Tag Archief van: monitoring

Iedere gemeente een volkshuisvestingsprogramma. Maar hoe stuur je daarop?

De Wet regie op de volkshuisvesting komt eraan. En daarmee ook een nieuwe verplichting voor gemeenten: het opstellen van een volkshuisvestingsprogramma. Op het eerste gezicht lijkt dat vooral een volgende beleidsopgave. Een nieuw document, een traject met analyses, participatie en bestuurlijke besluitvorming. Precies zoals we dat al kennen van woonvisies en andere beleidsstukken.

Maar wie iets beter kijkt, ziet dat hier iets fundamenteel verandert.

Van beleid naar programmatisch werken

Een volkshuisvestingsprogramma is namelijk geen visie. Sterker nog: het is expliciet niet de bedoeling dat gemeenten opnieuw een beleidsdocument gaan schrijven. De beweging die wordt gevraagd is een andere. Minder nadruk op het formuleren van ambities, meer op het organiseren van uitvoering. Niet het plan staat centraal, maar de vraag hoe je ervoor zorgt dat die plannen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden.

Dat klinkt logisch. Maar het betekent wel dat de manier van werken verandert.

Het programma staat. En dan?

In de praktijk zien we nu hoe gemeenten hiermee aan de slag gaan. Er wordt stevig ingezet op dataonderzoek, het in beeld brengen van de woningbehoefte en het betrekken van stakeholders. Vervolgens worden doelen geformuleerd en vertaald naar maatregelen.

Allemaal noodzakelijke stappen.

Maar ergens in dat proces blijft een ongemakkelijke vraag vaak impliciet: wat gebeurt er nadat het programma is vastgesteld?

Want een volkshuisvestingsprogramma is geen eindproduct. Het is juist het begin van iets. De bedoeling is dat gemeenten er actief op gaan sturen. Dat ze volgen wat er gebeurt, dat ze zien of ze op koers liggen en dat ze bijsturen als de werkelijkheid anders loopt dan gepland.

En precies daar begint het te wringen.

De blinde vlek in de praktijk

Wat opvalt, is dat de aandacht sterk ligt op het maken van het programma zelf. Terwijl de vraag hoe je daar vervolgens op stuurt nog vaak onderbelicht blijft. Monitoring komt soms terug in de vorm van een dashboard of een visualisatie. Maar daarmee is het vraagstuk niet opgelost. Want sturen op een programma gaat niet over hoe je iets presenteert, maar over hoe je het organiseert.

Waar leg je je doelen vast?
Hoe koppel je die aan concrete projecten en initiatieven?
Hoe zie je of je voortgang boekt?
En hoe zorg je dat iedereen binnen en buiten de organisatie naar hetzelfde beeld kijkt?

Zonder die basis wordt het lastig om echt programmatisch te werken. Dan blijft het programma toch vooral een document, in plaats van een instrument.

Van document naar werkwijze

De echte opgave zit dus niet in het schrijven van het volkshuisvestingsprogramma, maar in het werkend krijgen ervan. Dat vraagt om een andere benadering. Geen los document dat één keer per jaar wordt geactualiseerd, maar een werkwijze die onderdeel wordt van het dagelijks werk. Geen statische rapportages, maar actuele inzichten die direct gekoppeld zijn aan projecten en ontwikkelingen.

Pas als je beleid, uitvoering en voortgang met elkaar verbindt, ontstaat er iets waarop je daadwerkelijk kunt sturen.

Wat we in de praktijk zien ontstaan

In gesprekken met gemeenten zien we dezelfde behoefte terugkomen. De wens om doelen concreet te maken, deze te koppelen aan projecten en vervolgens inzicht te houden in de voortgang.

Niet achteraf, maar continu.

Dat is precies de reden waarom we binnen Juno werken aan een doelstellingenmodule. Geen los dashboard naast bestaande systemen, maar een uitbreiding van de werkomgeving waarin gemeenten hun projecten al beheren. Op die manier ontstaat er een directe relatie tussen beleid en uitvoering. Voortgang wordt automatisch zichtbaar en bijsturen wordt onderdeel van het proces, in plaats van een aparte exercitie.

Tot slot

Iedere gemeente een volkshuisvestingsprogramma.

De komende periode zal daar veel aandacht naartoe gaan. Terecht. Maar de echte vraag komt daarna: hoe zorg je dat het geen document in de la wordt, maar een instrument om op te sturen? Steeds meer gemeenten worstelen met die stap. Niet zozeer op papier, maar in de praktijk. Hoe ga je om met wijzigingen in de werkelijkheid? Wat doe je als plannen, projecten en realisatie uit elkaar gaan lopen? En hoe stuur je dan bij?

Om daar verder op in te gaan organiseren we binnenkort een werksessie waarin we dit vraagstuk samen met gemeenten verkennen (werksessie: ‘Sturen op woningbouwdoelen en scenario’s’).

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Illustratie van woningbouwmonitoring met dashboard, woningiconen en datakwaliteitscontroles

Een toekomstbestendige woningbouw monitor begint bij definities en datakwaliteit

De woningbouwopgave wordt steeds nadrukkelijker landelijk gemonitord. Realisatiecijfers, plancapaciteit, regionale voortgang en prestaties per sector vormen de basis voor bestuurlijke afspraken en parlementaire verantwoording. Die ontwikkeling is logisch. De opgave is groot, de ambities zijn concreet en publieke middelen zijn schaars. Transparantie en voortgangsinzicht zijn randvoorwaarden voor sturing. Maar goede monitoring begint niet bij dashboards. Goede monitoring begint bij definities — en bij datakwaliteit.

Waarom verschillen in cijfers onvermijdelijk zijn

In de praktijk bestaan er meerdere bronnen voor woningbouwcijfers. Denk aan:

  • Registraties op basis van de BAG
  • Verantwoordingsinformatie van corporaties
  • Regionale woondealmonitoring
  • Gemeentelijke projectadministraties

Elke bron heeft een eigen doel, eigen systematiek en eigen definities. Dat is logisch. Een statistische registratie meet voorraadmutaties. Een verantwoordingssystematiek meet productie-inspanningen. Een bestuurlijke afspraak meet realisatie ten opzichte van ambitie. Verschillen in uitkomsten zijn dan niet per definitie een fout. Ze zijn het gevolg van verschillende meetdoelen. Het vraagstuk is niet of verschillen bestaan. Het vraagstuk is of ze uitlegbaar, reproduceerbaar en bestuurlijk consistent zijn.

Landelijke monitoring vraagt om volwassen datagovernance

Naarmate monitoring een steviger rol krijgt in nationale sturing, worden drie vragen relevanter:

  1. Welke definitie hoort bij welk beleidsdoel?
    Monitoren we voorraadontwikkeling, productie, plancapaciteit of afgesproken prestaties?
  2. Welke bron is leidend in welke context?
    Is dat een statistische registratie, een verantwoordingsdataset of een bestuurlijke projectadministratie?
  3. Wordt die keuze consequent toegepast over bestuurslagen heen?
    Of ontstaan er verschillende waarheden per rapportage?

Zonder expliciete keuzes verschuift het debat van voortgang naar definities. Dat is bestuurlijk onwenselijk, zeker wanneer monitoring onderdeel wordt van nationale afspraken en meerjarige programma’s. Landelijke monitoring vereist daarom niet alleen data, maar een samenhangende datagovernance.

Datakwaliteit is een voorwaarde voor bestuurlijke betrouwbaarheid

Datakwaliteit wordt vaak gereduceerd tot volledigheid of actualiteit. In werkelijkheid omvat het meer:

  • Definitie-eenduidigheid
  • Consistentie tussen velden
  • Herleidbaarheid naar bron
  • Reproduceerbaarheid van uitkomsten
  • Geschiktheid voor rapportage op meerdere schaalniveaus

Wanneer deze dimensies niet expliciet zijn geborgd, ontstaat het risico dat verschillende rapportages verschillende uitkomsten geven — zonder dat duidelijk is waarom. Dat ondermijnt niet alleen vertrouwen in cijfers, maar ook in de monitoring als instrument.

Van registratie naar actieve kwaliteitsborging

De volgende stap in woningbouwmonitoring is daarom niet “meer data verzamelen”, maar actief kwaliteitsbeheer in de keten.

Dat betekent onder andere:

  • Logische controles tussen velden
  • Rekenkundige consistentiechecks
  • Signalen bij ontbrekende rapportagevelden
  • Vergelijking met externe bronnen zoals de BAG
  • Toetsing aan een gedeelde taxonomie

Datakwaliteit moet zichtbaar, meetbaar en bestuurbaar zijn. Niet als sluitstuk van een rapportage, maar als integraal onderdeel van de registratie.

De rol van een gedeelde taxonomie

Een toekomstbestendige monitorinfrastructuur vraagt om een expliciet begrippenkader. Een taxonomie legt vast:

  • Wat wordt verstaan onder plancapaciteit
  • Wanneer is een project in uitvoering
  • Wat telt als gerealiseerd
  • Welke woningcategorieën worden onderscheiden
  • Hoe aggregatie plaatsvindt naar regio of landelijk niveau

Zonder zo’n gedeelde structuur blijft monitoring afhankelijk van impliciete aannames. Met een expliciete taxonomie worden verschillen verklaarbaar en discussies inhoudelijk. Voor landelijke monitoring is dit essentieel. Niet om uniformiteit af te dwingen, maar om vergelijkbaarheid en transparantie te waarborgen.

Naar een toekomstbestendige monitorinfrastructuur

De komende jaren zal de behoefte aan landelijke voortgangsinformatie alleen maar toenemen. Monitoring wordt steeds meer gekoppeld aan:

  • Prestatieafspraken
  • Regionale woondeals
  • Financiële inzet
  • Publieke verantwoording

Dat vraagt om systemen die:

  • Definities expliciet maken
  • Bronverschillen inzichtelijk houden
  • Datakwaliteit actief ondersteunen
  • Over bestuurslagen heen consistent functioneren

Niet als tijdelijk rapportage-instrument, maar als structurele informatie-infrastructuur.

Tot slot

Monitoring is geen optelsom van cijfers. Het is een bestuurlijk instrument. Wanneer definities helder zijn, bronnen transparant en datakwaliteit geborgd, ontstaat een stevig fundament voor sturing. Zonder die basis verschuift de aandacht van voortgang naar interpretatie. De woningbouwopgave vraagt om ambitie. De monitoring ervan vraagt om precisie.

En precisie begint bij definities.

Wilt u verder dan alleen cijfers verzamelen en écht grip krijgen op uw woningbouwopgave in 2026? In ons webinar laten we zien hoe heldere definities, consistente datamodellen en structurele datakwaliteit samenkomen in een toekomstbestendige woningbouwmonitor. We delen praktijkvoorbeelden, laten zien hoe provincies en gemeenten dit organiseren en gaan in op de rol van landelijke monitoring.

Schrijf u in voor het webinar Grip op woningbouw in 2026 en ontdek wat dit concreet betekent voor uw organisatie. Inschrijven kan via deze link.

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

De Brabantse Dag van het Wonen – samen werken aan de woonopgave van morgen

Op donderdag 23 oktober vond in het iconische Evoluon in Eindhoven de Brabantse Dag van het Wonen plaats. Een inspirerende dag vol kennis, innovatie en samenwerking — en uiteraard kon Shintō Labs daar niet ontbreken. Als leverancier voor alle Brabantse gemeenten, regio’s en de provincie, en als koploper in software voor procesondersteuning, samenwerking  en data & AI, waren wij aanwezig om te laten zien hoe technologie helpt de woningbouwopgave slimmer, sneller en transparanter te realiseren.

De opgave en de kansen

Tot 2035 moeten er in Brabant minstens 150.000 nieuwe woningen bijkomen. Een ambitie die vraagt om vernieuwing — in aanpak, samenwerking én technologie. Het thema van dit jaar stond dan ook in het teken van de kracht van data en kunstmatige intelligentie. Van het monitoren van woningbehoeften tot het versnellen van planprocessen en het verbeteren van besluitvorming: steeds meer partijen ontdekken hoe digitale hulpmiddelen de bouwversnelling kunnen ondersteunen.

Een dag vol inspiratie

Dagvoorzitter Esther van der Voort leidde het plenaire programma, met een prikkelende keynote van Koert van Mensvoort (Next Nature). Hij liet ons nadenken over hoe technologie niet tegenover, maar juist naast de natuur staat: als verlengstuk van ons leefmilieu. Koert presenteerde zijn ‘Pyramid of Technology’, gebaseerd op de piramide van Maslow. Deze laat zien hoe technologie zich ontwikkelt van een idee (envisioned), via applied en accepted, tot het moment waarop ze vanzelfsprekend wordt (natural).

Afbeelding 1: Pyramid of Technology

Aan de hand van voorbeelden als WiFi en riolering liet hij zien hoe innovaties ooit begonnen als experiment, maar inmiddels zo geïntegreerd zijn dat we ze nauwelijks nog als technologie ervaren. Toen hij de zaal vroeg waarmee we liever een week zonder zouden doen — WiFi of riolering — volgde een moment van reflectie: beide zijn menselijke uitvindingen, beide onmisbaar. Het illustreerde mooi hoe snel technologie verweven raakt met ons dagelijks leven.

Aansluitend toonde TNO concrete voorbeelden van innovatieve technologie in Brabant, waaronder het gebruik van digital twins voor integrale ruimtelijke planning. Door digitale kopieën van gebieden, wijken of gebouwen te koppelen, ontstaan nieuwe mogelijkheden om beleid te toetsen en ruimtelijke keuzes beter op elkaar af te stemmen.

Parallelsessies vol praktijkvoorbeelden

In de parallelsessies kwamen uiteenlopende thema’s aan bod:

  • Efficiënt planproces – de 100-dagenaanpak en parallel plannen, over hoe gelijktijdige in plaats van opeenvolgende processen doorlooptijden kunnen verkorten.
  • WoonZorgwijzer, een krachtig instrument dat inzicht geeft in woonzorgbehoeften op wijkniveau.
  • Brabants model anterieure overeenkomst, waarmee planprocedures drie tot zes maanden kunnen worden versneld.
  • Circulair bouwen, waar ketenpartners samen werkten aan een toekomstbestendige, herbruikbare bouwketen.
  • En natuurlijk de finale van de Brabantse Stijlprijs, waarin de mooiste en meest innovatieve woningbouwprojecten van de provincie in de spotlight stonden.

Efficiënt planproces: sneller door samenwerking

Tijdens de sessie ‘Efficiënt planproces – de 100-dagenaanpak en parallel plannen’ werd op een interessante manier uiteengezet hoe door met elkaar om tafel te gaan en op nieuwe manieren projecten te plannen, de doorlooptijden van projecten drastisch verkort kunnen worden. Aan de hand van een praktijkcase in Roosendaal werd duidelijk dat een project dat normaal zes tot zeven jaar zou duren om van de grond te krijgen, nu in minder dan twee jaar kon worden doorlopen. Naast procesinnovatie blijkt ook de menselijke factor cruciaal: betrokkenheid, vertrouwen en soms zelfs een ijsje tijdens een warm zomeroverleg bleken minstens zo belangrijk om samen écht versnelling te realiseren.

Afbeelding 2: Vijf principes van Parallel Plannen


Onze bijdrage: Publiek-Private Monitor en AI in de praktijk

Tijdens de deelsessie over de Publiek-Private Monitor deelden wij hoe gemeenten, provincies en ontwikkelaars met behulp van Juno en AI-gestuurde inzichten samenwerken aan één gedeeld beeld van de woningbouwvoortgang. Samen met Ruud Kruip, die vanuit zijn ruime ervaring bij het RVO en als begeleider van versnellingstafels een scherp oog heeft voor de praktijk, werken wij aan het verder ontwerpen en optimaliseren van de PPM-module in Juno.

Deze samenwerking combineert Ruuds kennis van procesdynamiek en bestuurlijke samenwerking met onze expertise in digitale ondersteuning, datavisualisatie en AI. Het resultaat is een instrument dat niet alleen inzicht geeft, maar ook actief helpt om samenwerking tussen publieke en private partijen te versterken — precies wat nodig is om de woningbouwopgave van Brabant verder te brengen.

Tijdens de sessie lieten we samen met Ruud Kruip zien dat het werken volgens de Publiek-Private Monitor-methodiek in de praktijk helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn. Ruud, die zijn ervaring bij onder meer RVO en verschillende versnellingstafels meebracht, liet zien hoe een helder template en een gestructureerde aanpak gemeenten en ontwikkelaars direct op weg helpen. ‘Je kunt er eigenlijk morgen al mee aan de slag,’ was zijn boodschap.

Afbeelding 3: Ruud Kruip over Publiek-Private Monitor

Jurriaan Souer vulde aan dat dit niet alleen theorie is — de methodiek is nú al toepasbaar binnen Juno. De bestaande functionaliteiten ondersteunen de PPM-aanpak al volledig, en de komende periode wordt gewerkt aan verdere optimalisatie van de PPM-module om de samenwerking tussen publieke en private partners nog makkelijker te maken.

Aansluitend maakte Jurriaan Souer de brug naar de rol van kunstmatige intelligentie binnen Juno. AI is volop in ontwikkeling, en de verwachtingen zijn – zoals ook te zien is in de Gartner Hype Cycle – torenhoog. Waar sommige toepassingen nog experimenteel zijn, ontstaan nu al concrete kansen om processen slimmer te ondersteunen en informatie beter te benutten.

Jurriaan legde kort uit wat Agentic AI betekent: AI-systemen die niet alleen antwoorden geven, maar zelfstandig doelen kunnen nastreven, acties uitvoeren en leren van de context waarin ze werken. Daarmee verschuift AI van een passieve assistent naar een actieve partner in optimalisatie van datagedreven werken.

Afbeelding 4: Jurriaan Souer over gebruik AI in Juno

Binnen Juno verkennen we de eerste toepassingen van deze technologie, bijvoorbeeld bij het automatisch signaleren van problemen met datakwaliteit, het analysere van knelpunten in de woningbouwketen, het voorspellen van planvertragingen of het slim koppelen van regionale data aan beleidsdoelen.

De sessie eindigde met een interessante discussie met de aanwezigen over hoe en waar AI de meeste waarde kan toevoegen. De belangrijkste vraag lijkt te zijn hoe we de kwaliteit van alle werkzaamheden kunnen ondersteunen.

Conclusie: Samen bouwen we aan de toekomst

Wat deze dag vooral liet zien, is dat de woonopgave geen solitaire puzzel is, maar een gezamenlijke inspanning. Technologie, data en samenwerking vormen samen de sleutel. Bij Shintō Labs blijven we daar met volle overtuiging aan werken — samen met onze Brabantse partners, aan een toekomstbestendige, leefbare en datagedreven woningbouw.

Update: Digitaal Magazine

Heb je de Dag van het Wonen gemist? Of wil je alles nog eens rustig nalezen? In deze digitale terugblik vind je sfeerbeelden, verslagen van de kennissessies, de winnaars van de Brabantse Stijlprijs en linkjes naar de gegeven presentaties.

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

De Realisatiestimulans komt eraan: waarom goede monitoring belangrijker is dan ooit

Vanaf 2026 ontvangen gemeenten een bijdrage van €7.000 per betaalbare woning die daadwerkelijk gebouwd wordt. Met de nieuwe Realisatiestimulans wil het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) een duidelijke verschuiving inzetten: van plannen maken naar woningen bouwen. Maar om in aanmerking te komen voor deze bijdrage is één ding cruciaal: een goede, betrouwbare en actuele registratie van woningbouwplannen.

Wat is de Realisatiestimulans?

De regeling is een forse financiële prikkel om het tempo in de woningbouw op te schroeven. Gemeenten krijgen de bijdrage niet voor wat op papier staat, maar voor woningen waarvan de bouw daadwerkelijk is gestart in het voorgaande kalenderjaar. Het gaat daarbij om:

  • Betaalbare koopwoningen
  • Middenhuur
  • Sociale huur

De eerste uitkering vindt plaats in najaar 2026. Hiervoor moeten gemeenten in het voorjaar van dat jaar zelf gegevens aanleveren over het aantal daadwerkelijk gestarte woningen.

Registratie is randvoorwaarde voor succes

Uit een recent overleg (“botsproef”) tussen VRO en een aantal gemeenten blijkt: veel hangt af van hoe goed gemeenten hun woningbouwplannen bijhouden. Een aantal concrete aandachtspunten:

  • Wat telt als start bouw? Aansluiting bij de BAG-definitie is wenselijk, maar vergt ook gemeentelijke betrokkenheid bij het signaleren en vastleggen.
  • Wat is betaalbaar? Betaalbaarheid moet onderbouwd kunnen worden met documenten zoals anterieure overeenkomsten of bestemmingsplannen.
  • Welk detailniveau is haalbaar? Gemeenten geven aan dat registratie op planniveau de voorkeur heeft — maar dat vereist wel intern overzicht.

Het Rijk streeft naar een regeling met lage administratieve lasten, maar dan moeten gemeenten wel tijdig en gestructureerd de juiste gegevens kunnen leveren.

Hoe Juno hierbij helpt

Juno is hét dataplatform voor woningbouwmonitoring, en biedt gemeenten precies de tools die nodig zijn voor een effectieve uitvoering van de Realisatiestimulans:

  • Projectregistratie op planniveau: Inzicht in start bouw, categorie en locatie van projecten.
  • Inzicht in betaalbaarheid: Mogelijkheid om projectgegevens te koppelen aan beleidsafspraken of prijssegmenten.
  • Data-analyse & rapportage: Automatisch inzicht in het aantal startende woningen per jaar.
  • Audittrail & controle: Alle wijzigingen worden gelogd, wat ondersteuning biedt bij verantwoording.

Door met Juno te werken, bouwen gemeenten aan een solide basis voor monitoring én kunnen zij aantonen dat ze in aanmerking komen voor de bijdrage.

Van registratie naar agendering

Goede registratie vraagt niet alleen om het juiste systeem, maar ook om aandacht, capaciteit en samenwerking binnen de organisatie. Denk aan:

  • Afstemming tussen afdelingen als vergunningverlening, planeconomie en databeheer.
  • Heldere procesafspraken over wie verantwoordelijk is voor het bijhouden van informatie.
  • Intern agenderen dat monitoring en datakwaliteit geen bijzaak meer zijn, maar een voorwaarde om geld te krijgen.

De Realisatiestimulans biedt zo niet alleen geld voor woningbouw, maar ook een kans om monitoring op de kaart te zetten.

Conclusie: wie bijhoudt, bouwt beter én ‘verdient geld’

De Realisatiestimulans beloont gemeenten die daadwerkelijk bouwen — mits ze het goed registreren. Met Juno als ondersteunend platform kunnen gemeenten hun woningbouwmonitoring professionaliseren, administratie vereenvoudigen en hun recht op middelen veiligstellen. Tijd dus om monitoring structureel op de agenda te zetten!

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits: Nikguy from Pixabay

Provincie en alle gemeenten in Drenthe omarmen publieke versie van Juno

April 2025 – De provincie Drenthe heeft een belangrijke stap gezet in het transparant maken van de woningbouwopgave. Door te kiezen voor de openbare woningbouwkaart van Juno, het datagedreven platform van Shintō Labs. Niet alleen de provincie zelf, maar ook alle twaalf Drentse gemeenten gaan deze publieke versie implementeren. Hiermee krijgen inwoners, woningzoekers en andere belanghebbenden inzicht in de voortgang van woningbouwprojecten in de hele provincie. Dit initiatief draagt bij aan het inzichtelijk maken van de Drentse ambitie om 16.200 woningen te bouwen tot en met 2030.

De publieke versie van Juno biedt een interactieve woningbouwkaart waarop de status, locaties en details van projecten te zien zijn, zoals het aantal woningen, de projectfase en het verwachte opleveringsjaar. Na een succesvolle start in mei 2024 met de gemeente Eindhoven als eerste gebruiker, volgt Drenthe nu als een van de koplopers in deze ontwikkeling.

Gedeputeerde Yvonne Turenhout benadrukt het belang hiervan: “Het is belangrijk dat iedereen inzicht heeft in de voortgang van woningbouwprojecten in Drenthe. Met de openbare Woningbouwmonitor dragen we bij aan transparantie en samenwerking, zodat we samen met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en inwoners kunnen werken aan betaalbare woningen.”

Een aantal gemeenten is al live met hun publieke Woningbouwkaart. Dit zijn:

De livegang van deze kaarten wordt enthousiast ontvangen. Mark van der Veen, adviseur wonen bij de gemeente Borger-Odoorn, schreef op LinkedIn: “Inzicht in woningbouwplannen én een datagedreven gesprek over de aanpak van de woningbouwopgave? Check! Mooie stap van de gemeente Borger-Odoorn om dit samen met de provincie Drenthe en Shintō Labs mogelijk te maken.”

Met Juno als informatieknooppunt verstevigt Drenthe haar datagedreven aanpak van de woningbouwopgave. Wil je meer weten over hoe Juno ook jouw regio kan ondersteunen? Neem dan contact met ons op.

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Nieuws

Blogs

 

De gemeenteraad informeren over de woningbouwopgave met Juno

De woningbouwopgave is één van de grootste uitdagingen waar Nederlandse gemeenten voor staan. Tegelijkertijd is het een onderwerp dat veel politieke en maatschappelijke aandacht krijgt. De gemeenteraad, het college, ambtenaren, ontwikkelaars, woningcorporaties en inwoners willen weten: Hoe staat het ervoor met de woningbouwopgave? Waar staan we ten opzichte van onze ambities? En wat gebeurt er in mijn wijk?

Om aan deze informatiebehoefte tegemoet te komen, hebben we binnen Juno — onze software voor woningbouwprogrammering — een nieuwe module ontwikkeld: de Publieke Juno. Deze module is speciaal ontworpen om complexe woningbouwdata op een toegankelijke manier te visualiseren en delen, zodat onder andere de gemeenteraad op elk moment beschikt over actuele, betrouwbare informatie.

Van interne registratie naar publieke transparantie

Veel gemeenten hebben intern al een goed beeld van hun woningbouwprojecten. Maar het delen van die informatie met raadsleden, inwoners en ketenpartners is vaak omslachtig. Er zijn losse Excel-sheets, projectoverzichten in Word, kwartaalrapportages en ad-hoc antwoorden op raadsvragen. Dat kost tijd, leidt tot fouten en mist consistentie.

Met de Publieke Juno slaan we een brug tussen interne programmasturing en externe communicatie. Alles wat in Juno wordt geregistreerd — van planstatus tot aantallen sociale huurwoningen — wordt vertaald naar een publieksvriendelijk dashboard dat via een open website kan worden ontsloten.

Een mooi voorbeeld hiervan is woningbouwkaart.eindhoven.nl: een online kaart waarop iedereen de voortgang van de Eindhovense woningbouwambities kan volgen. De informatie komt rechtstreeks uit Juno en wordt automatisch bijgewerkt. Raadsleden gebruiken het tijdens commissievergaderingen, inwoners bekijken wat er in hun buurt speelt, en ambtenaren verwijzen ernaar in hun communicatie.

Wat biedt de Publieke Juno?

De monitor bestaat uit drie onderdelen:

  1. Een interactieve kaart met woningbouwprojecten
    Hierop zijn alle projecten binnen de gemeente zichtbaar. Filters maken het mogelijk om te zoeken op planstatus (bijv. planvorming, vergunning verleend, in aanbouw), type project (nieuwbouw, transformatie), woningtype (huur/koop, sociaal/middelduur/duur) en locatie. Door op een project te klikken verschijnt detailinformatie, zoals het aantal woningen, de planning en een korte toelichting.
  2. Een dashboard met kerncijfers
    Boven de kaart tonen we de voortgang op hoofdlijnen: hoeveel woningen zijn er gebouwd? Hoeveel zitten er in de pijplijn? Hoeveel procent van de ambitie is gerealiseerd? Deze cijfers zijn helder gepresenteerd in grafieken en diagrammen, zodat ze in één oogopslag inzicht geven in trends en knelpunten.
  3. Een downloadbare tabel met alle relevante gegevens
    Voor gebruikers die meer detail willen, is er een overzichtelijke tabel met alle projecten en bijbehorende data. Deze tabel is doorzoekbaar, sorteerbaar en te exporteren naar Excel of PDF. Dit is met name handig voor raadsleden die de cijfers willen meenemen in hun stukken of voor journalisten en betrokken burgers die diepgaand willen analyseren.

Waarom deze monitor?

De aanleiding voor deze ontwikkeling is helder: woningbouw is politiek. Gemeenteraden worden regelmatig geconfronteerd met vragen over het tempo van woningbouw, de verdeling over doelgroepen of de situatie in specifieke wijken. Tegelijkertijd willen gemeenten ook proactief laten zien wat er gebeurt — en waar het nog schuurt.

De Publieke Juno ondersteunt dit op drie manieren:

  • Objectieve informatievoorziening: de monitor is gebaseerd op de actuele data uit Juno, wat zorgt voor een consistent en betrouwbaar verhaal. Geen discussies meer over welke cijfers kloppen — het staat er, voor iedereen zichtbaar.
  • Tijdswinst: ambtenaren hoeven niet telkens rapportages op maat te maken of gegevens te verzamelen bij verschillende afdelingen. Alles komt uit één bron.
  • Verbinding met inwoners: door inzicht te geven in de plannen en voortgang, ontstaat meer draagvlak voor woningbouwinitiatieven. Inwoners zien dat er gewerkt wordt aan oplossingen.

Gebouwd met en voor gemeenten

De ontwikkeling van de Publieke Juno is geen losstaand project, maar het resultaat van samenwerking met vooruitstrevende gemeenten. We hebben geluisterd naar hun wensen, getest met prototypen, en op basis van feedback doorontwikkeld. Daarbij stonden twee principes centraal:

  1. Eenvoud in gebruik: het dashboard moet intuïtief zijn. Ook wie niet dagelijks met woningbouwdata werkt, moet snel kunnen vinden wat hij of zij zoekt.
  2. Beheer met minimale inspanning: de kracht van Juno zit in de koppeling tussen registratie en publicatie. Alles wat in Juno wordt bijgehouden, wordt automatisch verwerkt in de monitor. Geen dubbel werk, geen extra handelingen.

Privacy en veiligheid

Uiteraard is er aandacht voor privacy en veiligheid. De Publieke Juno toont alleen geaggregeerde gegevens of informatie die expliciet voor publicatie bedoeld is. Detailinformatie zoals betrokken partijen, interne notities of onderhandelingen blijft binnen de besloten omgeving van Juno.

De toekomst: richting regionale dashboards

Hoewel de focus nu ligt op gemeentelijke toepassingen, zien we ook kansen voor regionale samenwerking. Denk aan woningbouwafspraken tussen gemeenten in een regio of provincie. Door de publieke monitors aan elkaar te koppelen, ontstaat er een integraal beeld van de voortgang op regionaal niveau — met dezelfde transparantie en betrouwbaarheid.

Interesse? We laten het graag zien

De Publieke Juno is inmiddels in gebruik bij meerdere gemeenten en wordt actief doorontwikkeld. We laten je graag zien hoe het werkt, welke inzichten het oplevert, en hoe eenvoudig het is om zelf aan de slag te gaan. Neem contact met ons op voor een demo of bekijk de woningbouwkaart van Eindhoven als voorbeeld.

Whitepaper

Webinar

 

Blogs

Foto credits Bernd 📷 Dittrich op Unsplash

Monitoring ouderenhuisvesting: van inzicht naar impact

Eindhoven, februari 2025 – Op 1 januari 2024 telde Nederland 3,7 miljoen inwoners van 65 jaar of ouder, wat ruim 20% van de totale bevolking vertegenwoordigt. Dit aandeel zal blijven stijgen in de komende decennia. Naast een steeds groter aandeel ouderen blijven ze ook steeds langer zelfstandig thuis wonen, wat de vraag naar geschikte woningen vergroot. Het bevorderen van de doorstroming van ouderen wordt vaak genoemd als een belangrijke factor om de vastgelopen woningmarkt weer in beweging te krijgen. Maar doorstroming ontstaat niet vanzelf. Een van de belangrijkste randvoorwaarden is een aantrekkelijk woonproduct voor ouderen.

De juiste woning, voor de juiste oudere, op de juiste plek

In Nederland staan we voor een grote opgave om voldoende passende ouderenwoningen te realiseren. In de Woondeals zijn drie categorieën benoemd en vastgelegd: nultredenwoningen, geclusterde woonvormen voor ouderen en zorggeschikte woningen. Samen vormen ze bijna één derde van de nieuwbouwopgave. De komende tijd zullen provincie, regio’s en gemeenten aan de slag moeten om deze opgave om te zetten in plancapaciteit en realisaties. Ze worden daarbij onder andere ondersteund door het Aanjaagteam Wonen Welzijn Zorg voor Ouderen.

Van plannen naar praktijk

Monitoring helpt inzicht te krijgen in de planvoorraad (welke projecten staan er op de planning?) en de realisatie (welke woningen zijn daadwerkelijk gebouwd?). Dit inzicht is cruciaal voor gemeenten, zorgorganisaties en woningcorporaties om effectief te kunnen sturen en extra inspanningen te leveren waar nodig. Monitoring geeft ook inzicht over in welke buurten en wijken seniorenwoningen zijn gepland, of waar deze misschien nog ontbreken. Het koppelen van de planmonitor aan andere (ruimtelijke) informatiebronnen levert veel waardevolle sturingsinformatie op voor professionals die zich bezig houden met de ruimtelijke vertaling van de opgave voor ouderenhuisvesting.

Verantwoording en toekomst

Monitoring is belangrijk voor sturing en verantwoording naar de provincie en het Rijk. Denk daarbij aan de Woondeals. Monitoringsdata kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden als onderbouwing voor de toekomstige realisatiestimulans nieuwbouw, zoals die op dit moment door het Rijk wordt uitgewerkt. Zonder goed inzicht in planning en voortgang wordt het lastig om aan te tonen dat middelen effectief worden ingezet.

Geen straf, maar een kans

Monitoring moet gezien worden als een investering in de toekomst. Met goed inzicht in cijfers en voortgang kunnen we bouwen aan een land waar ouderen veilig en comfortabel kunnen wonen. Shintō Labs levert met Juno een monitoringstool waarmee je ook de ouderenhuisvesting kan monitoren, wat zorgt voor een efficiënte aanpak zonder onnodige rompslomp.

Conclusie

Het is belangrijk om niet alleen ambities te formuleren voor ouderenhuisvesting, maar deze ook waar te maken. Dit zal bijdragen aan een betere woonomgeving voor ouderen in heel Nederland. Wil je meer weten over de mogelijkheden van Juno neem dan contact met ons op!

Zie ook

Webinar

Whitepapers

Blogs

Foto credits Matt Bennett op Unsplash

Gemeente Kampen kiest voor Juno

De gemeente Kampen heeft onlangs besloten om de woningbouwopgave te gaan monitoren met Juno van Shintō Labs. Met Juno (voorheen Woningbouw Monitor) wil de gemeente de monitoring van de woningbouwopgave efficiënter ter hand nemen.  De gemeente Kampen is de hiermee de eerste gemeente in Overijssel die kiest voor Juno.

Juno is een software-oplossing ontwikkeld met en voor gemeenten en provincies. De kern van de oplossing bestaat uit het beheer en de visualisatie van data over de woningproductie, zoals de status van de projecten, de aantallen en soorten woningen per project. Met handige filters krijg je in één oogopslag inzicht in de gevraagde gegevens. Juno wordt inmiddels gebruikt door meer dan 100 gemeenten, provincies en regio’s.

Meer weten?

Heb je belangstelling voor de Juno? Wil je zien hoe deze werkt? Neem dan contact met ons op!

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Nieuws

Blogs

Foto credits: Claudia Schillinger via Flickr

Provincie Limburg kiest voor Juno

Eindhoven, december 2024 – De provincie Limburg heeft besloten om haar huidige plancapaciteitsmonitor te vervangen door Juno, de woningbouw monitor van Shintō Labs. Na een zorgvuldig selectieproces is Shintō Labs gekozen als leverancier van deze innovatieve oplossing, die al succesvol is toegepast bij meer dan 75 gemeenten, regio’s en provincies.

Woondeal Limburg

Met Juno wil de provincie Limburg de gemeenten ondersteunen in het monitoren van de voortgang van de woningbouwopgave en de Woondeal Limburg. De monitor biedt uitgebreide mogelijkheden om de woningbouwproductie nauwkeurig te analyseren en hierover te rapporteren. Dit stelt de provincie en gemeenten in staat om beter inzicht te krijgen in de voortgang van de woningbouw, wat kan leiden tot een versnelling van de bouwprojecten.

Meer samenwerking

Juno zal ook bijdragen aan een betere coördinatie en samenwerking tussen de provincie en de gemeenten, waardoor de uitdagingen in de woningbouwsector gezamenlijk worden aangepakt. Dit besluit is een belangrijke mijlpaal in het streven naar een effectiever woonbeleid en de bouw van duurzame en leefbare gemeenschappen in Limburg.

Meer weten? Heb je interesse in Juno? Wil je zien hoe deze werkt? Neem dan contact met ons op!

Zie ook

Webinar

Whitepapers

Nieuws

Blogs

Foto credits: Mark Ahsmann via Wikimedia.org

 

Juno: informatieknooppunt voor publiek-private samenwerking

De druk op de woningmarkt in Nederland vereist innovatieve oplossingen en nauwe samenwerking tussen publieke en private partijen. In dit complexe speelveld spelen zowel de woondeals als de versnellingstafels een cruciale rol. De woondeals richten zich op samenwerking tussen verschillende overheidsniveaus—van het Rijk tot regionale en lokale overheden—om gezamenlijk de woningbouwopgave aan te pakken. De versnellingstafels, daarentegen, zijn gericht op publiek-private samenwerking, waarbij overheden, woningcorporaties en projectontwikkelaars samenkomen om de woningbouw te versnellen. In beide gevallen kan Juno (voorheen Woningbouw Monitor), het datagedreven platform van Shintō Labs, een inhoudelijke  en procesmatige bijdrage leveren.

Juno en de Woondeals

Woondeals zijn afspraken tussen het Rijk, provincies, regio’s en gemeenten om de woningbouwopgave gezamenlijk aan te pakken. Deze afspraken zijn van groot belang voor het bereiken van de landelijke woningbouwdoelen, waarbij wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van woningen over de verschillende regio’s. De informatievoorziening binnen deze woondeals is voornamelijk gericht op verantwoording: inzicht geven in de voortgang, resultaten en knelpunten. Juno biedt beleidsmedewerkers de tools die nodig zijn om deze verantwoording op een gestructureerde en overzichtelijke manier te organiseren.

Met v kunnen beleidsmedewerkers eenvoudig data verzamelen, beheren en analyseren die essentieel zijn voor het monitoren van de voortgang van woningbouwprojecten. Het platform biedt inzicht in de plancapaciteit, woningvoorraad en sociaal-demografische gegevens per wijk of buurt, waardoor gemeenten kunnen rapporteren aan provinciale en landelijke overheden. Bovendien maakt Juno het mogelijk om periodieke rapportages te genereren die voldoen aan de eisen van de woondeals, wat zorgt voor transparantie en verantwoording op elk niveau van de samenwerking.

Juno en versnellingstafels

De versnellingstafels richten zich op publiek-private samenwerking om de woningbouw te versnellen. Hierbij komen verschillende partijen, zoals projectontwikkelaars, woningcorporaties en overheden, samen om afspraken te maken over specifieke woningbouwprojecten. De focus ligt hier niet zozeer op verantwoording, maar op sturing: hoe kunnen projecten zo efficiënt en effectief mogelijk worden gerealiseerd?

Juno speelt een cruciale rol in dit proces door data te bieden die nodig is voor een gerichte sturing. Het platform stelt de deelnemers (o.a. voorzitters en secretarissen) van de versnellingstafel in staat om snel inzicht te krijgen in de voortgang van projecten, eventuele knelpunten te identificeren en direct bij te sturen waar nodig. Door het gebruik van geavanceerde analysetools binnen Juno, zoals de woningvoorraadmodule en de plancapaciteitsanalyses, kunnen betrokken partijen een compleet en actueel beeld krijgen van de situatie ter plaatse. Dit helpt bij het maken van weloverwogen beslissingen die bijdragen aan een snellere realisatie van de woningbouwdoelen.

Een belangrijk aspect van de versnellingstafels is de samenwerking tussen de markt en de overheid. Juno ondersteunt deze samenwerking door alle relevante gegevens centraal beschikbaar te stellen, waardoor projectontwikkelaars, woningcorporaties en overheden beter kunnen samenwerken. Door dezelfde data te gebruiken, kunnen deze partijen gezamenlijk werken aan het oplossen van knelpunten en het optimaliseren van de woningbouwprocessen.

Het belang van data-integratie en samenwerking

Zowel de woondeals als de versnellingstafels zijn afhankelijk van een goede informatievoorziening. De kracht van Juno ligt in de integratie van verschillende databronnen, zoals de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en CBS-data, waarmee een breed scala aan informatie wordt ontsloten. Deze gegevens kunnen eenvoudig worden gefilterd op basis van buurt, wijk of een eigen geografische selectie, wat het mogelijk maakt om de woningbouwopgave op een gedetailleerd niveau te monitoren en bij te sturen.

Door de integratie van data binnen Juno kunnen gebruikers niet alleen de voortgang van woningbouwprojecten bewaken, maar ook beter anticiperen op toekomstige behoeften. Dit maakt het mogelijk om de samenwerking tussen publieke en private partijen te optimaliseren en ervoor te zorgen dat de woningbouwplannen daadwerkelijk bijdragen aan het oplossen van de woningnood.

Conclusie

Juno is een onmisbare tool voor gemeenten die betrokken zijn bij de woondeals en de versnellingstafels. Het platform biedt de data en inzichten die nodig zijn om zowel verantwoording af te leggen als effectief te sturen op woningbouwprojecten. Door het faciliteren van samenwerking en het centraliseren van informatie, helpt Juno gemeenten, provincies en private partijen om gezamenlijk de uitdagingen op de woningmarkt aan te pakken en de woningbouwdoelen te realiseren.

Meer weten?

Wil je meer weten over de Juno? Benieuwd of deze ook voor jouw gemeente of regio gerealiseerd kan worden? Stuur ons dan een bericht!

Zie ook

Webinar

Whitepapers

Blogs

Foto credits: Marc Sendra Martorell via Unsplash

Tag Archief van: monitoring

Niets gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op