Tag Archief van: LMVW

Nationale Woningbouwkaart gelanceerd: inzicht in plancapaciteit en versnelling van woningbouw

Op 18 maart jl. heeft het ministerie van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de Nationale Woningbouwkaart gelanceerd. Met deze kaart wordt voor het eerst op landelijke schaal inzicht gegeven in woningbouwplannen op projectniveau. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet in het transparant maken van de voortgang van de woningbouwopgave. Uit de meest recente cijfers blijkt dat Nederland beschikt over voldoende plancapaciteit om de doelstelling van 100.000 woningen per jaar te realiseren. Tegelijkertijd is duidelijk dat een groot deel van deze plannen zich nog in een vroege fase bevindt. De uitdaging verschuift daarmee van het hebben van plannen naar het daadwerkelijk realiseren ervan.

Eén beeld van de woningbouwopgave

De Nationale Woningbouwkaart brengt data samen die door gemeenten en provincies wordt aangeleverd in het kader van de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW). Door deze gegevens op een uniforme manier te ontsluiten, ontstaat voor het eerst een breed en actueel overzicht van woningbouwlocaties, planstatussen en voortgang. Dit is van grote waarde. Waar informatie voorheen versnipperd beschikbaar was, ontstaat nu een gedeeld beeld dat gebruikt kan worden door overheden, beleidsmakers en andere betrokken partijen.

Transparantie als basis voor samenwerking

Het publiek toegankelijk maken van deze informatie betekent meer dan alleen inzicht. Het creëert ook een gezamenlijke basis voor gesprek en samenwerking in de woningbouwketen. Wanneer duidelijk is waar plannen zich bevinden en in welke fase ze zitten, wordt het mogelijk om gerichter te sturen, knelpunten te signaleren en partijen met elkaar te verbinden. Daarmee draagt de kaart bij aan een meer datagedreven aanpak van de woningbouwopgave.

Van inzicht naar realisatie

De introductie van de Nationale Woningbouwkaart markeert een belangrijke eerste stap. Tegelijkertijd maakt het ook zichtbaar waar de volgende uitdaging ligt. Inzicht in plannen is essentieel, maar uiteindelijk gaat het om voortgang en realisatie. Dat vraagt om:

  • beter zicht op knelpunten binnen projecten
  • afstemming tussen gemeenten, provincies, corporaties en ontwikkelaars
  • en instrumenten die samenwerking en besluitvorming ondersteunen

De komende periode zal in het teken staan van het verder versterken van deze keten, zodat plannen daadwerkelijk kunnen worden omgezet in gerealiseerde woningen.

Samen bouwen aan de volgende stap

Shintō Labs heeft samen met het ministerie van BZK gewerkt aan de realisatie van de Nationale Woningbouwkaart. Wij zien deze ontwikkeling als een belangrijke stap in het professionaliseren van woningbouwdata in Nederland. Tegelijkertijd geloven wij dat de grootste impact ontstaat wanneer inzicht wordt gekoppeld aan sturing en samenwerking. Daarom werken wij continu aan het verder ontwikkelen van oplossingen die overheden en marktpartijen ondersteunen bij het versnellen van woningbouwprojecten.

De Nationale Woningbouwkaart laat zien wat er mogelijk is wanneer data wordt samengebracht en toegankelijk wordt gemaakt. De volgende stap is om deze inzichten actief te benutten in de praktijk.

Voor meer informatie van het ministerie:

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Het is weer zover: de halfjaarlijkse woningbouwuitvraag

Het is weer zover.

In veel gemeenten en provincies wordt op dit moment hard gewerkt aan de landelijke uitvraag van woningbouwgegevens. Een periodiek moment waarop de voortgang van de woningbouwopgave en bijbehorende knelpunten, zoals financiering en netcongestie, in kaart worden gebracht.

Die uitvraag is de afgelopen periode intensiever geworden. Waar dit voorheen jaarlijks gebeurde, is inmiddels sprake van een halfjaarlijkse cyclus. Met vaste meetmomenten in het voor- en najaar proberen Rijk en provincies sneller inzicht te krijgen en bij te sturen op de doelstelling van 100.000 woningen per jaar.

Dat helpt om beter zicht te krijgen op de opgave. Tegelijkertijd legt het ook steeds meer druk op de manier waarop we data verzamelen, controleren en uitwisselen.

Het helpt om beter zicht te krijgen op de opgave

Een herkenbaar proces

De praktijk ziet er vaak ongeveer hetzelfde uit.

Projectinformatie wordt verzameld uit verschillende bronnen. In de praktijk worden alle projectleiders en woningcorporaties gevraagd om een update over hun projecten te geven: vaak een groot Excel-vergelijkings-circus en een intensief traject met veel overleg en afstemming. Cijfers worden vervolgens gecontroleerd en vergeleken met eerdere aanleveringen. Er ontstaan vragen over definities, fasering of totalen. Soms moeten gegevens opnieuw worden aangeleverd of aangepast.

Daarna volgt afstemming tussen gemeente en provincie. Wat is de juiste stand van zaken? Welke versie is leidend? En hoe sluiten de cijfers aan op eerdere rapportages? Het zijn geen grote problemen op zichzelf. Maar bij elkaar opgeteld zorgen ze voor veel extra werk, afstemming en onzekerheid.

Figuur: Zo ziet het proces er in de praktijk vaak uit

Waar het echt schuurt

Wat opvalt, is dat deze terugkerende inspanning vaak wordt gezien als onderdeel van de uitvraag zelf.

Maar in de praktijk zit het probleem meestal eerder in de keten.

Niet omdat mensen hun werk niet goed doen, maar omdat gegevens op verschillende momenten worden vastgelegd, definities net anders worden geïnterpreteerd en controles pas plaatsvinden wanneer de data al gedeeld moet worden.

In de praktijk zien wij dat inconsistenties in definities, fasering en totalen vaak ontstaan bij handmatige aanlevering en interpretatie van data. Dat vraagt niet om nóg een controle aan het einde, maar om structurele validatie en ondersteuning eerder in het proces.

In de praktijk zit het probleem meestal eerder in de keten

De keten achter de cijfers

De woningbouwmonitoring is geen losse rapportage, maar een keten.

Gemeenten registreren projecten. In veel regio’s, zoals in Brabant, Limburg, maar ook in Gelderland, Overijssel en Zuid- en Noord-Holland, werken gemeenten daarbij samen in regionaal verband aan de woningbouwopgave. Provincies controleren en verrijken deze informatie, waarna landelijke partijen de data bundelen en rapporteren.

Juist die regionale laag speelt in de praktijk een belangrijke rol. Hier worden afspraken gemaakt, cijfers vergeleken en verschillen zichtbaar. Tegelijkertijd is dit ook een punt waar interpretaties uiteen kunnen gaan als definities en werkwijzen niet eenduidig zijn ingericht.

Zolang deze stappen niet goed op elkaar aansluiten, blijft de uitvraag een momentopname die veel handmatig werk vraagt.

En dus herhaalt hetzelfde proces zich ieder jaar opnieuw.

Wat er verandert als je het anders organiseert

We zien in de praktijk ook dat het anders kan.

Wanneer projectdata één keer wordt vastgelegd op basis van gedeelde definities, en vervolgens doorstroomt naar andere bestuurslagen, verandert de dynamiek.

Controles verschuiven naar voren in het proces. Verschillen in interpretatie worden eerder zichtbaar. En de uitvraag zelf wordt minder een apart traject, maar meer een logisch moment in een doorlopende informatiestroom.

Dat betekent niet dat er geen afstemming meer nodig is. Maar wel dat die afstemming plaatsvindt op inhoud, in plaats van op het reconstrueren van cijfers.

Wie het goed organiseert, merkt dat het vanzelf een stuk eenvoudiger wordt

Figuur: Zo werkt het wanneer de keten goed is ingericht

Wat wij doen om dit proces te verbeteren

In de praktijk zien we dat het verbeteren van dit proces niet begint bij rapportages, maar bij de inrichting van de onderliggende data.

In onze trajecten werken we met een flexibel datamodel, waarin ruimte is voor lokale en regionale verschillen, maar altijd binnen duidelijke kaders. Denk daarbij aan landelijke afspraken zoals de Basisset, aangevuld met provinciale of regionale uitvragen. Zo zijn er gemeenten die een wat afwijkende prijsklasse opdeling hanteren dan wat er op landelijk niveau als norm is vastgesteld. Ook zijn er variaties in planologische procesfasen die niet altijd 1-op-1 te vertalen zijn naar naar de landelijke Basisset.

Die combinatie van flexibiliteit en begrenzing zorgt ervoor dat gemeenten hun eigen praktijk kunnen blijven volgen, terwijl de uitwisseling van data tussen bestuurslagen wel consistent blijft.

Daarnaast besteden we veel aandacht aan het proces rondom de data. We organiseren ondersteuningssessies met gemeenten om de registratie goed neer te zetten en sluiten aan bij structureel overleg met provincies en regio’s om definities, validaties en werkwijzen op elkaar af te stemmen.

Juist die combinatie van datamodel, validatie en afstemming in de keten maakt dat het proces niet alleen technisch werkt, maar ook organisatorisch beheersbaar blijft.

Tot slot

Zolang woningbouwdata vooral wordt verzameld rond uitvraagmomenten, blijft het ieder jaar een intensief proces.

De vraag is niet zozeer hoe we de uitvraag efficiënter maken, maar hoe we ervoor zorgen dat de data daarvoor al op orde is.

Wie dat goed organiseert, merkt dat de uitvraag vanzelf een stuk eenvoudiger wordt.

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Hoe de Basisset 2.0 helpt bij gegevensuitwisseling over de woningbouwopgave met Juno

In mei en juni 2024 is binnen het bestuurlijk overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (BO VRO) de Basisset 2.0 vastgesteld. Deze uniforme set gegevensspecificaties vormt de ruggengraat van de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW) – een samenwerking tussen VNG, IPO en het ministerie van VRO. Gemeenten leveren hiermee tweemaal per jaar gestandaardiseerde gegevens aan over hun woningbouwplannen, zodat sturing op voortgang mogelijk wordt op lokaal, regionaal en nationaal niveau.

Wat is er nieuw?

De Basisset 2.0 bouwt voort op de eerdere versie uit 2022, maar kent belangrijke vernieuwingen:

  • Locatiegegevens als polygonen, geschikt voor koppeling met andere ruimtelijke data
  • Actuele planstatussen, afgestemd op de Omgevingswet
  • Prijssegmentering en eigendomscategorieën, volgens woondealdefinities
  • Nieuwe indicatoren zoals tijdelijke woningen, ouderenhuisvesting, realisatiestatus en vervallen plannen

Deze wijzigingen maken landelijke vergelijking mogelijk, maar stellen ook hogere eisen aan lokale registratie, gegevensbeheer en uitwisseling.

Standaardisering met ruimte voor lokaal maatwerk

Bij Shintō Labs staan we volledig achter deze beweging naar standaardisatie. Sterker nog: we verweven de Basisset 2.0 en het Dataprotocol LMVW direct in onze productontwikkeling. Maar daar blijft het niet bij. De kracht van Juno is dat we balans brengen tussen landelijke uniformiteit en lokale flexibiliteit onder het motto:

Generiek waar het moet, maatwerk waar het kan.

Onze oplossing ondersteunt de volledige LMVW-structuur én biedt ruimte voor gemeentelijke wensen, aanvullende velden of lokale begrippen. Zo wordt Juno niet alleen een instrument voor landelijke rapportage, maar ook een krachtig stuurmiddel voor lokale woningbouwstrategieën.

Wat biedt Juno concreet?

Met Juno kunnen gemeenten en provincies onder andere:

  • Polygonen tekenen en beheren per woningbouwplan
  • Planstatussen vastleggen (harde/zachte plannen, realisatie, vervallen status)
  • Prijssegmenten en doelgroepen registreren zoals gedefinieerd in de woondeals
  • Vertrouwelijke plannen afschermen volgens het Dataprotocol LMVW
  • Gegevens exporteren voor de halfjaarlijkse uitvraag door de provincie, exact volgens de Basisset 2.0
  • Aanvullende velden beheren voor lokaal gebruik (bijv. interne processtatussen, participatie-info)

Deze aanpak maakt Juno een robuust fundament voor zowel interne beleidsmonitoring als verantwoording naar het Rijk.

Klaar voor de toekomst

De Basisset is volop in ontwikkeling. Voor het najaar van 2024 staat versie 2.1 op de planning, met uitbreiding naar onder meer:

  • Betrokken partijen per plan (ontwikkelaars, corporaties)
  • Knelpuntenregistratie
  • Plan- en uitvoeringsmijlpalen (zoals vergunningsaanvraag, start bouw)

Bij Shinto Labs volgen we deze ontwikkelingen nauwgezet. Onze roadmap is er volledig op gericht om Juno tijdig aan te passen, zodat gebruikers probleemloos kunnen blijven voldoen aan nieuwe standaarden.

Conclusie

De Basisset 2.0 markeert een belangrijke stap in de professionalisering van woningbouwmonitoring in Nederland. Bij Shinto Labs geloven we dat standaardisering én flexibiliteit hand in hand kunnen gaan. Juno biedt hiervoor de juiste balans: een systeem dat voldoet aan landelijke eisen, maar ontworpen is rond de praktijk van lokale gebruikers.

Meer informatie?

Meer weten over Juno of benieuwd wat het voor jouw provincie, gemeente of regio kan betekenen? Neem contact met ons op!

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits: Etienne Girardet via Unsplash