Tag Archief van: gemeenten

Het is weer zover: de halfjaarlijkse woningbouwuitvraag

Het is weer zover.

In veel gemeenten en provincies wordt op dit moment hard gewerkt aan de landelijke uitvraag van woningbouwgegevens. Een periodiek moment waarop de voortgang van de woningbouwopgave en bijbehorende knelpunten, zoals financiering en netcongestie, in kaart worden gebracht.

Die uitvraag is de afgelopen periode intensiever geworden. Waar dit voorheen jaarlijks gebeurde, is inmiddels sprake van een halfjaarlijkse cyclus. Met vaste meetmomenten in het voor- en najaar proberen Rijk en provincies sneller inzicht te krijgen en bij te sturen op de doelstelling van 100.000 woningen per jaar.

Dat helpt om beter zicht te krijgen op de opgave. Tegelijkertijd legt het ook steeds meer druk op de manier waarop we data verzamelen, controleren en uitwisselen.

Het helpt om beter zicht te krijgen op de opgave

Een herkenbaar proces

De praktijk ziet er vaak ongeveer hetzelfde uit.

Projectinformatie wordt verzameld uit verschillende bronnen. In de praktijk worden alle projectleiders en woningcorporaties gevraagd om een update over hun projecten te geven: vaak een groot Excel-vergelijkings-circus en een intensief traject met veel overleg en afstemming. Cijfers worden vervolgens gecontroleerd en vergeleken met eerdere aanleveringen. Er ontstaan vragen over definities, fasering of totalen. Soms moeten gegevens opnieuw worden aangeleverd of aangepast.

Daarna volgt afstemming tussen gemeente en provincie. Wat is de juiste stand van zaken? Welke versie is leidend? En hoe sluiten de cijfers aan op eerdere rapportages? Het zijn geen grote problemen op zichzelf. Maar bij elkaar opgeteld zorgen ze voor veel extra werk, afstemming en onzekerheid.

Figuur: Zo ziet het proces er in de praktijk vaak uit

Waar het echt schuurt

Wat opvalt, is dat deze terugkerende inspanning vaak wordt gezien als onderdeel van de uitvraag zelf.

Maar in de praktijk zit het probleem meestal eerder in de keten.

Niet omdat mensen hun werk niet goed doen, maar omdat gegevens op verschillende momenten worden vastgelegd, definities net anders worden geïnterpreteerd en controles pas plaatsvinden wanneer de data al gedeeld moet worden.

In de praktijk zien wij dat inconsistenties in definities, fasering en totalen vaak ontstaan bij handmatige aanlevering en interpretatie van data. Dat vraagt niet om nóg een controle aan het einde, maar om structurele validatie en ondersteuning eerder in het proces.

In de praktijk zit het probleem meestal eerder in de keten

De keten achter de cijfers

De woningbouwmonitoring is geen losse rapportage, maar een keten.

Gemeenten registreren projecten. In veel regio’s, zoals in Brabant, Limburg, maar ook in Gelderland, Overijssel en Zuid- en Noord-Holland, werken gemeenten daarbij samen in regionaal verband aan de woningbouwopgave. Provincies controleren en verrijken deze informatie, waarna landelijke partijen de data bundelen en rapporteren.

Juist die regionale laag speelt in de praktijk een belangrijke rol. Hier worden afspraken gemaakt, cijfers vergeleken en verschillen zichtbaar. Tegelijkertijd is dit ook een punt waar interpretaties uiteen kunnen gaan als definities en werkwijzen niet eenduidig zijn ingericht.

Zolang deze stappen niet goed op elkaar aansluiten, blijft de uitvraag een momentopname die veel handmatig werk vraagt.

En dus herhaalt hetzelfde proces zich ieder jaar opnieuw.

Wat er verandert als je het anders organiseert

We zien in de praktijk ook dat het anders kan.

Wanneer projectdata één keer wordt vastgelegd op basis van gedeelde definities, en vervolgens doorstroomt naar andere bestuurslagen, verandert de dynamiek.

Controles verschuiven naar voren in het proces. Verschillen in interpretatie worden eerder zichtbaar. En de uitvraag zelf wordt minder een apart traject, maar meer een logisch moment in een doorlopende informatiestroom.

Dat betekent niet dat er geen afstemming meer nodig is. Maar wel dat die afstemming plaatsvindt op inhoud, in plaats van op het reconstrueren van cijfers.

Wie het goed organiseert, merkt dat het vanzelf een stuk eenvoudiger wordt

Figuur: Zo werkt het wanneer de keten goed is ingericht

Wat wij doen om dit proces te verbeteren

In de praktijk zien we dat het verbeteren van dit proces niet begint bij rapportages, maar bij de inrichting van de onderliggende data.

In onze trajecten werken we met een flexibel datamodel, waarin ruimte is voor lokale en regionale verschillen, maar altijd binnen duidelijke kaders. Denk daarbij aan landelijke afspraken zoals de Basisset, aangevuld met provinciale of regionale uitvragen. Zo zijn er gemeenten die een wat afwijkende prijsklasse opdeling hanteren dan wat er op landelijk niveau als norm is vastgesteld. Ook zijn er variaties in planologische procesfasen die niet altijd 1-op-1 te vertalen zijn naar naar de landelijke Basisset.

Die combinatie van flexibiliteit en begrenzing zorgt ervoor dat gemeenten hun eigen praktijk kunnen blijven volgen, terwijl de uitwisseling van data tussen bestuurslagen wel consistent blijft.

Daarnaast besteden we veel aandacht aan het proces rondom de data. We organiseren ondersteuningssessies met gemeenten om de registratie goed neer te zetten en sluiten aan bij structureel overleg met provincies en regio’s om definities, validaties en werkwijzen op elkaar af te stemmen.

Juist die combinatie van datamodel, validatie en afstemming in de keten maakt dat het proces niet alleen technisch werkt, maar ook organisatorisch beheersbaar blijft.

Tot slot

Zolang woningbouwdata vooral wordt verzameld rond uitvraagmomenten, blijft het ieder jaar een intensief proces.

De vraag is niet zozeer hoe we de uitvraag efficiënter maken, maar hoe we ervoor zorgen dat de data daarvoor al op orde is.

Wie dat goed organiseert, merkt dat de uitvraag vanzelf een stuk eenvoudiger wordt.

Zie ook

Webinar

Whitepaper

Blogs

Nieuws

Van plannen naar projecten: zo helpt de Woningbouwimpuls gemeenten vooruit

In een eerdere blog schreven we over de Realisatiestimulans: een regeling die gemeenten vanaf 2026 beloont met €7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw is gestart. Maar dat is niet de enige rijksregeling die woningbouw stimuleert. Er is ook de Woningbouwimpuls (WBI) — een krachtig instrument dat zich richt op het financieel mogelijk maken van woningbouwprojecten met een onrendabele top. In deze blog leggen we uit wat de Woningbouwimpuls precies is, hoe je als gemeente gebruik kunt maken van de regeling, en waarom data en monitoring — en dus ook Juno — een belangrijke rol spelen bij een succesvolle aanvraag.

Wat is de Woningbouwimpuls?

De Woningbouwimpuls is een subsidieregeling van het Rijk waarmee gemeenten steun kunnen aanvragen voor woningbouwprojecten met een aantoonbaar publiek financieel tekort. De regeling bestaat al sinds 2020 en is inmiddels toe aan de zevende tranche.

Doel: versnelling van woningbouw door het overbruggen van de financiële kloof die publieke partijen ervaren bij bijvoorbeeld de aanleg van infrastructuur, bodemsanering of gebiedsontwikkeling.

Belangrijkste kenmerken:

  • Project moet leiden tot minimaal 200 netto nieuwe woningen (nieuwbouw minus sloop).
  • Minstens 50% van deze woningen moet betaalbaar zijn (sociale huur, middenhuur of betaalbare koop).
  • Gemeenten moeten aantonen dat er sprake is van een onrendabele top op de publieke grondexploitatie.
  • De bijdrage van het Rijk mag maximaal 50% van dit tekort dekken.
  • De bouw van de eerste woningen moet binnen 3 jaar na toekenning starten.

Hoe dien je een aanvraag in?

De aanvraagprocedure loopt via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en is relatief technisch:

  1. Opstellen van een businesscase, inclusief begroting, taxatie en exploitatieopzet.
  2. Ingevuld aanvraagformulier + begeleidende brief van B&W.
  3. Inzicht in verwachte start bouw, verwachte opbrengsten, onderliggende kostenposten.
  4. Duidelijke onderbouwing van de publieke noodzaak en de bijdrage aan versnelling

Let op: als woningen in het project al eerder rijkssteun hebben ontvangen, bijvoorbeeld via de Realisatiestimulans, moet dit expliciet worden toegelicht. Stapeling van subsidies is slechts beperkt toegestaan.

Hoe helpt data bij een goede aanvraag?

Een sterke WBI-aanvraag steunt op harde data:

  • Inzicht in de woningbouwprogrammering (types woningen, fasering).
  • Verankerde afspraken met ontwikkelaars en woningcorporaties.
  • Gebiedsgegevens zoals BAG-verblijfsobjecten, polygonen, luchtfoto’s, ontsluitingen en grondwaardes.
  • Monitoring van voortgang richting start bouw en vergunningverlening.

Met Juno helpen we gemeenten deze informatie te ontsluiten en te structureren.

Wat is de rol van Juno?

Juno biedt gemeenten een geïntegreerd woningbouwdashboard waarmee zij niet alleen hun projecten kunnen monitoren, maar ook data kunnen aanleveren voor rijksregelingen zoals de WBI of Realisatiestimulans:

  • Woningbouwmonitor (WBM): actueel overzicht van projecten, fasering en woningtypen.
  • Koppeling met BAG-data: essentieel voor het onderbouwen van start bouw en woningtypen.
  • Verantwoording en rapportage: data eenvoudig exporteren voor bijlage of toetsing.
  • Planning & prioritering: waar zit de grootste kans op versnelling?

Bovendien helpt Juno bij het identificeren van projecten waar een onrendabele top speelt — zodat je als gemeente proactief kunt bepalen waar een WBI-aanvraag kansrijk is.

Realisatiestimulans of WBI?

De Realisatiestimulans (vanaf 2026) en de Woningbouwimpuls zijn complementair:

Tot slot

De Woningbouwimpuls is geen simpele subsidie, maar voor gemeenten met grootschalige plannen kan het nét het duwtje in de rug zijn dat nodig is. Goede data, strakke monitoring en integrale samenwerking zijn de sleutel tot een succesvolle aanvraag. Met Juno bouw je niet alleen aan woningen, maar ook aan het fundament voor toekomstbestendige woningbouwsturing.

Zie ook

Whitepaper

Webinar

Blogs

Foto credits: Danist Soh via Unsplash

Naar een datagedreven aanpak van discriminatie met de Meldpunten Discriminatie van de G4+

De antidiscriminatiebureaus of -voorzieningen (ADV’s) van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en regio Haaglanden (G4+) willen meer datagedreven gaan werken. Samen met Shintō Labs gaan ze een Analyse- en Rapportagetool ontwerpen en ontwikkelen op basis van het Stratum Analytics Platform. Het doel is om gebruik te maken van verschillende databronnen en deze te delen, makkelijker en flexibeler te kunnen rapporteren en meer inzicht te krijgen in trends en ontwikkelingen via een dashboard.

In Nederland kennen we een groot netwerk van voorzieningen die de burger bijstaan in geval van discriminatie. De antidiscriminatiebureaus of -voorzieningen (ADV’s) zijn daar het bekendste voorbeeld van. Sinds 2009 kent iedere gemeente de verplichting om zo’n meldpunt te hebben. De ADV moet minimaal de twee wettelijke taken uitvoeren:

  • Onafhankelijke bijstand bij de afwikkeling van discriminatieklachten
  • Registratie van de klachten

De ADV speelt daarnaast een rol van regievoerder en kennispartner voor de verschillende stakeholders in het speelveld. Denk hierbij aan politie, OM en diverse belangenbehartigers of non-profit organisaties gekoppeld aan de bestrijding van een of meerdere vormen van discriminatie.

Naar een datagedreven ADV

Om haar taken goed uit te kunnen voeren is de ADV afhankelijk van een goede informatiepositie. Op basis van deze informatiepositie kan zij beter beleid ontwikkelen en uitvoeren én meer regie voeren in een integrale ketenaanpak. Het is hierbij de ambitie dat iedere partner op basis van dezelfde inzichten handelt en haar aanpak afstemt.

Op dit moment registreren en verzamelen de ADV’s ook al data om die vervolgens om te zetten in rapportages. Problemen hierbij zijn o.a. dat data op verschillende plekken binnenkomt. Daarnaast is vergelijking van deze data lastig omdat verschillende definities bij registratie van fenomenen wordt gehanteerd. Daarnaast is de verwerking van de data in rapportages erg arbeidsintensief. Het pro-actief delen van data tussen ketenpartners om zo een beeld van de hele keten te  krijgen en daarop een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen is momenteel lastig.

Een analyse en rapportagetool voor de G4+

De ADV’s van de G4+ en de besturen van de aangesloten gemeenten, hebben de ambitie om de aanpak van de bestrijding van discriminatie te verbeteren en te professionaliseren. Enerzijds door een integrale ketengerichte aanpak en anderzijds door verbetering van de informatiepositie van de ADV’s. De G4+ zien zichzelf als proeftuin voor de andere 14 meldpunten die lid zijn van de Landelijke Vereniging tegen Discriminatie in Nederland.

Het analyse- en rapportagetool moet de volgende zaken mogelijk maken:

  • het verzamelen van data en maken van rapportages makkelijker en minder arbeidsintensief maken
  • trends en analyses kunnen doen op basis van de data en die ook geografisch visualiseren (bijv. op lokaal, gemeente, regionaal of landelijk niveau)
  • het ondersteunen van een integrale ketengerichte aanpak met de data en de inzichten die hieruit kunnen worden verkregen
  • een tool ontwikkelen dat schaalbaar is naar de andere ADV’s, gemeenten en ketenpartners in Nederland

We gaan begin volgend jaar starten met een Design Sprint om te komen tot een prototype van het analyse en rapportagetool.

Wil je op de hoogte blijven? Volg ons dan op social media of abonneer je op onze nieuwsbrief!

Meer relevante links

Whitepapers

Blogs

Testimonials

Masterclasses

Foto credits: Divya Agrawal on Unsplash

Tag Archief van: gemeenten

Niets gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op