Waarom woningbouwmonitoring vaak als administratief gedoe voelt (en dat niet hoeft)

Voor veel beleidsadviseurs voelt woningbouwmonitoring als administratief werk. Iets wat moet worden bijgehouden omdat provincie, regio of bestuur om cijfers vraagt. Niet iets wat direct helpt bij het sturen op de woningbouwopgave. Dat is begrijpelijk. In de praktijk kost het bijhouden van projecten vaak tijd en voelt het al snel als extra werk naast de inhoudelijke opgave waar je eigenlijk mee bezig wilt zijn. Toch is het interessant om te kijken waar dat gevoel precies vandaan komt.

Het gedeelde overzicht verdwijnt en daarmee ook het vertrouwen in de cijfers.

De werkpraktijk: iedereen heeft zijn eigen ritme

In gesprekken met gemeenten zien we grote verschillen in hoe woningbouwmonitoring wordt bijgehouden. Sommige beleidsadviseurs werken hun projecten vrijwel wekelijks bij. Voor hen is het onderdeel van het lopende werkproces. Nieuwe informatie wordt direct verwerkt. Andere gemeenten doen dit eens per paar maanden. En er zijn ook gemeenten die hun monitor vooral bijwerken op de momenten dat de provincie cijfers opvraagt. Op zichzelf is daar niets mis mee. Iedere organisatie ontwikkelt een eigen ritme dat past bij de beschikbare capaciteit en werkwijze. Maar vrijwel iedereen loopt vroeg of laat tegen hetzelfde probleem aan: het bijhouden van projecten kost tijd en voelt al snel als administratief werk.

Excel maakt het probleem vaak groter

In veel gemeenten wordt monitoring nog (deels) in Excel bijgehouden. Op zich niet vreemd. Excel is flexibel, snel beschikbaar en iedereen kan ermee werken. Tegelijkertijd brengt het ook een aantal bekende risico’s met zich mee. Versies raken door elkaar, definities worden impliciet toegepast en kleine wijzigingen kunnen ongemerkt grote gevolgen hebben voor het totaalbeeld. Daarnaast ontstaat vaak een tweede werkelijkheid naast de officiële monitor. Een eigen lijstje, een aanvullende berekening of een correctie die nog niet in de centrale registratie staat. Daarnaast raakt informatie al snel versnipperd over verschillende bestanden, afdelingen of versies. Het gedeelde overzicht verdwijnt en daarmee ook het vertrouwen in de cijfers. Dat maakt het werk foutgevoelig en kost uiteindelijk meer tijd dan nodig is.

Het echte probleem: monitoring staat los van het werkproces

Als je beter kijkt naar deze situaties, blijkt dat het probleem meestal niet de monitoring zelf is. Het probleem is dat monitoring los staat van het werkproces. Projectinformatie wordt dan niet bijgewerkt op het moment dat er iets verandert, maar op een later moment wanneer cijfers nodig zijn. Monitoring wordt daarmee een administratieve handeling achteraf. En precies daar ontstaat het gevoel van administratief gedoe.

Wat er verandert als monitoring onderdeel wordt van het werkproces

Wanneer monitoring onderdeel wordt van het dagelijkse werkproces, verandert de dynamiek. Projectinformatie wordt dan niet periodiek gecorrigeerd, maar continu bijgehouden. Definities zijn expliciet vastgelegd en kwaliteitscontroles maken onderdeel uit van de manier van werken. Er ontstaat één gedeeld beeld van projecten, voortgang en plancapaciteit waarop daadwerkelijk gestuurd kan worden. Monitoring verschuift daarmee van administratieve verplichting naar ondersteunend instrument. Niet iets wat moet worden ingevuld voor een rapportage, maar een manier om overzicht en grip te houden op de voortgang van projecten.

Monitoring verschuift daarmee van administratieve verplichting naar ondersteunend instrument.

Meer weten?

De afgelopen anderhalf jaar hebben we gewerkt aan een volledig vernieuwde versie van Juno WBM, juist met dit uitgangspunt: monitoring organiseren als onderdeel van het werkproces. Tijdens een praktisch webinar op 24 maart laten we zien hoe dit er in de werkpraktijk uitziet. Hoe monitoring onderdeel kan worden van het werkproces — en hoe dat helpt om grip te houden op plancapaciteit en voortgang.

Meld je aan voor het webinar via deze link.

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws