, en vond iets opvallends: motorbendes hebben een brugfunctie tussen de andere groepen lawbreakers. Motorclubs hebben dus wel degelijk iets te maken met straatbendes: ze vormen een voedingsbodem. Geen wonder dus dat ook Cedric Stuyck, sectiehoofd Georganiseerde Misdaad van Belgisch Limburg, er in zijn verhaal erop wees dat Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s – ja!) een faciliterende rol tussen andere criminele groepen hebben. Een vroeg signaal dat wellicht niet meteen alle alarmbellen doet afgaan is dus het onderzoeken waard, want misschien liggen de relaties complexer dan ze lijken. Ook Shanna Mehlbaum, onafhankelijk onderzoeker en criminoloog, benadrukte dat onderbuikgevoelens eigenlijk altijd terecht blijken te zijn. Deze moeten dus niet worden afgedaan als ongefundeerd of onbetrouwbaar, maar verdienen het om opgepakt te worden. Paul van Miert, de burgemeester van Turnhout zei treffend ‘als het regent in Antwerpen, dan drupt het in Turnhout.’

De bal ligt hier volgens mij voor een groot deel bij data scientists en andere analisten. Zij kunnen namelijk een belangrijke taak vervullen door vroege of onopvallende tekenen te signaleren en, misschien nog wel belangrijker, te onderzoeken wat die tekenen dan zouden kunnen zijn. Signalen zoals flinke toenames in lokale vestigingen van bedrijven uit criminogene branches zijn ons wel bekend, maar er zijn ongetwijfeld ook early warnings waar wij nog niet aan gedacht hebben! Het lijkt mij ook erg interessant om te onderzoeken welke rol data scientists kunnen hebben bij dat ‘onderbuikgevoel’. Per definitie is dat namelijk iets wat moeilijk te duiden is. Kan data helpen om onderbuikgevoelens te onderbouwen? Of kunnen we onderbuikgevoelens op een betekenisvolle manier visualiseren, zodat het de aandacht krijgt die het verdient?

3. A problem well stated is a problem half solved

Ook dit thema werd als eerste benoemd door dr. Amir Rostami. Hij zei dat er vaak te snel naar een ‘oplossing’ wordt gegrepen, zonder dat eerst uitgebreid besproken wordt wat het probleem nou eigenlijk is, hoe groot het probleem is, en voor wie het een probleem is. Ook mijn Nederlandse gesprekspartners tijdens de lunchpauzes herkenden dit. Ik vond dat dr. Robby Roks die aan de Erasmus Universiteit onderzoek doet naar internationaal drugstransport in de haven van Rotterdam een mooi voorbeeld gaf van een problem well stated. Hij werkt met crime scripts – een soort stripverhalen die een model vormen voor veelvoorkomende patronen in criminaliteit (zie ook een van onze eerdere blogs hierover). Voor internationale drugshandel gaf hij daarmee aan dat dit probleem eigenlijk niet één maar drie problemen zijn: ten eerste, drugshandel waar drugs verstopt zit in een container of sporttas, ten tweede drugshandel waarbij drugs verstopt zit in het handelswaar, zoals bananen en ananassen, en ten derde drugshandel waarbij drugs verstopt zit op het schip zelf. Specifiek voor ieder van deze drie patronen kon hij zwakke plekken op de Rotterdamse haven aanwijzen. Ik zou niet durven beweren dat het probleem daarmee half solved is, maar een goed begin is het halve werk. Of ja, minder dan de helft, dus.

Photo by Roman Mager on Unsplash

Ook voor dit thema zie ik een rol weggelegd voor ons als data scientists. Vaak verwacht men van data dat er heel complexe modellen en kamers vol computers nodig zijn om tot nieuwe inzichten te kunnen komen. In de praktijk is dat vaak niet zo: alleen al het zorgvuldig inventariseren van de beschikbare informatie en het op een intelligente manier weergeven ervan kan veel prangende vragen oplossen. Met andere woorden: waar we data kunnen inzetten om bijvoorbeeld te voorspellen waar de volgende drugsdumping kan zijn, zou altijd de eerste stap moeten zijn om te inventariseren hoeveel drugsdumpingen er eigenlijk zijn geweest, wat er gedumpt wordt, waar dat vandaan komt.

Congres in Corona-tijd

Er waren niet meer dan 80 gasten welkom bij dit congres, zodat de afstand te allen tijde goed bewaakt kon worden. In de zalen stonden de stoelen in een strak raster opgesteld. Voor tijdens de pauzes waren stoelen neergezet in de lounge, zodat iedereen plek heeft aan een tafel. Drankjes werden uitgeserveerd aan tafel en niet aan de bar, en borrelhapjes mocht je alleen oppakken met een servetje. Onder het mom van ‘nieuwe mensen leren kennen’ waren alle bezoekers met een oranje of blauwe sticker op hun naamkaartje ingedeeld in twee groepen, met ieder hun eigen designated zone, afgezet met oranje of blauwe ballonnen.

Voor mij, als iemand die nieuw is in deze community, was dat eigenlijk best prettig. Ik hoefde me niet bij drukbevolkte statafels naar binnen te kletsen, en een soepele openingszin ligt altijd klaar (‘wel gek hè, die afstand?’). Het is natuurlijk ook wel echt gek. Waar ik normaal toch zeker een dozijn handen zou schudden bij een evenement zoals dit, waren dat er nu misschien vijf geweest. Waar je normaal voorgesteld zou worden aan elkaars collega’s (‘Daar hebben we Klaas, die doet ook iets met data!’), moet je het nu treffen met je toevallige tafelpartner waar je de hele pauze aan vast zit. (Gelukkig hadden ze voor gezellige gespreksstarters gezorgd voor als je het even niet getroffen hebt – ik had ze niet nodig, gelukkig.)

Voorbeelden van gespreksstarters

Een ander nadeel vind ik dat een deel van de sprekers nu digitaal inbelden. Op zich een goede oplossing natuurlijk, maar het is jammer dat je zo’n spreker dan niet in de pauze kan benaderen om verder te praten. Toch vind ik een congres als deze nu de moeite waard. Dit congres heeft wel laten zien dat het mogelijk is om een fysiek evenement te organiseren op een veilige en verantwoorde manier en dat dat toch zeker beter is dan het digitale alternatief!

Relevante links

Whitepaper

Blogs

Webinars

Evenementen

Congres Ondermijning & Georganiseerde criminaliteit

Op 16 september 2021 vindt de zesde editie van het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit plaats in Venlo, waar ervaringsdeskundigen en experts werkzaam bij de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven samenkomen om kennis en ervaringen uit te wisselen over de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit om zodoende van elkaar te leren.

Namens Shintō Labs zal Mignon Wuestman tijdens het congres een break-out sessie verzorgen samen met Ingrid Kuijpers, beleidsadviseur Veiligheid van de gemeente Leudal en Pascalle Mommers, Adviseur Veiligheid & Ondermijning van de gemeente Nederweert getiteld ‘Een datagedreven aanpak van ondermijning in het buitengebied.’

De gemeenten Leudal en Nederweert hebben gezamenlijk een datagedreven instrument ontwikkeld dat ze in staat stelt om sneller en beter zicht te krijgen op ondermijning in het buitengebied. Tijdens deze presentatie vertellen ze hoe ze dit hebben aangepakt, welke mogelijkheden het instrument biedt en hoe de privacy gewaarborgd is. Ook zal er een demonstratie worden gegeven van de werking van het instrument.

Masterclass

Op 17 september zullen we in samenwerking met het Studiecentrum voor Bedrijf & Overheid een masterclass verzorgen getiteld ‘Datagedreven werken tegen ondermijning voor niet-datascientists’. Wil je meer weten? Check dan de congreswebsite.

Zie ook